id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.923 Rolnummer: A. 176942/XII-4868 Zaak: Arrest 162923 - - 28/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-03 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-01 05:18 Fiche Arrest nr 162.923 van 28 september 2006 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 162.923 van 28 september 2006 in de zaak A. 176.942/XII-
- In zake : Aislinn PARMENTIER, die woonplaats kiest bij advocaat J. Deridder, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A tegen : de VZW SINT-GABRIËLCOLLEGE. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Aislinn Parmentier op 21 september 2006 heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van : “
- de beslissing van de klassenraad voor 4 Economie-Talen van het schooljaar 2005-2006 va onbekende datum, aan verzoekende partij uitgereikt op 29 juni 2006, waarbij aan verzoekende partij een B-attest wordt uitgereikt met clausulering voor alle richtingen ASO
- de beslissing van de klassenraad voor 4 Economie-Talen van het schooljaar 2005-2006 van onbekende datum, zoals zij aan verzoekende partij bij brief van de algemeen directeur is betekend op 1 september 2006 en ontvangen op 4 september 2006, waarbij de eerste beslissing van de klassenraad wordt bevestigd
- de beslissing van de inrichtende macht d.d. 15 september 2006, uitspraak doende in het kader van het intern beroep, om de klassenraad niet opnieuw samen te roepen”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2006, om 14.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4868-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Deridder, die verschijnt voor verzoekster, en van algemeen directeur J. M. Van Gavere en advocaat Ch. Vangeel, die verschijnen voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- Overwegende dat verzoekster tijdens het schooljaar 2005-2006 de lessen volgt als leerling van het tweede jaar van de tweede graad economie-talen van het Sint-Gabriëlcollege te Boechout; dat de delibererende klassenraad op 28 juni 2006 haar een oriënteringsattest B aflevert met uitsluiting voor ASO en met als motivering : “jaartekorten Frans - godsdienst, zwakke resultaten: wisk - eco - fys - Duits ondanks heel veel inzet”; Overwegende dat de algemeen directeur na overleg met de ouders van verzoekster, op 4 juli 2006 meedeelt beslist te hebben om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen omdat “de elementen die u aangebracht hebt, een nieuwe bijeenkomst en beraadslaging van de delibererende klassenraad verrechtvaardigen”; Overwegende dat de algemeen directeur op 30 augustus 2006 aan verzoekster meedeelt “dat de klassenraad na opnieuw bijeen gekomen te zijn, beslist heeft het eerder uitgesproken advies (een B-attest, met uitsluiting van ASO) te handhaven” omdat de klassenraad van oordeel was “dat de argumenten die [u] had aangebracht, wel degelijk gekend waren en dat die derhalve al mee in de discussie in juni betrokken waren” zodat er bijgevolg “geen nieuwe elementen [waren] die [een] gewijzigde beslissing verrechtvaardigen”; dat verwerende partij niet tegenspreekt bij dit schrijven geen afschrift te hebben gevoegd van de desbetreffende beslissing van de delibererende klassenraad; Overwegende dat verzoekster vervolgens bezwaar maakt tegen deze beslissing bij de beroepscommissie, waarbij zij onder meer vraagt de mogelijkheid te onderzoeken van een A-attest of een B-attest met clausulering waarbij toegang tot de humane wetenschappen ASO mogelijk blijft; dat verzoekster XII-4868-2/7 reeds eerder had laten verstaan -en op de hoorzitting van de beroepscommissie opnieuw uiteenzet- de economische richting niet verder te willen zetten en haar redenen had gegeven waarom die overstap nog niet eerder was gebeurd; dat zij ook grieven heeft die verband houden met het vak economie; Overwegende dat een afschrift van het advies van de beroepscommissie aan de Raad van State niet wordt voorgelegd; dat de ouders wel een 15 september 2006 gedateerd schrijven ontvangen van de voorzitter van het schoolbestuur waarin het volgende wordt gesteld : “Hierbij vindt u het antwoord op uw schriftelijk verzoek van 5 september j.l. om de probleemsituatie die rond uw dochter Aislinn is ontstaan, nader te onderzoeken. In