id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.487 Rolnummer: A. 139290/IX-3875 Zaak: Arrest 162487 - - 18/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-28 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 03:59 Fiche Arrest nr 162.487 van 18 september 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.487 van 18 september 2006 in de zaak A. 139.290/IX-
- In zake :
- de NV Apotheek Willem STAELS,
- de BVBA Apotheek STASSIJNS, die woonplaats kiezen bij advocaat R. ASCRAWAT, kantoor houdende te VEURNE, Kaaiplaats 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson-Snelstraat
- tussenkomende partij : Lutgarde BUYDENS, die woonplaats kiest bij advocaat H. DEMEESTER, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Apotheek Willem STAELS en de BVBA Apotheek STASSIJNS op 17 juli 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit genomen op 21 maart 2003 door de minister van Volksgezondheid, waarbij aan Lutgarde BUYDENS een vergunning wordt verleend voor het wijzigen van het adres van de eerder verleende vergunning tot het openen van een voor het publiek open te stellen apotheek te 9402 Meerbeke- Ninove, Brusselsesteenweg 583 naar een nieuw adres, Brusselsesteenweg 600 te Meerbeke-Ninove; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 6 oktober 2003; Gelet op de beschikking van 5 november 2003 die de tussenkomst van Lutgarde BUYDENS toelaat; IX-3875-1/7 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd G. JACOBS; Gelet op de beschikking van 23 januari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 15 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 september 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. ASCRAWAT die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J.-F. DE BOCK die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat H. DEMEESTER die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Bij ministerieel besluit van 30 maart 2001 wordt aan Lutgarde BUYDENS een vergunning verleend voor het openen van een voor het publiek opengestelde apotheek te Ninove, deelgemeente Meerbeke, Brusselsesteenweg nr.
- Het annulatieberoep dat de huidige verzoekende partijen tegen dat besluit hebben ingesteld, wordt verworpen bij arrest nr. 162.486 van 18 september
- IX-3875-2/7 1.
- Op 9 mei 2001 vraagt Lutgarde Buydens in toepassing van artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken de wijziging van het adres van de vergunning toe te staan van de Brusselsesteenweg 583 naar de Brusselsesteenweg
- 1.
- Op 22 november 2002 brengt de farmaceutisch inspecteur een ongunstig advies uit over de aanvraag. 1.
- Op 12 maart 2003 brengt de commissie van beroep een gunstig advies uit over de aanvraag. 1.
- Op 21 maart 2003 verleent de minister van Volksgezondheid, zich aansluitend bij dat advies, de thans bestreden vergunning tot adreswijziging. 2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij opwerpt dat het beroep laattijdig werd ingesteld; dat zij betoogt dat het verzoekschrift dateert van 17 juli 2003, dat de officina echter reeds werd geopend op 27 maart 2003, zij duidelijk zichtbaar is met het gewone insigne dat ‘s avonds overigens verlicht is, dat op 3 april 2003 er een vergadering van de wachtdienst van apothekers plaatshad waarop naast haarzelf ook de eerste verzoekende partij aanwezig was in de persoon van apotheker STAELS, dat op die vergadering de wachtdienst werd vastgelegd die per fax op 12 april 2003 werd verstuurd naar alle apothekers van de wachtdienst en waarop duidelijk het adres van de nieuwe vestiging als dusdanig werd aangeduid en mee opgenomen in de wachtdienst; dat volgens de tussenkomende partij, zo de tweede verzoekster er niet aanwezig was, het toch moeilijk aan te nemen is dat deze niet in kennis zou gesteld zijn door eerste verzoekster, noch voor het openen, noch voor het inrichten van de wachtdienst, noch aan te nemen is dat tweede verzoekster de nieuwe vestiging niet opgemerkt zou hebben; 2.
- Overwegende dat het bestreden besluit niet diende te worden betekend aan de gevestigde apothekers noch moest worden bekend gemaakt op enige vastgestelde wijze; dat het beroep tot nietigverklaring dan ook, krachtens artikel 4 van het procedurereglement, op straf van niet-ontvankelijkheid diende te worden ingesteld binnen de termijn van zestig dagen die ingaat “met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad”; dat de bewijslast omtrent het werkelijk kennis hebben van het bestreden besluit rust op degene die aanvoert dat de verzoekende IX-3875-3/7 partij meer dan zestig dagen voor het indienen van het annulatieberoep van dat besluit kennis had; dat in tegenstelling tot wat de tussenkomende partij lijkt aan te nemen, de omstandigheid dat verzoekende partijen zouden hebben kunnen vaststellen dat de vergunde apotheek geopend was op een andere plaats dan die waarvoor de vergunning oorspronkelijk was verleend, nog niet betekent dat zij wisten dat daarvoor een vergunning was verleend noch welke de essentiële bestanddelen van die beslissing waren; dat de verzoekende partijen met een ter post aangetekende brief van 5 mei 2003, dus binnen de maand na de opening, bij de verwerende partij om inlichtingen hebben gevraagd; dat de tussenkomende partij niet aantoont dat de verzoekers kennis hadden van het bestreden besluit meer dan zestig dagen vooraleer zij hun beroep hebben ingesteld; dat de exceptie niet opgaat; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partijen één middel aanvoeren, geput uit de schending van artikel 14, §2, artikel 1, §1 en artikel 1, §3, van het koninklijk besluit van 25 september 1974; dat zij, verwijzende naar het bepaalde in artikel 14, §2, voornoemd, vooreerst aanvoeren dat in de bestreden vergunning nergens de dwingende reden volgens de geest van de wet wordt gerechtvaardigd en dat er in dezen geen sprake is van “dwingende redenen” aangezien de redenen die worden ingeroepen reeds bestonden op het moment van de aanvraag en een dwingende reden een verandering is van de situatie na de aanvraag, onafhankelijk van de wil van de aanvrager en, voorts, dat evenmin voldaan is aan een andere voorwaarde vermeld in artikel 14, §2 , namelijk dat de commissie van beroep die het advies heeft uitgebracht dat als basis diende voor het toekennen van de vergunning, van oordeel is dat de spreiding van de apotheken erdoor verbetert of geenszins wordt gewijzigd; dat wat dat betreft de verzoekende partijen, die zich voor het begrip “spreiding” beroepen op artikel 1, §1, van het koninklijk besluit van 25 september 1974, met verwijzing naar het advies van de farmaceutische inspecteur stellen dat dit niet het geval is omdat er nog minder inwoners aangewezen zullen zijn op het nieuwe adres; 3.2.
