← België

Arrest 162463 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 14/09/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.463 Rolnummer: A. 171183/X-12749 Zaak: Arrest 162463 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 14/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-20 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-01 03:47 Fiche Arrest nr 162.463 van 14 september 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.463 van 14 september 2006 in de zaak A.171.183/X-12.749. In zake : Pablo JANSSEN, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pablo JANSSEN op 20 maart 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 16 december 2005 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening grootstedelijk gebied Gent", bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 januari 2006 ; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; X-12.749-1/12 Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. ROELANDTS die verschijnt voor de verzoeker en van Advocaat I. BOCKSTAELE die loco Advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat verzoeker woonachtig is te Gent-Zwijnaarde, Grote Steenweg Zuid, nr. 4, op het domein genaamd "Nieuwgoed"; dat de Vlaamse regering bij besluit van 22 oktober 2004 het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening grootstedelijk gebied Gent" voorlopig heeft vastgesteld; dat dit ontwerpplan naast de grenslijn een reeks deelprojecten omvat, waaronder het "deelproject 6C - goenpool Parkbos" (grafisch plan 13); dat in dit deelproject ook een "zone voor wetenschapspark" wordt voorzien onmiddellijk ten zuid-westen van het Don Boscocollege Zwijnaarde, gelegen aan de Grote Steenweg Noord 113 (N60) te Zwijnaarde, en zich verder in dezelfde richting uitstrekkend tot de Rijvisschestraat; dat aan de overzijde van de N60 - recht tegenover het Don Boscocollege - een technologiepark, de campus "Ardoyen", is ingeplant; dat de betrokken gronden volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone waren bestemd tot landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat dezelfde zone bij ministerieel besluit van 25 juli 2005 houdende definitieve rangschikking als landschap van de kastelensite te Zwijnaarde is aangeduid als een overgangszone in de zin van artikel 5 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschaps-zorg; dat dit ministerieel besluit door verzoeker eveneens is aangevochten met een beroep tot nietigverklaring, dat thans nog hangende is (zaak A. 167.941); dat recht tegenover de zone voor wetenschapspark in de Rijvisschestraat de ingang naar het kasteel "Nieuwgoed" is gesitueerd; dat de ruimte tussen het wetenschapspark en de woning van verzoeker door het bestreden besluit wordt bestemd tot agrarisch gebied en tot vista; dat tijdens het openbaar onderzoek, dat is gehouden van 10 januari 2005 tot 10 maart 2005, o.m. verzoeker een bezwaarschrift heeft ingediend; dat dit bezwaarschrift betrekking heeft op het "deelproject 6C - groenpool Parkbos" en meer X-12.749-2/12 in het bijzonder op het daarin voorziene wetenschapspark; dat de gemeenteraden van de gemeenten De Pinte, Evergem, Gent, Lochristi, Lovendegem, Merelbeke en Sint- Martens-Latem een advies hebben uitgebracht ; dat de provincieraad van Oost- Vlaanderen op 9 maart 2005 advies heeft uitgebracht; dat de Vlaamse Commissie voor ruimtelijke ordening (hierna "VLACORO") op 28 juni 2005 hieromtrent volgend advies heeft uitgebracht: "(...) Vlacoro dringt aan op nader onderzoek omtrent de noodzaak van een wetenschapspark in de groenpool. De commissie wijst daarbij op het volgende: 1) de groenpool Parkbos is een ambitieus project inzake de ontwikkeling van een aantrekkelijk landschap met belangrijke natuurwaarden, daadwerkelijke boskerngebieden en ruimte voor landbouw. Dergelijk ambitieus groenpool- project kan moeilijk gecombineerd worden met een wetenschapspark, dat onvermijdelijk de landschappelijke waarde zal aantasten en veel autoverkeer zal aantrekken. 2) Op de site van de universiteit zelf bestaan nog heel wat inbreidings- mogelijkheden voor kennisbedrijven. Deze verdichtingsmogelijkheden moeten bij voorrang worden benut omdat hierdoor de beschikbare ruimte efficiënter wordt gebruikt. 