id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.585 Rolnummer: A. 168132/VII-35016 Zaak: Arrest 162585 - - 21/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-28 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-01 04:29 Fiche Arrest nr 162.585 van 21 september 2006 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.585 van 21 september 2006 in de zaak A. 168.132/VII-35.
- In zake : de n.v. MEDGENIX BENELUX, gevestigd te WEVELGEM, Vliegveld 21 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat T. BALTHAZAR, kantoor houdende te GENT, Onderbergen
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. MEDGENIX BENELUX op 25 november 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het koninklijk besluit van 17 september 2005 houdende verbod van de aflevering van bepaalde geneesmiddelen die efedrine bevatten (Belgisch Staatsblad 20 oktober 2005); Gelet op het arrest nr. 158.053 van 27 april 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 3 mei 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van VII-35.016-1/3 geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 158.053 van 27 april 2006 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-35.016-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig september tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-35.016-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.585 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.053 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.