id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.596 Rolnummer: A. 139576/XII-3913 Zaak: Arrest 162596 - - 21/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-29 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-01 04:32 Fiche Arrest nr 162.596 van 21 september 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.596 van 21 september 2006 in de zaak A. 139.576/XII-
- VERVALLENVERKLARING VAN HET MANDAAT VAN LID VAN DE DISTRICTSRAAD VAN DEURNE In zake : Guido TASTENHOYE, die woonplaats kiest bij advocaat E. Pison, kantoor houdende te Strombeek-Bever, Lakensestraat 41 bus 6 tegen: Walter DAMEN, die woonplaats kiest bij advocaat R. Pockele-Dilles, kantoor houdende te Antwerpen, Stoopstraat 1 bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Guido Tastenhoye op 24 juli 2003 heeft ingediend om hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van 26 juni 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij zijn verzoek tot vervallenverklaring van Walter Damen van diens mandaat van lid van de districtsraad van Deurne ongegrond wordt bevonden; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 24 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verwerende partij; Gelet op de beschikking van 9 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 april 2006; XII-3913-1/13 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. Pison, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Garmijn, die loco advocaat R. Pockele-Dilles verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gezien het 4 mei 2006 gedateerde verzoek tot heropening van de debatten vanwege de verwerende partij; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker en verwerende partij werden op 8 oktober 2000 verkozen tot lid van de districtsraad van Deurne. 1.
- Met een brief van 5 februari 2003 deelt verzoeker aan de voorzitter van het district Deurne mee dat hij heeft vernomen dat verwerende partij niet langer te Deurne woont. Hij verzoekt de voorzitter om, overeenkomstig hetgeen is voorgeschreven door de nieuwe gemeentewet, de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen hiervan in kennis te stellen. 1.
- Op 20 maart 2003 gelast de bestendige deputatie hoofdcommissaris van politie Robert Sas, verbindingsofficier bij de gouverneur van de provincie Antwerpen, met een onderzoek naar “de woon- en/of verblijfplaats” van verwerende partij. De hoofdcommissaris stelt op 15 mei 2003 een verslag op. Daarin stelt hij : “l - onderzoek van de administratieve toestand. Uit nazicht in het rijksregister bleek het volgende : XII-3913-2/13 Damen, Walter Hugo Cecile, Geboren te Wilrijk op 5 september 1971, Belg, advocaat, is op 2 februari 2002 gehuwd met Baetslé, Alexia Godelieve Bernadette en is sinds zijn geboorte ingeschreven te 2100 Deurne, Zeearendstraat
- (zie bijlage 1) Op dit adres zijn eveneens ingeschreven : Damen, Joseph (/05.11.1934) en Hoskens, Lucienne (/23.10.1939), de ouders van Damen, Walter (zie bijlage 2) Zijn echtgenote : Baetslé, Alexia Godelieve Bernadette, Geboren te Mol op 2 september 1972, Belg, advocaat, Is sinds 4 juni 1998 ingeschreven te 2000 Antwerpen, Groenplaats 40/30 (zie bijlage 3) 2 - plaatsbezoek Via de zonechef van de lokale Politie Antwerpen, zone West verzochten wij om medewerking van de kwartieragent teneinde nazicht te verrichten op het adres Groenplaats 40/
