id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.413 Rolnummer: A. 166484/IX-5093 Zaak: Arrest 162413 - - 11/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-13 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 03:33 Fiche Arrest nr 162.413 van 11 september 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.413 van 11 september 2006 in de zaak A. 166.484/IX-
- In zake : Paul DE KEERSMAECKER, die woonplaats kiest bij advocaat M. VERKEST, kantoor houdende te WAASMUNSTER, Eikenlaan 21 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul DE KEERSMAECKER op 29 september 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 26 augustus 2005 van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen waarbij het beroep tegen de intrekking van zijn jachtverlof niet wordt ingewilligd; Gelet op het arrest nr. 152.528 van 12 december 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 21 december 2005; Gezien het niet aangetekend verzonden verzoek tot voortzetting van 5 januari 2006 van de verzoekende partij; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; IX-5093-1/3 Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 9 februari 2006, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 17 juli 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 4 september 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. VERKEST, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris F. COCRIAMONT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; dat, gelet op het artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, dergelijk verzoek bij ter post aangetekende zending aan de Raad van State moet worden toegestuurd; dat die vereiste er toe strekt het verzoek een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat het dan ook de datum van de aantekening ter post is die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van de tijdigheid van het verzoek; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de reglementair vastgestelde termijn geen dergelijk verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend heeft; dat zij met een brief van 5 januari 2006 wel om de voortzetting van de rechtspleging gevraagd heeft, maar dat die brief niet aangetekend aan de Raad van State verzonden is; dat het verzoek tot voortzetting niet regelmatig ingediend is, BESLUIT: IX-5093-2/3 Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf september 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5093-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.413 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.528 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.