3) De landschappelijk waardevolle open ruimte, die gelet op het waterzieke karakter van de bodem beter een functie krijgt die aansluit bij het parkbos, wordt nodeloos aangesneden. Door te kiezen voor alternatieve locaties wordt dit vermeden en kan de groenpool beter tot zijn recht komen. Vlacoro adviseert om het terrein voor het wetenschapspark een open ruimte- bestemming te geven die past binnen de filosofie van het parkbos"; dat de Raad van State, afdeling wetgeving, op 1 december 2005 advies heeft uitgebracht (39.388/1); dat de Vlaamse regering bij het thans bestreden besluit van 16 december 2005 het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening grootstedelijk gebied Gent" definitief heeft vastgesteld; dat de normatieve delen van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan zijn gevoegd bij dit besluit als bijlagen I en II: - bijlage I bevat het grafisch plan en het onteigeningsplan; - bijlage II bevat de stedenbouwkundige voorschriften bij het grafisch plan; dat de niet-normatieve delen van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan zijn gevoegd bij dit besluit als onderdeel van bijlage III - de toelichtingsnota (tekst en kaarten) - en bijlage IV - het ruimtelijk veiligheidsrapport - met name: 1/ een weergave van de feitelijke en juridische toestand, meer bepaald de tekstuele toelichting en de kaarten; 2/ de relatie met het ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen; X-12.749-3/12 3/ een lijst van de voorschriften die strijdig zijn met het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en die worden opgeheven; 4/ het ruimtelijk veiligheidsrapport; dat in vergelijking met het voorlopig vastgestelde gewestelijk ruimtelijk uitvoerings- plan de zone voor wetenschapspark wordt ingeperkt, en dat ook de stedenbouw- kundige voorschriften en de toelichtingsnota zijn herwerkt op basis van een bijkomende stedenbouwkundige studie die een inrichtingsschets omvat; dat het bestreden besluit hieromtrent overweegt wat volgt: "Overwegende dat Vlacoro naar aanleiding van een aantal opmerkingen, bezwaren en adviezen heeft aangedrongen op een nader onderzoek omtrent de noodzaak van een wetenschapspark in de groenpool parkbos; dat in navolging van dit advies en de bezwaren de motivering, het grafisch plan, de stedenbouw- kundige voorschriften en de toelichtingsnota zijn herwerkt op basis van een bijkomende stedenbouwkundige studie die een inrichtingsschets omvat; dat volgende aspecten het behoud van het wetenschapspark in de groenpool parkbos motiveren: - grootstedelijke gebieden spelen de hoofdrol in het verhogen van aanbod aan economische activiteiten en wonen; het aanbod aan (bouwrijpe en realiseerbare) bedrijventerrein in het grootstedelijk gebied Gent is op dit ogenblik zeer beperkt; binnen het afbakeningsproces is geopteerd voor een aanbod op twee gelijkwaardige sporen, met name het beschikbaar maken van het bestaande aanbod en het realiseren van een bijkomend aanbod op nieuwe locatie; wat betreft het realiseren van een bijkomend aanbod worden nieuwe locaties voorzien voor zowel kennisbedrijvigheid, kleinhandel als gemengde regionale bedrijventerreinen; in functie van het economisch profiel van Gent wordt voornamelijk ingezet op arbeidsintensieve en hoogwaardige activiteiten; - de locatie aan de Oudenaardse Steenweg/Grote Steenweg Noord is bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van een wetenschapspark gelet op de ligging aan de overzijde van de bestaande Campus Ardoyen: samen vormen deze wetenschapsparken de tweede ontwikkelingsas van de Gentse kennispoort; de uitbouw van het nieuwe wetenschapspark in samenhang met de bestaande campus aan de overzijde van de N60, met gemeenschappelijke faciliteiten, is mogelijk; (...)alternatieve locaties als Flanders Expo of het Eilandje worden ontwikkeld in functie van een ander profiel in functie van een aanbodbeleid voor verschillende en elkaar aanvullende types bedrijvigheid in het groot-stedelijk gebied; - één van de in het afbakeningsproces geformuleerde concepten is dat nieuwe locaties gesitueerd worden op knooppunten van de R4 en hoofdassen van openbaar vervoer, hetgeen van toepassing is op de ter hoogte van de