- De kwartieragent meldde ons dat hij via de buren vernam dat Baetslé, Alexia, regelmatig op dit appartement gezien wordt. Op 5 mei 2003 begaven wij ons persoonlijk naar de Zeearendstraat 23 te 2100 Deurne. Wij troffen aldaar de ouders van Damen, Walter. Deze was niet aanwezig. Op onze vraag verklaarden beiden dat hun zoon wel degelijk bij hen woont, samen met zijn echtgenote. Op onze vraag toonden zij ons de slaapkamer van hun zoon. Het bed van hun zoon was duidelijk beslapen, de nachtkledij van betrokkene lag nog op het bed. In de kasten lag persoonlijke kledij van zowel Damen, Walter, als Baetslé, Alexia. In de badkamer lagen persoonlijke toiletartikelen van Damen, Walter. In de woning lagen meerdere persoonlijke documenten en briefwisseling, gericht aan Damen, Walter. Na telefonisch kontakt kwam Damen, Walter, naar de woning. 3 - verklaring van betrokkene Damen, Walter, verklaarde op 5 mei 2003, om 11.50u het volgende : ‘Ik ben geen plaatsvervangend rechter. Ik neem kennis van uw opdracht, uitgaande van de Bestendige Deputatie van de provincie Antwerpen. Ik ben sinds 02/02/2002 gehuwd met Baetslé, Alexia. Sindsdien wonen wij afwisselend op mijn en haar adres, in afwachting van een definitieve geschikte woonst. Het leeuwenaandeel van de tijd brengen wij door in Deurne, op mijn adres, waar wij een kamer betrekken in de woning van mijn ouders. Wij hebben dit verblijf verkozen omwille van mijn mandaat als districtraadslid te Deurne. Het adres van mijn echtgenote is omwille van vergetelheid administratief nog niet geregeld. Zodra mijn echtgenote, die gisteren bevallen is, terug op de been is, wordt dit geregeld. Ik betreur deze klacht, aangezien de situatie zoals ze zich nu voordoet, reeds twee jaar dezelfde is, door iedereen geweten is en altijd beschouwd werd als een correcte in[...]vulling van mijn politiek mandaat. Ik wens nogmaals duidelijk te stellen dat het centrum van onze belangen te Deurne is, zoals hierboven verklaard.’ Na lezing, verklaarde betrokkene niets te willen verbeteren of toe te voegen en naamtekende hij met ons om l2.20u op bijgevoegd verhoorblad”. 1.
- Op 26 juni 2003 hoort de bestendige deputatie zowel verzoeker, bijgestaan door een raadsvrouw, als de raadsman van verwerende partij, waarna zij XII-3913-3/13 de bestreden beslissing neemt die op de onderzoeksbevindingen van de hoofdcommissaris en op volgende overwegingen steunt: “Overwegende dat volgens artikel 10 NGW een Lid van de districtsraad, dat niet meer voldoet aan één van de verkiesbaarheidsvereisten, ophoudt deel uit te maken van de districtsraad; dat deze vervallenverklaring dient te worden vastgesteld door de bestendige deputatie, optredend als rechtscollege; Overwegende dat overeenkomstig artikel 1 en 65 van de gemeentekieswet men, om tot gemeenteraadslid te worden verkozen en om dit mandaat te kunnen blijven uitoefenen, in het bevolkingsregister van de gemeente, waar men verkozen is, dient te zijn ingeschreven; Overwegende dat voornoemde artikelen verwijzen naar de bepalingen die dergelijke inschrijvingen regelen, nl. de bepalingen van het KB van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, krachtens welke de inschrijving dient te gebeuren op de plaats van het hoofdverblijf; Overwegende dat de inschrijving in het bevolkingsregister niet voldoende is, maar deze inschrijving moet gesteund zijn op het daadwerkelijke bewonen van de gemeente waar de kandidaat zich verkiesbaar stelt en waar hij in het bevolkingsregister ingeschreven is als hebbend aldaar zijn enig verblijf of hoofdverblijf (R.v.St., verk. Mortsel, nr. 23147 van 22 april 1985); Overwegende dat het door verzoeker ter zitting neergelegde uittreksel uit het bevolkingsregister niet bewijst dat de heer W. Damen op het adres Groenplaats 40/30 zou wonen aangezien het attest alleen zijn echtgenote en zijn kind betreft; Overwegende dat betrokkene tijdens het onderzoek toezegde deze toestand spoedig administratief in orde te zullen brengen; Overwegende dat het gevoerde onderzoek door de heer R. Sas, verbindingsofficier bij de gouverneur, voldoende heeft aangetoond dat betrokkene wel degelijk zijn