← België

Arrest 162579 - - 21/09/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.579 Rolnummer: A. 97971/VII-23110 Zaak: Arrest 162579 - - 21/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-27 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 04:26 Fiche Arrest nr 162.579 van 21 september 2006 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.579 van 21 september 2006 in de zaak A. 97.971/VII-23.

  1. In zake :
  2. de v.z.w. 't UILEKOT,
  3. Lydie DE RO, die woonplaats kiezen bij advocaat J. CALLEBAUT, kantoor houdende te AALST, Binnenstraat 39/1 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. 't UILEKOT en Lydie DE RO op 30 november 2000 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 16 september 2000 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 9 maart 2000 houdende het verlenen van de vergunning aan de n.v. TRANSPORT DEMETS, Roeselaarsestraat 179, 8890 Moorslede, om een klei-ontginning te exploiteren, gelegen aan de Kouterstraat zonder nummer, te 9950 Herzele; Gelet op het arrest nr. 95.570 van 17 mei 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 6 juni 2001; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 5 juli 2001 ingediend door de eerste verzoekende partij; VII-23.110-1/3 Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 27 maart 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de eerste verzoeken- de partij op 7 april 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de tweede verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 95.570 van 17 mei 2001 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de tweede verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat de eerste verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, ervan in kennis werd gesteld dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de eerste verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; VII-23.110-2/3 Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de eerste verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de eerste verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de eerste verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig september tweeduizend en zes, door : Mevr.. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-23.110-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.579 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.95.570 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.