← België

Arrest 163022 - - 02/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.022 Rolnummer: Zaak: Arrest 163022 - - 02/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-19 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-01 05:18 Fiche Arrest nr 163.022 van 2 oktober 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.022 van 2 oktober 2006 in de zaken A I. 133.314/IX-3710 II. 133.315/IX-3711 III. 133.317/IX-3712 IV. 133.318/IX-3713 V. 133.320/IX-3714 VI. 133.321/IX-3715 VII. 133.322/IX-3716 VIII. 133.323/IX-3717 IX. 133.325/IX-3719 In zake : I. Christine VAN SCHOORISSE, II. Stefaan DEVOS, III. Christine VAN DE WALLE, IV. Sonja CYMERMAN, V. Rita WECHENBERGER, VI. Huguette VERFAILLE, VII. Isabelle T’KINT, VIII. Nicole LAEBENS, IX. Laurence VANDERBRUGGEN, die woonplaats kiezen bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), Provinciaal Secretariaat, gevestigd te RONSE, Maagdenstraat 79 N tegen :

  1. het AURORAZIEKENHUIS A.V., dat woonplaats kiest bij advocaat C. DE GANCK, kantoor houdende te GENT, Koning Leopold II-laan 95,
  2. de OPENBARE VERENIGING RONSE (OVERO), gevestigd te RONSE, Oscar Delghuststraat
  3. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Christine VAN SCHOORISSE, Stefaan DEVOS, Christine VAN DE WALLE, Sonja CYMERMAN, Rita WECHENBERGER, Huguette VERFAILLE, Isabelle T’KINT, Nicole LAEBENS en Laurence VANDERBRUGGEN, elk wat haar of hem betreft, op 19 februari 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: IX-3710-1/10 “
  4. de beslissing van de algemene vergadering van het Auroraziekenhuis A.V. van 17 december 2002 waarbij verzoeker met ingang van 1 januari 2003 wordt overgedragen naar OVERO (Openbare Vereniging Ronse) met maatschappelijke zetel O. Delghuststraat 62, 9600 Ronse, zoals meegedeeld in het ter post aangetekend schrijven van 20 december 2002 [...];
  5. de beslissing van de algemene vergadering van Overo, Openbare Vereniging Ronse van 1 januari 2003 waarbij verzoeker met ingang van 1 januari 2003 wordt overgenomen van het Auroraziekenhuis A.V., Minderbroederstraat 9 te 9700 Oudenaarde, zoals meegedeeld in het ter post aangetekend schrijven van 7 januari 2003 [...]”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. THYS; Gelet op de beschikking van 3 februari 2006 tot voeging van de zaken; Gelet op de beschikking van 3 februari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 september 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de o p mer k ing en van advocaat M-C. VANDERMEULEN, die loco advocaat C. DE GANCK verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. THYS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-3710-2/10
  6. Overwegende dat de gegevens van de zaken kunnen worden samengevat als volgt: 1.
  7. De verzoekende partijen waren aanvankelijk allen vast benoemde personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn - hierna: OCMW - van Ronse. Zij werden tewerkgesteld in het Burgerlijk Ziekenhuis te Ronse, dat onder het OCMW van Ronse ressorteerde. Met ingang van 31 december 1998 werden zij door het OCMW van Ronse overgedragen aan het AURORA Ziekenhuis AV, een vereniging zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - hierna: de OCMW-wet, tot stand gebracht door de stadsbesturen en OCMW van Ronse en Oudenaarde, het Universitair Ziekenhuis Gent en de VZW “Vereniging der Geneesheren van de AV Aurora”. De verzoekende partijen hebben op 22 juni 2002 de beslissingen van het OCMW van Ronse en van het AURORA Ziekenhuis AV met betrekking tot hun overdracht aangevochten met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State. Die beroepen werden verworpen bij het arrest nr. 159.051 van 22 mei
  8. 1.
  9. Respectievelijk op 25 en 30 september 2002 besluiten de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Ronse en de gemeenteraad van Ronse om met ingang van 1 januari 2003 uit de vereniging van het AURORA Ziekenhuis AV te treden. 1.