woonplaats heeft bij zijn ouders in de Zeearendstraat 23 te 2100 Deurne; Overwegende dat een geheel van voldoende inlichtingen, bepaalde en overeenstemmende vermoedens als meer dan voldoende feitelijke bewijslast kunnen worden beschouwd (Cass. 8 mei 1980, Arr.Cass. 1979- 1980, pag. 1122 en 1127); Overwegende dat ook de klacht, die in dit verband werd ingediend hij de lokale politie Antwerpen, werd geseponeerd; Overwegende dat uit de stukken van het dossier, het plaatsbezoek, de verklaring van betrokkene, het onderzoek van de verbindingsofficier van de gouverneur, blijkt dat de werkelijke woonplaats van de heer W. Damen wel degelijk te Deurne is; Overwegende dat de heer W. Damen aldus aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoet; Overwegende dat de klacht van de heer G. Tastenhoye bijgevolg ongegrond is”. XII-3913-4/13
- Het voorwerp van de zaak. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij met een brief van 20 april 2006 meedeelt dat zij afstand heeft gedaan van haar mandaat als lid van de districtsraad en dat de onderhavige zaak bijgevolg sinds 23 maart 2006 zonder voorwerp is; Overwegende dat verwerende partij met een verzoek van 4 mei 2006 vraagt de debatten te heropenen opdat kan worden vastgesteld dat zij geen afstand van haar mandaat heeft gedaan, maar ontslag heeft genomen uit de districtsraad; 2.
- Overwegende dat een districtsraadslid van zijn mandaat vervallen moet worden verklaard met ingang van het tijdstip waarop hij niet meer de vereisten van verkiesbaarheid vervult; dat ter zake niet van belang is of, en wanneer, hij eventueel “afstand” van zijn mandaat heeft gedaan of ontslag uit de districtsraad heeft genomen; dat hieruit volgt dat er geen reden is om op het verzoek tot heropening van de debatten in te gaan, noch om het beroep “zonder voorwerp” te achten;
- De grond van de zaak. 3.
- Overwegende dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van “het motiveringsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen”; dat hij betoogt dat een bestuurshandeling de burger niet enkel op de hoogte moet brengen van de motieven die de beslissing verantwoorden, doch dat deze motieven in feite en in rechte juist, samenhangend en afdoende moeten zijn, dat “het de wil van de wetgever geweest is dat er niet alleen een motivering wordt vermeld in de beslissing, maar dat deze (formele) motivering ook daadkrachtig moet zijn (materiële motivering)”, dat een schending van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen met andere woorden zowel een schending van de formele, als van de materiële motiveringsplicht kan uitmaken, dat in de beslissing de juridische én de feitelijke overwegingen moeten worden opgenomen die eraan ten grondslag liggen zodat wanneer slechts één van beide werd vermeld, de motivering onvoldoende is, dat bovendien de feiten die in de beslissing worden vermeld, moeten voortvloeien uit en steun vinden in het dossier, XII-3913-5/13 quod non, dat het volstaat dat er een ernstige reden is om aan de feitelijke correctheid van de motivering te twijfelen; 3.
- Overwegende dat verwerende partij antwoordt dat het bestreden besluit niet enkel formeel, maar ook materieel, is gemotiveerd, dat het alle juridische en feitelijke overwegingen vermeldt die eraan ten grondslag liggen en voorts duidelijk, precies en zonder tegenstrijdigheid aangeeft hoe de juridische regels op grond van de vermelde feiten tot de bestreden beslissing hebben geleid, dat de bestreden beslissing afdoende is gemotiveerd aangezien verzoeker eruit kan afleiden op grond van welke feitelijke en juridische gegevens ze werd genomen, dat de motieven van het bestreden besluit bovendien feitelijk juist zijn aangezien er een grondig onderzoek aan voorafging; 3.
- Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord argumenteert dat de Raad van State het in andere zaken van vervallenverklaring vanzelfsprekend acht dat de politie een buurtonderzoek doet, waarbij niet enkel de betrokken personen en hun ouders worden ondervraagd, maar ook de buren, dat te dezen het buurtonderzoek, zoals uitgevoerd door de hoofdcommissaris, niet aan de “minimumvoorwaarden” beantwoordt en het bestreden besluit om die reden onvoldoende is gemotiveerd, dat het feit dat Walter Damen beweert zijn hoofdverblijfplaats bij zijn ouders te hebben en het feit dat er ter plaatse kleren en wasgerief zijn gevonden, niet opwegen tegen de objectieve vaststelling dat verwerende partij gehuwd is met iemand die elders haar hoofdverblijfplaats heeft, op een adres waar wel alle comfort en ruimte aanwezig zijn en waar ook de gemeenschappelijke zoon is gedomicilieerd, dat onomstotelijk vaststaat dat de motivering van het bestreden besluit feitelijk niet correct is; 3.
- Overwegende dat Walter Damen in de laatste memorie stelt dat hij in Deurne geboren en getogen is en dat zijn politieke carrière er zich steeds heeft afgespeeld, dat hij, ondanks zijn huwelijk, omwille van zijn politiek mandaat nog steeds vier dagen per week bij zijn ouders verblijft, dat ook zijn echtgenote in oktober 2003 in het bevolkingsregister van Deurne werd ingeschreven en vaak in Deurne verblijft, doch wegens professionele redenen drie dagen per week in Berchem verblijft, waar hijzelf en zijn echtgenote een bijkantoor hebben, dat de woning in Berchem wordt gerenoveerd zodat zijn gezin het in 2006-2007 zou kunnen bewonen, waardoor het evident is dat hijzelf en zijn echtgenote er regelmatig worden gesignaleerd, dat het gevoerde onderzoek niet volstaat om het wettelijke vermoeden XII-3913-6/13 te weerleggen aangezien de afstapping ter plaatse slechts éénmaal gebeurde en het ondervragen van de buren slechts een beperkte tijd in beslag nam, dat in Deurne slechts twee van de vijf gecontacteerde buren stellen dat de kinderen het huis uit zijn en zij geen verdere details geven, dat niet werd gevraagd of hij geregeld bij zijn ouders slaapt of verblijft, dat van de twee gecontacteerde buren in Berchem slechts één buur meent dat er een jong gezin verblijft, dat geen vragen werden gesteld over de tijdstippen waarop betrokkenen in Berchem worden gesignaleerd en of dit al dan niet in het kader van hun professionele activiteit is, dat zijn echtgenote nooit werd gehoord, dat geen rekening werd gehouden met het feit dat hij zijn vrije tijd in Deurne doorbrengt, waar zijn “algemeen sociaal leven” zich afspeelt, dat de woning in Berchem voornamelijk wordt gebruikt voor professionele activiteiten, dat het, gezien de verbouwingswerken, niet verwonderlijk is dat het elektriciteitsverbruik te Berchem hoger is dan dat in Deurne, dat uit de feiten duidelijk blijkt dat hij de intentie had zijn hoofdverblijf in Deurne te behouden, dat hij er bewust voor heeft gekozen zijn centrum van belangen in Deurne te behouden, dat hij het grootste gedeelte van zijn tijd aan de Zeearendstraat 23 te Deurne verblijft - “dé plaats, waar hij nà zijn beroepsactiviteiten naar terugkeert, waar hij zijn echtgenote en zijn kind ziet, waar hij zijn sport beoefent en waar hij zijn sociaal-cultureel-politiek leven heeft uitgebouwd”; 3.5.
- Overwegende dat, in zoverre verzoeker het middel afleidt uit de schending van de formele motiveringsplicht opgelegd door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, moet worden vastgesteld dat het bestreden besluit geen bestuurshandeling betreft van een administratieve overheid bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, doch wel een jurisdictionele beslissing die door de bestendige deputatie als administratief rechtscollege werd genomen, zodat voornoemde wet te dezen niet van toepassing is; dat dit evenwel niet wegneemt dat ook het bestreden besluit formeel moet worden gemotiveerd aangezien de formele motiveringsplicht inherent is aan de rechtsprekende functie, ook wanneer deze door een administratief rechtscollege wordt uitgeoefend; Overwegende overigens dat verzoeker in het middel hoofdzakelijk de schending aanvoert van de materiële motiveringsplicht; dat hij met name betwist dat aan het bestreden besluit deugdelijke motieven ten grondslag liggen; XII-3913-7/13 3.5.