verband hiermee ontving ik vandaag het advies van de heer R. Moretus, voorzitter Interne Beroepscommissie, als antwoord op uw bezwaar tegen de beslissing van de delibererende klassenraden (van juli en augustus) om uw dochter Aislinn een B-attest, met clausulering voor ASO, toe te kennen. Aangezien deze commissie van oordeel is dat er geen nieuwe, bijkomende redenen zijn om de delibererende klassenraad bijeen te roepen, heb ik, hiertoe naar behoren gemandateerd door het Schoolbestuur van het Sint-Gabriëlcollege, beslist dit advies te volgen. Uit dit advies blijkt dat dit bezwaar (dd. 4 en 5/9/2006) ontvankelijk was (want reglementair ingediend), maar niet gegrond. Na verhoor van verschillende partijen en na lezing van de nodige stukken stelde de commissie vast dat : - de klassenraad hierover -op vraag van de algemeen directeur- al opnieuw beraadslaagd heeft, op uw verzoek en met inbreng van uw argumenten; - spijts hard werken van Aislinn en sterke begeleiding van ouders, leerkrachten en graadcoördinator, haar globale resultaat te zwak beoordeeld wordt om de 3de graad ASO aan te kunnen, ongeacht de richting; - de klassenraad derhalve in eer en geweten en op basis van hun professionele opinie van oordeel was, dat Aislinn niet klaar is om een 5de jaar ASO aan te kunnen; - al eerder (d.w.z. in voorgaande jaren) het advies gegeven was om naar een TSO-studierichting over te schakelen. Dit betekent dat de beslissing om een B-attest met clausulering voor ASO toe te kennen, gehandhaafd blijft. Wij zijn er ons van bewust dat dit misschien als een harde beslissing overkomt. Toch hopen we met U dat Aislinn haar draai opnieuw mag vinden”;
- Overwegende dat verzoekster in het inleidend verzoekschrift verklaart veiligheidshalve de drie hiervoor genoemde beslissingen te hebben bestreden, omdat zij aan de hand van de briefwisseling van verwerende partij geen volkomen zekerheid had over het bestaan van de tweede en de derde beslissing; dat het administratief dossier een en ander heeft opgeklaard; dat, zonder stelling in te nemen over het “naar behoren gemandateerd zijn” van de voorzitter van het schoolbestuur, ter terechtzitting is gebleken en door verzoekster niet wordt betwist XII-4868-3/7 dat de te bestrijden eindbeslissing in de voorliggende zaak besloten is in zijn schrijven van 15 september 2006 waarbij de voorzitter meedeelt beslist te hebben om de delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen; dat het voorwerp van de vordering daartoe wordt bepaald;
- Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende, wat de eerste en de derde voorwaarde betreft, dat verzoekster zich beroept op het dreigend verlies van een schooljaar en de rechtspraak van de Raad van State desbetreffend; dat verwerende partij in de nota met opmerkingen enkel de middelen bespreekt en dienvolgens geen redenen ziet om het vervuld zijn van deze voorwaarden te bestrijden; dat ook de Raad er geen ziet; dat ze zijn vervuld; 5.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoekster onder meer de schending aanvoert van artikel 5, § 8, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs en van artikel 38 van hetzelfde besluit (hierna ook: het organisatiebesluit); dat zij betoogt dat bij het uitreiken van een B-attest vooral de slaagkansen in het volgende jaar van belang zijn, dat het evident is dat de klassenraad dan rekening houdt met de keuze van die leerling omtrent de studierichting voor het volgende jaar, dat de nieuwe beslissing van de klassenraad in de plaats komt van de eerst genomen beslissing en “uiteraard [...] formeel gemotiveerd moet zijn, en dient te antwoorden op de grieven die verzoekende partij had aangebracht”; Overwegende dat verwerende partij in de nota met opmerkingen herinnert aan de autonomie van de delibererende klassenraad, refereert aan de motieven die in de -eerste- beslissing van de delibererende klassenraad te lezen zijn, de haalbaarheid van humane wetenschappen relativeert en verwijst naar de brief van de voorzitter van het schoolbestuur; dat er volgens haar voldoende elementen in overweging zijn genomen die de beslissing kunnen schragen; dat zij besluit dat de XII-4868-4/7 overheid niet verplicht is op alle middelen en grieven van de betrokkene stuk voor stuk te antwoorden; 5.