  10. Op 17 december 2002 keurt de algemene vergadering van het AURORA Ziekenhuis AV de lijst goed van de personeelsleden, waaronder de huidige verzoekende partijen, die met ingang van 1 januari 2003 worden overgedra- gen aan OVERO, dit is eveneens een vereniging zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de OCMW-wet, opgericht door het OCMW van Ronse. Deze beslissing maakt, voor zover ze betrekking heeft op de respectieve verzoekende partijen, het eerste voorwerp uit van de voorliggende beroepen tot nietigverklaring. IX-3710-3/10 1.
  11. Met aangetekende brieven van 20 december 2002 stellen de voorzitter van de raad van bestuur en de gedelegeerd bestuurder van het AURORA Ziekenhuis AV de verzoekende partijen van deze beslissing in kennis. 1.
  12. Op 1 januari 2003 stelt de algemene vergadering van OVERO de lijst vast van personeelsleden, waaronder weer de huidige verzoekende partijen, die met onmiddellijke ingang worden overgenomen van het AURORA Ziekenhuis AV. Deze beslissing maakt, voorzover ze betrekking heeft op de respectieve verzoekende partijen, het tweede voorwerp uit van de voorliggende beroepen tot nietigverklaring;
  13. Overwegende dat de eerste verwerende partij vraagt dat de samenvoeging zou worden bevolen van de onderhavige zaken met respectievelijk de zaken A. 122.817/IX-3385, A. 122.810/IX-3379, A. 122.816/IX-3384, A. 122.808/IX-3377, A.122.819/IX-3387, A. 122.818/IX-3386, A. 122.813/IX- 3381, A. 122.811/IX-3380 en A. 122.815/IX-3383, waarin de verzoekende partijen de nietigverklaring vorderden van de beslissingen waarbij ze werden overgedragen van het OCMW van Ronse aan de ziekenhuisvereniging AURORA; dat aangezien over die zaken reeds definitief uitspraak is gedaan met het hiervoor vermelde arrest nr. 159.051, op die vraag hoe dan ook niet kan worden ingegaan; 3.
  14. Overwegende dat de eerste verwerende partij drie excepties opwerpt met betrekking tot de ontvankelijkheid van de respectieve beroepen; 3.1.
  15. Overwegende dat zij in een eerste exceptie laat gelden dat de verzoekende partijen niet over het rechtens vereiste belang beschikken bij de nietigverklaring van de beslissing van 17 december 2002 van de algemene vergadering van het AURORA Ziekenhuis AV, omdat de bij die beslissing vastgestelde lijst van personeelsleden die door OVERO kunnen worden overgeno- men voor de verzoekende partijen geen enkel rechtsgevolg teweegbrengt en, overigens, een overdracht van de verzoekende partijen aan OVERO voor de betrokkenen geen nadelige gevolgen heeft, vermits zij hetzelfde administratief en geldelijk statuut behouden; 3.1.
  16. Overwegende dat dezelfde partij voorts opwerpt dat de bestreden beslissingen betrekking hebben op de overname van personeel, zodat daartegen IX-3710-4/10 slechts een ontvankelijk beroep bij de Raad van State kan worden ingesteld nadat het georganiseerd administratief beroep bij de provinciegouverneur, waarin is voorzien door artikel 128, § 2, vierde lid, van de OCMW-wet, is uitgeput, wat in de voorliggende zaken niet het geval is; 3.1.
  17. Overwegende dat zij ten slotte laat gelden dat de beslissing van 17 december 2002 van de algemene vergadering van het AURORA Ziekenhuis AV met op 23 december 2002 ter post aangetekend verzonden brieven aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht, zodat hun respectieve verzoekschriften tot nietigverklaring van deze beslissing op 24 februari 2003 laattijdig werden ingediend; 3.2.