- Overwegende dat luidens artikel 10, eerste lid, van de nieuwe gemeentewet, een lid van het gemeentebestuur dat niet langer voldoet aan één van de verkiesbaarheidsvereisten, ophoudt deel uit te maken van de raad; dat dit voorschrift krachtens artikel 331, § 3, van de nieuwe gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op de leden van de districtsraden; dat luidens artikel 65 van de gemeentekieswet een gemeenteraadslid, om verkozen te kunnen worden en blijven, de in artikel 1 of artikel 1bis bedoelde kiesbevoegdheids- voorwaarden moet behouden; dat krachtens artikel 113 van de gemeentekieswet ook dit voorschrift van overeenkomstige toepassing is op de leden van de districtsraden; Overwegende dat één van de kiesbevoegdheidsvoorwaarden van artikel 1 van de gemeentekieswet de vereiste is ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente; dat de vereiste inschrijving voor de leden van de districtsraden luidens artikel 86 van de gemeentekieswet bovendien een inschrijving moet zijn “als woonachtig in het desbetreffende district”; dat deze inschrijvingsvereiste meer is dan een louter formele voorwaarde; dat de inschrijving moet beantwoorden aan een daadwerkelijk hoofdverblijf van betrokkene in de gemeente of, wanneer het gaat over een lid van een districtsraad, in het desbetreffende district; dat het begrip “hoofdverblijf” daarbij moet worden begrepen in de betekenis die het heeft gekregen in de wetgeving en de reglementering inzake de inschrijving in de bevolkingsregisters; Overwegende dat luidens artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, de hoofdverblijfplaats de plaats is waar de leden van een huishouden dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft; dat artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister stelt dat het bepalen van de hoofdverblijfplaats steunt op een feitelijke situatie, dit wil zeggen het vaststellen van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar; dat in het tweede lid van dezelfde bepaling op niet-limitatieve wijze een aantal elementen worden opgesomd op grond waarvan de feitelijke situatie kan worden vastgesteld: de plaats waarheen betrokkene gaat na zijn beroepsbezigheden, de plaats waar de kinderen naar school gaan, de arbeidsplaats, het energieverbruik XII-3913-8/13 en de telefoonkosten, het gewone verblijf van de echtgenoot of van andere leden van het huishouden; Overwegende dat het vaststellen van de hoofdverblijfplaats derhalve een feitenkwestie is; dat weliswaar de inschrijving in het bevolkingsregister van een bepaalde gemeente, op een welbepaald adres, doet vermoeden dat daaraan een werkelijk hoofdverblijf beantwoordt, maar dit niet uitsluit dat het vermoeden op grond van voldoende overtuigende feitelijke gegevens weerlegd kan worden bevonden; 3.5.