- Overwegende dat verzoekster het B-attest in vraag stelt en daartegen dan ook de voorgeschreven administratieve beroepsprocedure heeft ingesteld; dat zij in het bijzonder deed gelden de al te algemene clausulering niet te begrijpen en zij voorts ook bezwaren had in verband met de resultaten voor een welbepaald vak (economie); Overwegende dat een klassenraad inderdaad niet, zoals verwerende partij het betoogt ter terechtzitting, bij de deliberatie over elke leerling een boek moet schrijven om zijn beslissing te verantwoorden; dat dit bezwaar precies wordt ondervangen door de in het organisatiebesluit opgenomen beroepsprocedure die, eerst via mondeling overleg en in voorkomend geval vervolgens met een advies van de beroepscommissie, een beslissing van het schoolbestuur of een nieuwe beraadslaging van de klassenraad, bij betwisting en enkel in dat geval de school moet brengen tot nadere explicitering van een oorspronkelijk misschien te beknopte en daardoor voor de leerling onaanvaardbare motivering; dat, met andere woorden, wil zij enig nut hebben, de bij het organisatiebesluit geregelde beroepsprocedure er in ieder geval op gericht moet zijn om de klachten en de argumenten van een leerling te onderzoeken; dat verzoekster dienvolgens ergens in de loop van de beroepsprocedure een antwoord op haar klachten diende te vinden; dat, zo het bestuur niet “stuk voor stuk” élke grief moet beantwoorden, vooralsnog wordt aangenomen dat alleszins de motivering er blijk van moet geven dat die grieven in overweging zijn genomen en in de beoordeling betrokken en dat ten minste een uitdrukkelijke repliek volgt op de vragen die voor de leerling blijkens zijn beroepsschrift van wezenlijk belang zijn, wat te dezen in elk geval zo is voor de twee genoemde grieven die, mochten zij gegrond zijn, mogelijk tot een voor de leerling beter resultaat leiden; Overwegende dat op het eerste gezicht alleszins niet de delibererende klassenraad, in zijn tweede beslissing die eind augustus tot stand kwam omdat hij op vraag van de algemeen directeur opnieuw moest samenkomen omdat “de elementen die [verzoekster] aangebracht [heeft], een nieuwe bijeenkomst en beraadslaging van de delibererende klassenraad verrechtvaardigen”, zorgvuldig in de veruitwendigde motieven van zijn beslissing de aldus vereiste afweging doet blijken; dat de klassenraad het er immers bij houdt, op de 28 juni 2006 gedateerde notulen XII-4868-5/7 van de eerste beslissing als motivering zonder meer de volgende woorden toe te voegen : “(geen nieuwe elementen)”; dat verwerende partij ter terechtzitting dit wel probeert te duiden, als zou de klassenraad bedoelen dat al de bezwaren van verzoekster reeds in overweging zijn genomen bij de eerste beslissing; dat die uitleg niet volstaat, al is het maar omdat in de eerder gegeven motivering, die effectief geen “boek” is over verzoekster, niets te lezen valt dat rechtstreeks in verband te brengen is met haar twee, hiervoor aangegeven voornaamste grieven; dat de beroepsprocedure de klassenraad er anderzijds toe verplicht een eventueel onrechtstreeks of impliciet verband te expliciteren in zijn nieuwe beslissing; Overwegende dat op het eerste gezicht ook de voorzitter van het schoolbestuur in zijn beslissing van 15 september 2006 over een van die grieven -de betwistingen omtrent het vak economie- er volkomen het zwijgen toe doet; dat de vraag over de clausulering voor alle ASO richtingen wel een antwoord, minstens een begin van antwoord lijkt te krijgen in zijn bemerking dat verzoekster te zwak beoordeeld wordt om de derde graad ASO aan te kunnen “ongeacht de richting”; dat, daargelaten of dergelijke uiterst summiere motivering in een beroepsprocedure nog als antwoord volstaat, hoe dan ook niet het schoolbestuur maar wel de delibererende klassenraad als enige bevoegd lijkt om dergelijke inschatting te maken; dat verzoekster met dat antwoord dan ook geen genoegen lijkt te moeten nemen; Overwegende dat de Raad in de huidige stand van de procedure dienvolgens vaststelt dat verzoekster op haar essentiële vragen niet de antwoorden heeft gekregen die zij in het kader van de beroepsprocedure van een zorgvuldig handelend bestuur mocht verwachten en die, in voorkomend geval, tot een anders luidende beslissing zouden kunnen leiden; Overwegende dat in de besproken mate ernstige middelen zijn aangevoerd;
- Overwegende dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen, XII-4868-6/7 BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 15 september 2006 van de voorzitter van het schoolbestuur van het Sint-Gabriëlcollege om de over Aislinn Parmentier delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig september 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4868-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.923 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.995 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.