  18. Overwegende, wat de eerste exceptie betreft, dat de beslissing van 17 december 2002 van de algemene vergadering van het AURORA Ziekenhuis AV, waarbij goedkeuring wordt verleend aan de lijst van personeelsleden die met ingang van 1 januari 2003 aan OVERO worden overgedragen, evenals de beslissing van 1 januari 2003 van de algemene vergadering van OVERO, waarbij de lijst wordt vastgesteld van de personeelsleden die worden overgenomen, een beslissend onderdeel vormt van de complexe rechtshandeling welke de overdracht van onder meer de verzoekende partijen door het AURORA Ziekenhuis AV aan OVERO tot stand brengt; dat, zoals de verzoekende partijen terecht stellen, ze op zijn minst een vóórbeslissing uitmaakt welke ontvankelijk met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State kan worden bestreden; dat de verzoekende partijen bovendien geacht moeten worden over het rechtens vereiste belang bij de nietigverklaring van hun overdracht aan OVERO te beschikken aangezien, zelfs indien zij hun administra- tief en geldelijk statuut behouden, zij ingevolge de overdracht ressorteren onder een andere rechtspersoon en zij onder de bevoegdheid van andere bestuursorganen vallen; dat de exceptie niet opgaat; 3.2.
  19. Overwegende, wat de tweede exceptie betreft, dat luidens artikel 128, §2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - hierna: de OCMW-wet, de personeelsleden van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat deelgenoot is van een ziekenhuisvereniging door deze kunnen worden overgenomen, dat zij met een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid worden overgeplaatst, hun bezoldiging en de geldelijke anciënniteit behouden, dat de Vlaamse regering de algemene regelen tot vaststelling van de administratieve anciënniteit van deze personeelsleden kan bepalen alsmede de voorwaarden waaronder deze personeelsleden terug in hun IX-3710-5/10 centrum van herkomst kunnen worden opgenomen, en dat, luidens het vierde lid van de betrokken bepaling, op verzoek van het OCMW, van de vereniging of het betrokken personeelslid, de provinciegouverneur uitspraak doet over elke betwisting betreffende de toepassing van de bepalingen die voorafgaan; Overwegende dat het administratief beroep bij de provinciegouver- neur slechts kan worden ingesteld in geval het gaat om een betwisting met betrekking tot de toepassing van de eraan voorafgaande bepalingen, dat is : ofwel het geval dat personeelsleden van een OCMW worden overgenomen door een vereniging waarvan het OCMW deelgenoot is, ofwel het geval dat de overgenomen personeelsleden terug in hun OCMW van herkomst worden opgenomen; dat te dezen het niet gaat om de overname van personeelsleden van het OCMW door een vereniging, noch de terugkeer van overgenomen personeelsleden naar hun OCMW van herkomst, wel de overdracht van personeelsleden die initieel door de vereniging zijn overgenomen van het OCMW, aan een andere vereniging; dat artikel 128, § 2, van de OCMW-wet niet voorziet in een dergelijke overdracht; dat het administratief beroep bedoeld in het vierde lid van artikel 128, § 2, dan ook niet vooraf diende te worden ingesteld; dat ook de tweede exceptie niet kan worden aangenomen; 3.2.
  20. Overwegende, wat de derde exceptie betreft, dat luidens artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de verjaringstermij- nen voor de beroepen bedoeld bij artikel 14, § 1, alleen een aanvang nemen op voorwaarde dat de betekening door de administratieve overheid van de akte of van de beslissing met individuele strekking het bestaan van die beroepen alsmede de in acht te nemen vormvoorschriften en termijnen vermeldt; dat de omstandigheid dat bij de betekening van een akte of een beslissing met individuele strekking geen melding is gemaakt van de mogelijkheid om bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in te dienen, alsmede van de daarbij in acht te nemen vormvoor- schriften en termijnen, de beroepstermijn niet doet aanvangen; Overwegende dat in casu noch de aangetekende brieven van 20 december 2002 van het AURORA Ziekenhuis AV , noch de aangetekende brieven van 7 januari 2003 van OVERO aan de verzoekende partijen, waarmee respectievelijk de eerste en de tweede bestreden beslissing aan de verzoekende partijen werden betekend, melding maken van de mogelijkheid van beroep bij de Raad van State en van de daarbij in acht te nemen vormvoorschriften en termijnen - overigens ook niet van een eventueel beroep bij de provinciegouverneur; dat IX-3710-6/10 krachtens het aangehaalde artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de beroepstermijn voor de verzoekende partijen dan ook niet is aangevangen; dat de op 19 februari 2003 ingestelde beroepen tot nietigverklaring wat de beide bestreden beslissingen betreft, tijdig zijn; dat ook deze exceptie niet opgaat; 4.1.