- Overwegende dat verzoeker moet worden bijgevallen waar hij in het middel in essentie doet gelden dat de bevindingen van het onderzoek van de hoofdcommissaris naar de werkelijke hoofdverblijfplaats van verwerende partij, waarop het bestreden besluit wezenlijk steunt, ontoereikend zijn om te besluiten dat zijn klacht inzake het niet langer voldoen door verwerende partij aan de verkiesbaarheidsvoorwaarde van het ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van Antwerpen, als woonachtig te Deurne, ongegrond is; Overwegende dat, niettegenstaande de inschrijving van de echtgenote en de pas geboren zoon van verwerende partij in het bevolkingsregister van Antwerpen op het adres Groenplaats 40/30 ernstige twijfels kon doen rijzen aangaande het overeenstemmen van de inschrijving van verwerende partij in het bevolkingsregister op het adres van zijn ouders aan de Zeearendstraat 23 te Deurne met de werkelijk bestaande feitelijke situatie, het onderzoek van de hoofdcommissaris eerder beperkt is gebleven; dat het alleszins geen overtuigende gegevens heeft opgeleverd die voormelde twijfels vermogen te ontzenuwen : - met betrekking tot de verblijfssituatie op het appartement aan de Groenplaats 40/30 wordt enkel melding gemaakt van de mededeling van de kwartieragent dat hij van de buren heeft vernomen dat de echtgenote van verwerende partij er regelmatig wordt gezien; over de aanwezigheid al dan niet van verwerende partij wordt met geen woord gerept; - op het adres Zeearendstraat 23 worden op 5 mei 2003 alleen de verklaringen van verwerende partij en van zijn ouders genoteerd; er wordt geen navraag gedaan bij buurtbewoners; XII-3913-9/13 - het enkele feit dat verwerende partij de nacht van 4 op 5 mei 2003 bij zijn ouders heeft doorgebracht kan bezwaarlijk uitsluitsel geven daar zijn echtgenote net was bevallen en in het ziekenhuis verbleef; - de verklaring van verwerende partij op 5 mei 2003 dat de inschrijving van zijn echtgenote in het bevolkingsregister van Antwerpen een “vergetelheid” was, kan niet overtuigen aangezien betrokkenen op dat ogenblik toch al langer dan een jaar gehuwd waren en, bovenal, de pasgeboren zoon van het echtpaar een dag eerder eveneens in het bevolkingsregister van Antwerpen op het adres Groenplaats 40/30 werd ingeschreven; 3.5.
- Overwegende dat zich in die omstandigheden een aanvullend onderzoek opdrong naar de werkelijke hoofdverblijfplaats van de verwerende partij; dat dit onderzoek op last van de auditeur-verslaggever is uitgevoerd door de algemene directie : Instellingen en Bevolking van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken; dat de vaststellingen ervan werden opgetekend in een verslag van 3 maart 2005 : - de bevolkingsinspecteurs hebben zowel in de Zeearendstraat te Deurne, als op de Groenplaats te Antwerpen en in de Elisabethlaan te Berchem de buren ondervraagd: -buren in de Zeearendstraat verklaren dat in de woning met nummer 23 de heer Jos Damen en zijn echtgenote verblijven, maar dat de kinderen al enige tijd het huis uit zijn; -een buurvrouw op de Groenplaats verklaart dat verwerende partij en zijn echtgenote samen een huis hebben gekocht “ergens in de Elisabethlaan of de Prins Boudewijnlaan in Berchem”, waar ze samen met hun zoontje verblijven; -buren in de Elisabethlaan bevestigen dat de woning met nummer 49 wordt bewoond door een jong koppel met een kindje; - de tekenen van verblijf van verwerende partij op het adres Zeearendstraat 23 zijn gering, zijn moeder geeft bovendien toe dat “betrokkenen hier niet effectief verblijven”; - het gegeven dat verwerende partij drie tot vier keer per week bij zijn ouders zou overnachten, zoals hij aan de bevolkingsinspecteurs verklaart, kan niet volstaan om zijn inschrijving op dat adres als hoofdverblijf te rechtvaardigen, te XII-3913-10/13 meer daar hij toegeeft dat hij “de andere nachten” bij zijn echtgenote en zoontje vertoeft in hun woning aan de Elisabethlaan 49 te Berchem en dat laatstgenoemden “zelden” in de Zeearendstraat 23 slapen en “hoofdzakelijk” in de Elisabethlaan 49 verblijven; - de woning aan de Elisabethlaan 49 te Berchem is eigendom van Baetslé Damen BVBA (98/100), verwerende