Oudenaardse Steenweg gesitueerde locatie vermits de Oudenaardse steenweg wordt aangekoppeld op de R4 en de openbaar vervoerslijn 7 een bestaande stamlijn is; het knooppunt van de N60 ter hoogte van de Campus Ardoyen is recent heraangelegd, waarbij rekening is gehouden met bijkomend verkeer dat gegenereerd wordt door het wetenschapspark; daarnaast liggen de piekmomenten van mobiliteit gegenereerd door de aanpalende school op andere momenten dan die gegenereerd door het wetenschapsparkgebied; Overwegende dat binnen de multifunctionaliteit van de groenpool Parkbos een aanvullende economische rol wordt opgenomen door de ontwikkeling van hoogwaardige kennisbedrijvigheid verbonden aan de universiteit en X-12.749-4/12 onderzoekscentra; dat gezien de ligging van het wetenschapspark binnen de groenpool Parkbos evenwel bijzondere aandacht dient te gaan naar de draagkracht van de plek en de inpassing in de omgeving; dat het grafisch plan, de stedenbouwkundige voorschriften en de toelichtingsnota zijn bijgesteld met als uitgangspunt dat door het streven naar een minimale footprint en ontsluiting, een maximale integratie in het landschap kan bereikt worden en dat een optimale verwevenheid tussen een werkmilieu, een woonmilieu en natuur leidt tot een kwalitatief en samenhangend geheel; dat de voorziene inrichting ook is afgestemd op de omgeving (open ruimte en Don Bosco) door het openhouden van belangrijke zichtrelaties, door aangepaste bouwhoogtes en door te kiezen voor één centrale toegang; dat geen woonstraten worden ingezet voor de ontsluiting; dat daarnaast de mogelijkheid wordt gecreëerd om de plek in te vullen met een flexibel programma; dat deze visie in de toelichtingsnota verder is uitgewerkt in ruimtelijke concepten en in een informatieve structuurschets; dat volgende aanpassingen aan het grafisch plan en de stedenbouwkundige voorschriften zijn doorgevoerd: - de beoordelingscriteria voor de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag zijn uitgebreid en verduidelijkt, onder meer op het vlak van de impact op mobiliteit en verkeersleefbaarheid, en met betrekking tot de waterhuishouding; wat betreft de waterhuishouding dient opgemerkt dat het betreffende gebied hoger gelegen is en geen overstromingsproblematiek kent; - de inrichtingsprincipes zijn verder uitgewerkt en duidelijk omschreven in de stedenbouwkundige voorschriften, met onder meer de aanduiding van een bosbufferzone tussen het wetenschapspark en de bebouwing aan de Reivisschestraat en aan de Grote Steenweg en de bebouwing van het wetenschapspark en ter hoogte van het Don Bosco-instituut en met aangepaste bepalingen over parkeren, bouwhoogte, V/T en B/C; - de overgang naar de open ruimte gebeurt door het aanduiden van een agrarisch gebied; - de ontsluiting dient te gebeuren via één toegang van op de N60, die op het grafisch plan symbolisch is weergegeven; palend aan deze ontsluiting is een zone bestemd als woongebied met nabestemming wetenschapspark, om in de mogelijkheid te voorzien om op termijn een 'adresgebouw' te realiseren. De overige woningen palend aan de N60 behouden een woonbestemming. De woonkwaliteit is gegarandeerd door de voorgestelde inrichting. - Doorheen het wetenschapspark wordt met een symbolisch aanduiding voorzien in een langzaam verkeersverbinding tussen Don Bosco en Reyvissche"; dat het stedenbouwkundig voorschrift horend bij het gebied voor wetenschapspark, is opgenomen onder artikel 5 van de stedenbouwkundige voorschriften bij het verordenend grafisch plan 13 - deelproject Parkbos (6C) - en luidt als volgt: "Het gebied voor wetenschapspark is bestemd voor bedrijven waarvan de hoofdactiviteit gericht is op fundamenteel en/of toegepast onderzoek en/of ontwikkeling in samenhang met onderwijs- en opleidingsactiviteiten. Bedrijfswoningen zijn toegelaten voor zover ze geïntegreerd worden in de overige bebouwing. Kleinschalige complementaire voorzieningen welke in hun dienstverlening gericht zijn op de hoge personeelsintensiteit, zijn eveneens toegelaten. De bestemming als wetenschapspark geldt vanaf 2007. Tot zolang geldt de bestemming agrarisch gebied zoals bepaald in artikel 9. Volgende activiteiten zijn niet toegelaten: X-12.749-5/12 - autonome kantoren - kleinhandel - congrescentra. Bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelings- vergunning waarvoor volgens de relevante reglementering een openbaar onderzoek vereist is, wordt door de aanvrager een inrichtingsstudie bijgevoegd. Elke aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning zal mee worden beoordeeld aan de hand van volgende criteria: - zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik; - een kwaliteitsvolle aanleg van het plangebied en afwerking van de bedrijfsgebouwen; - integratie in de groenpool en in het landschap en meer bepaald de inpassing in het aanpalende nat natuurgebied en de beoogde beplanting; - bij de aanleg van het terrein moet het waterbergend vermogen van het gebied zoveel mogelijk worden behouden en het overstromingsrisico worden beperkt; - impact op de mobiliteit en de verkeersleefbaarheid. Minimaal dienen volgende inrichtingsprincipes gerespecteerd te worden: - de ontsluiting van het wetenschapspark voor gemotoriseerd verkeer gebeurt op één centrale as, geënt op de N60, met name doorheen het woongebied met nabestemming wetenschapspark; ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer langs de Rijvisschestraat is niet toegelaten; - doorheen het wetenschapsparkgebied wordt een netwerk voor langzaam verkeer voorzien, in aansluiting op het bestaande en/of te realiseren netwerk van het Parkbos en voor de ontsluiting van Don Bosco; - parkeren wordt geïncorporeerd in het bedrijfsgebouw; een beperkt aantal parkeerplaatsen voor bezoekers van het wetenschapspark en de groenpool kan bovengronds ingericht worden; - de V/T is maximaal 0,6; - de maximale oppervlakte van het terrein die bebouwd kan worden is 30%; - het bouwen van meerdere lagen met een maximum van 20 meter; - bij de aanleg van het terrein moet het waterbergend vermogen van het gebied zoveel mogelijk worden behouden en het overstromingsrisico worden beperkt; - een gefaseerde ontwikkeling is mogelijk; (...)"; Overwegende dat verzoeker de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening grootstedelijk gebied Gent"; Overwegende dat verzoeker zijn belang put uit zijn hoedanigheid van "bewoner van de kasteelsite 'Nieuwgoed', site die paalt aan de Rijvisschestraat, met hoofdingang recht tegenover het terrein waarop het technologiepark zou worden voorzien"; dat hij vreest dat "vooral de leefomgeving op en rond de kasteelsite 'Nieuwgoed' (...) teniet (dreigt

  1. te)worden gedaan"; X-12.749-6/12 Overwegende dat het aangevochten gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan weliswaar een geheel vormt, maar dat een gedeeltelijke vernietiging mogelijk is indien die vernietiging betrekking heeft op een vanuit planologisch standpunt isoleerbaar gebied en de partiële vernietiging niet tot gevolg heeft de algemene economie van het plan aan te tasten; dat onder die voorwaarden ook een gedeeltelijke schorsing mogelijk is; Overwegende dat verzoeker woonachtig blijkt te zijn op het domein "Nieuwgoed", dat paalt aan de Rijvisschestraat; dat aan de overzijde van de Rijvisschestraat het gebied dat tot "wetenschapspark" wordt bestemd, is gelegen; dat verzoeker zelf zijn belang beperkt tot het "deelproject 6C - groenpool Parkbos" (grafisch plan 13), en meer in het bijzonder tot het daarin voorziene "wetenschapspark"; Overwegende dat te dezen, gelet op de opdeling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in deelprojecten naast de vastlegging van de grenslijn en op het duidelijk afgebakend belang van verzoeker, vastgesteld moet worden dat een partiële vernietiging, beperkt tot het deelproject 6C - Groenpool Parkbos, mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de algemene economie van het plan; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat de vordering tot schorsing slechts ontvankelijk is in zover zij het deelproject 6C - Groenpool Parkbos (grafisch plan 13) betreft; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing o.m. dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke X-12.749-7/12 tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat verzoeker in verband met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in essentie aanvoert dat het bestreden gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ertoe strekt het juridisch en planologisch kader te creëren om op de betrokken locatie een technologiepark toe te laten, dat zijn rustig woongenot dreigt te worden aangetast, niet alleen doordat zijn uitzicht op het waardevolle landschap waarvan hij "mocht aannemen dat deze in ere zou worden gehouden", wordt verstoord, maar ook omwille van de mobiliteitsproblematiek die het project zal veroorzaken, en omwille van andere vormen van rechtstreekse hinder (lawaaihinder, geurhinder, lozing van afvalwater, ...) die "evident" met de exploitatie zullen gepaard gaan en "bovenal" omwille van het feit dat de waterhuishouding van "dit van nature overstroombaar en recent herhaaldelijk overstroomd gebied" totaal zal ontregeld worden; Overwegende dat de omstandigheid dat het bestreden plan van aanleg de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen en milieuvergunningen mogelijk maakt, op zich geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aantoont in hoofde van verzoeker; dat, wat het aangevoerde verlies aan uitzicht betreft, bij de beoordeling van de ernst ervan eveneens rekening dient te worden gehouden met de relatief grote afstand tussen het gebied dat tot wetenschapspark wordt bestemd en de eigenlijke woning van verzoeker, en met de bestemming van de tussenliggende gronden; dat verzoeker hierover geen gegevens verstrekt; dat volgens de grafische kaart deze afstand enkele honderden meters bedraagt; dat blijkens het grafisch plan 13 de tussenliggende ruimte wordt bestemd tot agrarisch gebied en tot vista; dat luidens artikel 1 van de bijhorende stedenbouwkundige voorschriften in de gebieden die tot vista zijn bestemd het oprichten van nieuwe vergunningsplichtige constructies en het aanplanten van groenmassieven die het zicht belemmeren of schaden verboden zijn; dat in de gegeven omstandigheden niet kan worden aangenomen dat de inplanting van het betrokken wetenschapspark het uitzicht dat verzoeker thans geniet dermate zal verstoren dat het als een ernstig nadeel kan worden aangemerkt; dat X-12.749-8/12 voorts het door hem ingeroepen vertrouwen dat het "waardevolle landschap in ere zou worden gehouden", niet aannemelijk wordt gemaakt; dat met betrekking tot de door hem ingeroepen gewestplanbestemming rekening moet worden gehouden, enerzijds met artikel 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, luidens welk de plannen van aanleg "blijven gelden totdat zij door andere plannen kunnen worden vervangen", en anderzijds met artikel 201 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, luidens welk "de voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen (...) voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften (vervangen) van de plannen van aanleg"; dat, met toepassing van deze laatste bepaling het grafisch plan, dat aangeeft voor welk gebied of voor welke gebiedsdelen het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan van toepassing is en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften vaststelt, die delen van het gewestplan die op het betrokken gebied van toepassing waren, van rechtswege opheft; dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat een wijziging van de bestemming decretaal is toegestaan; dat verzoeker er derhalve niet wettig op kon vertrouwen dat de bestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied in de toekomst ongewijzigd zou blijven; dat bovendien rekening moet worden gehouden met het inmiddels tussengekomen Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dat de beleidsopties voor de toekomst op regionaal vlak heeft vastgesteld; Overwegende voorts dat het koninklijk besluit van 21 december 1994 dat o.m. het gebied voor wetenschapspark heeft beschermd als landschap, door de Raad van State is vernietigd bij arrest nr. 119.753 van 23 mei 2003 en aldus moet worden geacht nooit te hebben bestaan; dat verzoeker ervoor heeft geopteerd het rangschikkingsbesluit van 25 juli 2005, dat aan de betrokken zone slechts de status van overgangszone toekent, enkel aan te vechten met een annulatieberoep, en niet met een vordering tot schorsing; dat in de huidige stand van het geding derhalve rekening moet worden gehouden met de status van