  21. Overwegende dat de verzoekende partijen in een tweede middel aanvoeren dat artikel 128, § 2, van de OCMW-wet ten onrechte werd ingeroepen als grondslag van de beslissing om hen over te dragen van het AURORA Ziekenhuis AV aan OVERO; dat volgens hen die bepaling enkel de regels vaststelt voor de overdracht van personeel van het OCMW aan een vereniging zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de OCMW-wet, waarvan het OCMW deelgenoot is, doch niet voor de overdracht van overgenomen OCMW-personeel door de ene vereniging aan een andere; dat zij voorts laten gelden dat, zelfs indien zou worden aangenomen dat artikel 128, § 2, van de OCMW-wet toch de rechtens vereiste grondslag kan vormen voor hun overdracht aan OVERO, dan nog moet worden vastgesteld dat een overdracht slechts kan plaatshebben nadat de ambtelijke graden in de vereniging van bestemming zijn bepaald, zodat duidelijk is in welke gelijkwaardige graad zij worden overgedragen en dat in casu die graden niet zijn bepaald; 4.1.
  22. Overwegende dat de eerste verwerende partij antwoordt dat zij gehouden is te handelen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk XII van de OCMW-wet; dat zij niet inziet hoe de overdracht van de verzoekende partijen door het AURORA Ziekenhuis AV aan OVERO, onder de waarborg van artikel 128 van de OCMW-wet, enige miskenning van de rechten van de betrokkenen zou kunnen inhouden; dat het standpunt van de verzoekende partijen dat zij slechts kunnen worden overgedragen wanneer in de vereniging van bestemming de ambtelijke graden zijn vastgesteld, niet opgaat, vermits artikel 128 van de OCMW-wet precies expliciet bepaalt dat de personeelsleden met hun graad of met een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid worden overgeplaatst en dat de rechten van de verzoekende partijen bij hun overdracht aan OVERO aldus onmiskenbaar zijn gewaarborgd; 4.1.
  23. Overwegende dat de verzoekende partijen repliceren dat hun overdracht is gebeurd door een vereniging aan een andere vereniging, maar dat een dergelijke overdracht niet onder de bepalingen van hoofdstuk XII van de OCMW-wet valt; dat zij bovendien de jure niet kunnen worden beschouwd als IX-3710-7/10 personeelsleden van het AURORA Ziekenhuis AV, maar dat zij personeelsleden van het OCMW van Ronse zijn en dat hoofdstuk XII van de OCMW-wet niet toestaat dat personeelsleden van een OCMW door een orgaan van een vereniging worden overgedragen aan een andere vereniging; dat derhalve alleszins geen wettelijke grondslag voor hun overdracht aan OVERO bestaat, ongeacht of zij al dan niet als personeelsleden van het AURORA Ziekenhuis AV dienden te worden beschouwd; dat volgens de verzoekende partijen hun rechten bij de overdracht aan OVERO geenszins gewaarborgd werden, aangezien tot op heden geen administratief en geldelijk statuut voor het personeel van OVERO is vastgesteld; 4.1.