partij (1/100) en zijn echtgenote (1/100); - het waterverbruik aan de Zeearendstraat 23 wordt door AWW zeer laag geacht voor vijf personen, er is ook waterverbruik in de woning aan de Elisabethlaan 49, het elektriciteitsverbruik aan de Elisabethlaan 49 te Berchem is aanzienlijk hoger dan aan de Zeearendstraat 23 te Deurne; Overwegende dat de bevolkingsinspecteurs hieruit in redelijkheid konden en mochten besluiten dat het gezin van verwerende partij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd op het adres Elisabethlaan 49 te Berchem; dat het loutere gegeven dat verwerende partij zijn inschrijving in het bevolkingsregister van Antwerpen op het adres van zijn ouders wenst te behouden omwille van zijn mandaat in de districtsraad van Deurne en de politieke gevolgen die het verlies van dat mandaat zou teweegbrengen, aan die conclusie geen afbreuk kan doen; dat het luidens artikel 16, § 3, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister immers niet volstaat dat iemand enkel de bedoeling uit om zijn hoofdverblijfplaats op een gegeven plaats te vestigen om voor het betrokken gemeentebestuur de inschrijving als hoofdverblijfplaats te rechtvaardigen; Overwegende, inzake hetgeen verwerende partij in de laatste memorie nog doet gelden, dat daaromtrent moet worden aangenomen dat feiten uit het verleden niet van doorslaggevende aard zijn bij het vaststellen van iemands tegenwoordige hoofdverblijfplaats daar dit gebeurt op grond van de actuele feitelijke situatie; dat het gegeven dat verwerende partij regelmatig bij zijn ouders overnacht niet noodzakelijk impliceert dat hij daar zijn hoofdverblijf heeft aangezien te dezen meerdere vaststellingen, die door voormeld gegeven niet worden ontkracht, doen besluiten dat hij zijn hoofdverblijf te Berchem heeft; dat voorts de stelling van verwerende partij dat zijn echtgenote vaak in Deurne verblijft in strijd is met zijn eerdere verklaring aan de bevolkingsinspecteur dat zijn echtgenote en hun zoontje XII-3913-11/13 zelden in Deurne slapen en hoofdzakelijk in Berchem verblijven; dat het hoge elektriciteitsverbruik in Berchem bijzonder goed accordeert met het waterverbruik in Deurne, dat “zeer laag” is voor vijf personen; dat ten slotte met betrekking tot de kritiek van verwerende partij op het bevolkingsonderzoek dient te worden opgemerkt dat de bevolkingsinspecteurs een onderzoek hebben verricht dat meerdere onderzoeksbevindingen opleverde die tezamen deden besluiten dat verwerende partij zijn hoofdverblijfplaats niet in Deurne, maar in Berchem heeft; dat de vaststellingen van de bevolkingsinspecteurs niet elk afzonderlijk, maar in hun onderlinge samenhang, in aanmerking moeten worden genomen; dat dan het vermoeden dat verwerende partij haar hoofdverblijfplaats heeft op het adres Zeearendstraat 23 te Deurne, dat voortvloeit uit haar inschrijving in het bevolkingsregister van Antwerpen op dat adres, voor weerlegd dient te worden gehouden; 3.5.
- Overwegende dat moet worden besloten dat verwerende partij niet langer voldoet aan één van de verkiesbaarheidsvoorwaarden, namelijk ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van Antwerpen, als woonachtig te Deurne, en zulks -gelet op het eerste uitvoerig onderzoek ter plaatse van de bevolkingsinspectie en de daarop gesteunde bevindingen- in elk geval vanaf 28 september 2004; dat het enige middel in de aangegeven mate gegrond is, BESLUIT: Artikel
- De beslissing van 26 juni 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij het verzoek van Guido Tastenhoye tot vervallenverklaring van Walter Damen van diens mandaat van lid van de districtsraad van Deurne ongegrond wordt bevonden, wordt vernietigd. Artikel
- Walter Damen wordt met ingang van 28 september 2004 vervallen verklaard van zijn mandaat van lid van de districtsraad van Deurne. XII-3913-12/13 Artikel
- Het door verzoeker onverschuldigd gekweten zegelrecht ten bedrage van 175 euro, wordt hem terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig september 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3913-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.596 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.