overgangszone; dat ten slotte de landschapsatlas tot op heden nog steeds een document met een administratieve en wetenschappelijke waarde is, doch zonder juridische waarde; Overwegende, wat de mobiliteitsproblematiek betreft, dat deze door verzoeker wordt gelinkt, enerzijds aan het reeds verzadigd zijn van de ovonde, anderzijds aan de extra druk die uitgaat van de door het bestreden plan voorziene zone voor kantoorachtigen verderop langs de Rijvisschestraat; dat niet wordt betwist dat het gebied voor wetenschapspark uitweegt langs de N60 (ten oosten van het X-12.749-9/12 wetenschapspark en op ruime afstand van verzoekers eigendom) en niet langs de Rijvisschestraat; dat verzoeker in gebreke blijft toe te lichten in welk opzicht het mogelijks oververzadigd geraken van de ovonde hem persoonlijk treft; dat het mogelijks uitwegen van de zone voor kantoorachtigen via de Rijvisschestraat en de daaruit voortvloeiende hinder voor verzoeker niet in aanmerking kan worden genomen in het kader van voorliggende vordering; dat verzoeker immers zijn belang put uit zijn hoedanigheid van bewoner van de kasteelsite recht tegenover het wetenschapspark; dat de mogelijke hinder te wijten aan de ontsluiting van de zone voor kantoorachtigen niet in causaal verband staat tot de betrokken zone voor wetenschapspark; Overwegende dat de andere vormen van rechtstreekse hinder (lawaaihinder, geurhinder, lozing van afvalwater, ...) door verzoeker zonder meer worden voorgesteld als "evident"; dat evenwel luidens het bijhorend stedenbouw- kundig voorschrift bij het gebied voor wetenschapspark (artikel 5) dit gebied in eerste instantie is "bestemd voor bedrijven waarvan de hoofdactiviteit gericht is op fundamenteel en/of toegepast onderzoek en/of ontwikkeling in samenhang met onderwijs- en opleidingsactiviteiten"; dat, gelet op deze bestemming en gelet op de relatief grote afstand tussen het gebied voor wetenschapspark en de woning van verzoeker, de door hem ingeroepen vormen van hinder niet zonder meer als "evident" kunnen worden beschouwd; dat bovendien niet vaststaat dat die hinder in voorkomend geval niet zou kunnen worden verholpen middels de vereiste milieuvergunning; Overwegende, wat de waterproblematiek betreft, dat daargelaten het feit dat verzoeker niet toelicht in welk opzicht de beweerde ontregeling van de waterhuishouding hem persoonlijk treft, vastgesteld dient te worden dat partijen elkaar m.b.t. de feitelijke situatie tegenspreken: dat verzoeker het betrokken gebied aanduidt als een "van nature overstroombaar en recent herhaaldelijk overstroomd gebied"; dat volgens de verwerende partij en het bestreden plan het betrokken gebied niet behoort tot de recent overstroomde gebieden of gebieden met overstromingsrisico’s, maar dat er wel meer naar het westen (omgeving Scheidbeek) laaggelegen gronden zijn die geregeld onder water staan en door het bestreden plan worden bestemd tot nat natuurgebied; dat de uiteenzetting van verzoeker te dezen neerkomt op een herhaling van de wettigheidskritiek geformuleerd onder zijn eerste middel; dat de vereiste dat ernstige middelen worden ingeroepen die de vernietiging van de aangevochten akte kunnen verantwoorden en de vereiste dat de onmiddellijke X-12.749-10/12 tenuitvoerlegging van deze akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen twee van elkaar te onderscheiden vereisten zijn die beide afzonderlijk dienen te worden vervuld om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat aldus het voorhanden zijn van een ernstig middel op zich niet aantoont dat de aangevochten akte aan een verzoeker ook een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat het argument inzake de waterproblematiek, zoals uiteengezet door verzoeker, niet dienstig kan worden ingeroepen; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de uiteenzetting van verzoeker geen afdoende concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-12.749-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien september 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.749-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.463 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.009 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.