- Overwegende dat artikel 14, §2, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 luidt als volgt : “Wegens duidelijk gebleken dwingende redenen mag een wijziging van het adres van de vergunning worden verleend door de minister, op voorwaarde dat het nieuw adres dezelfde omgeving in de betrokken gemeente betreft en dat de Vestigingscommissie die het advies heeft uitgebracht dat als basis diende voor het toekennen van de vergunning, van oordeel is dat de spreiding van de apotheken erdoor verbetert of geenszins wordt gewijzigd.” IX-3875-4/7 Overwegende dat wat het aangevoerde gebrek van een dwingende reden betreft, het advies van de commissie van beroep als volgt gemotiveerd is : “Er dient thans nog onderzocht te worden als er ook duidelijk dwingende redenen aanwezig zijn tot adreswijziging. De aanvraagster geeft als reden op dat, gezien de verlopen tijdspanne gebleken is dat de betrokken woning thans niet meer kan voldoen aan de vereiste van een moderne apotheek zodat zij diende uit te zien naar een andere woning. Een meer geschikte woning werd gevonden aan de overzijde van de Brusselse- steenweg op het huisnummer
- Het betreft een overplaatsing in vogelvlucht van 53,50 meter. De nieuwe woning is een woon- en handelshuis waaraan verbouwingswerken werden uitgevoerd voor een verbetering van de dienstverlening aan het publiek zoals blijkt uit een foto en een plan van een apotheekinrichting opgemaakt door de N.V. Medicor. Uit de voorgelegde foto’s van de beide woningen blijkt ook duidelijk dat de nieuwe vestigingsplaats beter voldoet aan de huidige vereisten van een moderne apotheek. In de huidige tijdsomstandigheden is dit zonder twijfel een noodzaak geworden. Er is ook parkinggelegenheid vóór deze nieuwe vestiging. Uit deze gegevens blijkt het duidelijk dat er hier ook dwingende redenen aanwezig zijn voor het toekennen van de gevraagde adreswijziging.” Overwegende dat artikel 14, § 2, de minister machtigt het adres te wijzigen van een apotheek waarvoor een vestigingsvergunning werd verleend, maar die nog niet werd geopend; dat de Raad van State niet in de plaats van de minister na dient te gaan of in feite “duidelijk dwingende redenen” voorhanden waren om de bestreden adreswijziging toe te staan; dat belast met de wettelijkheidscontrole van de beslissingen die hem ter vernietiging worden overgelegd, de Raad van State echter wel bevoegd is om beslissingen te vernietigen die op onbestaande feiten of op kennelijk onredelijke beoordelingen zijn gegrond; dat, in tegenstelling met wat de verzoekende partijen beweren, het de minister naar recht en redelijkheid niet verboden is rekening te houden met de duur van een vergunningsprocedure - die te dezen meer dan 10 jaar heeft aangesleept- in de mate dat hij dat gegeven betrekt op “de huidige vereisten van een moderne apotheek”; 3.2.
- Overwegende dat wat het gegeven “spreiding van de apotheken” betreft, de bestreden beslissing de volgende motivering bevat : “De dichtst bijgelegen apotheek, zijnde Ap. W. Staels blijft zich bevinden op ongeveer 2 km. zoals voorheen. De vestiging op het nieuwe adres kan verder ook blijven rekenen op hetzelfde inwonersaantal van 2.646 zoals de geplande apotheek op het oorspronkelijk adres in de Brusselsesteenweg, huisnummer
- De spreiding van de apotheken wordt hier dus ook niet gewijzigd.” IX-3875-5/7 Overwegende dat de argumenten welke de verzoekende partijen ter staving van hun stelling ter zake aanvoeren, grotendeels een herhaling vormen van die welke zij hebben aangevoerd in hun beroep tegen de oorspronkelijke vergunning en die door het voormelde arrest nr. 162.486 van 18 september 2006 zijn verworpen; dat overigens niet is voorgeschreven dat de beslissing over de adreswijziging tevens rekening dient te houden met de bepalingen van artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 25 september 1974; dat de verzoekende partijen niet aantonen dat de commissie van beroep op onredelijke wijze geoordeeld heeft dat de spreiding van de apotheken door de adreswijziging niet wordt gewijzigd; dat het middel niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. IX-3875-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien september 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3875-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.487 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.