← België

Arrest 163003 - - 29/09/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.003 Rolnummer: A. 172223/X-12800 Zaak: Arrest 163003 - - 29/09/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 05:17 Fiche Arrest nr 163.003 van 29 september 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.003 van 29 september 2006 in de zaak A. 172.223/X-12.

  1. In zake : Louis DECAMBRAY, wonende te 9870 ZULTE, Staatsbaan 304 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van WEST- VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Louis DECAMBRAY op 16 september 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 augustus 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij het beroep tegen de beslissing van 6 april 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Anzegem ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en waarbij de verkavelingsvergunning wordt geweigerd voor een terrein aan de Stientjesstraat te Anzegem, kadastraal gekend onder 1ste afdeling, sectie F, nr. 388b; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur S. DE TAEYE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 16 juni 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 juni 2006; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker; X-12.800-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoeker samen met mevrouw Nicolle DOUTERLOIGNE een aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 4 november 2004, strekkend tot het verkrijgen van een verkavelingsvergunning voor een terrein gelegen te Anzegem, aan de Stientjesstraat, kadastraal gekend onder Anzegem, 1ste afdeling, sectie F, nr. 388 b; dat het ontwerp voorziet in een verkaveling van het betrokken terrein in vier loten, bestemd voor open bebouwing; dat de gemachtigde ambtenaar over de aanvraag een ongunstig advies heeft gegeven; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Anzegem dienvolgens de gevraagde vergunning bij besluit van 6 april 2005 geweigerd heeft; dat de verzoeker tegen deze beslissing beroep heeft ingesteld; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen bij besluit van 4 augustus 2005 het beroep ontvankelijk, doch ongegrond verklaart; dat dit laatste besluit het voorwerp vormt van het voorliggende beroep;
  3. Overwegende dat de verzoeker, met verwijzing naar de bij zijn verzoekschrift gevoegde plannen en foto’s, stelt dat het voorlint van de straat duidelijk zichtbaar is, en dat de aanvraag in geen geval het straatbeeld of het straatgeheel stoort; dat hij voorts aanvoert nooit beweerd te hebben dat het betrokken terrein in agrarisch gebied ligt, en dat het integendeel in een woongebied met landelijk karakter ligt; Overwegende, daargelaten of die uiterst summiere beschrijving van de grieven voldoet aan de vereisten voor de ontvankelijkheid van een middel, dat het bestreden besluit de aanvraag verwerpt op de volgende gronden: "Het ontwerp voorziet in het verkavelen van een perceel grond in vier kavels variërend tussen 918 m2 en 997 m2, bestemd voor open woningbouw. De bouwplaats is gelegen in agrarisch gebied en staat in functie tot bewoning. De aanvraag is dan ook strijdig met de bestemming van het gewestplan. De beroeper voert aan dat de bouwplaats is gelegen in woongebied, doch hij legt geen enkel bewijsstuk voor. Zowel de gemachtigde ambtenaar als het gemeentebestuur bevestigen dat de bouwplaats in agrarisch gebied gelegen is. Het ongunstig advies van (de) afdeling Land is tot dezelfde conclusie gekomen. Bijgevolg bestaat er een juridisch beletsel om de aanvraag te kunnen vergunnen. (...) X-12.800-2/4 Ingevolge voormelde legaliteitsbelemmering is de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening irrelevant"; Overwegende dat het aan de verzoeker staat om de nodige gegevens aan te voeren die de Raad van State desgevallend ertoe zouden kunnen brengen te besluiten dat de verweerster is uitgegaan van een bestemming van het betrokken gebied die niet strookt met die welke zij volgens het gewestplan zou hebben; dat de verzoeker weliswaar een aantal uittreksels uit plannen voorlegt, maar in genen dele uitlegt over welke plannen het gaat en welke interpretatie daaraan gegeven moet worden; dat noch het verzoekschrift, noch de bij het verzoekschrift gevoegde stukken enig element bevatten waaruit de onjuistheid van de beoordeling door de verweerster zou kunnen worden afgeleid; dat in het dossier van de verzoeker integendeel een uittreksel uit het gewestplan voorkomt, dat steun geeft aan de opvatting dat het betrokken terrein gelegen is in agrarisch gebied; dat de Raad van State er dan ook niet toe kan komen om te besluiten dat de verweerster is uitgegaan van gegevens die in rechte of in feite onjuist zouden zijn; Overwegende dat, nu de verweerster wettig heeft kunnen besluiten dat de aanvraag strijdig is met het gewestplan, de beschouwingen van de verzoeker in verband met de verenigbaarheid van de verkaveling met de goede plaatselijke ordening zonder belang zijn; Overwegende dat het middel, afgezien van de ontvankelijkheid ervan, in elk geval kennelijk ongegrond is; B E S L U I T: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig september 2006, door: X-12.800-3/4 de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.800-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.003 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.