  24. Overwegende dat de eerste verwerende partij in haar laatste memorie nog opmerkt dat er niet van uitgegaan kan worden dat de stad Ronse en het OCMW van Ronse niet langer deelgenoot waren van het AURORA Ziekenhuis AV, zodat de betrokken personeelsleden enkel konden terugkeren naar het OCMW van Ronse maar niet kon worden beslist de betrokken personeelsleden over te dragen aan een andere vereniging, waarvan het OCMW Ronse tevens deelgenoot is, doch dient te worden vastgesteld dat het OCMW van Ronse en de stad Ronse bij beslissingen van respectievelijk 25 en 30 september 2002 besloten hebben om uit het AURORA Ziekenhuis te treden en die uittreding pas is doorgevoerd "met ingang van 31 december 2002 om 24u ", dat zij bij de beslissing van de algemene vergadering van het AURORA Ziekenhuis AV van 17 december 2002 dus nog effectief deelgenoot waren van de vereniging, en de vereniging dus volkomen rechtsgeldig kon beslissen tot de overdracht van de betrokken personeelsleden aan een andere vereniging; dat volgens hen het AURORA Ziekenhuis AV aldus rechtsgeldig is overgegaan tot de overdracht van de personeelsleden aan OVERO, waarbij zij overeenkomstig artikel 128 van de OCMW-wet "met hun graad of met hun gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid worden overgeplaatst"; dat zij voorts stellen dat indien bij de overdracht van de personeelsleden aan OVERO de bepalingen van artikel 128, § 2, van de OCMW-wet niet tot grondslag zouden dienen voor hun overdracht, zulks niet impliceert dat de beslissing van 17 december 2002 onwettig zou zijn, omdat de overdracht van de betrokken personeelsleden is uitgevoerd met behoud van hun administratief en geldelijk statuut, zodat de verzoekende partijen geen nadelige gevolgen hebben geleden door deze beslissing, en zij aldus niet over het vereiste belang beschikken om de nietigverklaring van de beslissing van 17 december 2002 te vorderen; IX-3710-8/10 4.2.
  25. Overwegende dat artikel 128, § 2, van de OCMW-wet toelaat dat personeelsleden van een OCMW worden overgenomen door een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de OCMW-wet, waarvan het OCMW deel uitmaakt; dat het tevens de mogelijkheid schept dat die personeelsleden naderhand terug in hun OCMW van herkomst worden opgenomen; dat het echter niet voorziet in de mogelijkheid dat personeelsleden van een OCMW die door een vereniging werden overgenomen, door deze vereniging verder worden overgedragen aan een andere vereniging; dat de voormelde wetsbepaling dan ook niet tot rechtsgrond kan dienen van de bestreden beslissingen; dat de omstandigheid dat, ingevolge een besluit van de overdragende en ontvangende overheden, de verworven rechten van de betrokken personeelsleden daarbij gevrijwaard worden, hieraan niets verandert; dat, immers, in geval zoals in de voorliggende zaken, een OCMW niet langer deelgenoot is of zal zijn van een vereniging, zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de OCMW-wet, waaraan het voorheen personeelsleden heeft overgedragen, de betrokken personeelsleden dan krachtens de voormelde wetsbepaling kunnen terugkeren naar dat OCMW van oorsprong en in de schoot van dat bestuur hun rechten en aanspraken kunnen doen gelden; dat het bevoegde orgaan van de vereniging dienaangaande een beslissing dient te nemen; dat het echter niet kan beslissen de betrokken personeelsleden over te dragen aan een andere vereniging, waarvan het OCMW inmiddels deelgenoot is of zal worden; dat zulk een beslissing na de terugkeer van de betrokken personeelsle- den aan de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van herkomst toekomt; dat, indien dan een betwisting ontstaat met betrekking tot de nieuw besloten overdracht van de betrokken personeelsleden van het OCMW aan de andere vereniging, dan overigens de beroepsmogelijkheid geldt waarin is voorzien door artikel 128, § 2, vierde lid, van de OCMW-wet; dat de verzoekende partijen derhalve terecht aanvoeren dat artikel 128, § 2, van de OCMW-wet niet tot grondslag kan dienen van hun overdracht door het AURORA Ziekenhuis AV aan OVERO; dat de omstandigheid dat de rechten van de verzoekende partijen bij die overdracht zouden zijn gewaarborgd, de onwettigheid van de overdracht als zodanig niet kan goedmaken; dat het tweede middel gegrond is, IX-3710-9/10 BESLUIT: Artikel
  26. Vernietigd worden :
  27. de beslissing van de algemene vergadering van het Auroraziekenhuis A.V. van 17 december 2002 waarbij verzoekers met ingang van 1 januari 2003 worden overgedragen naar OVERO (Openbare Vereniging Ronse),
  28. de beslissing van de algemene vergadering van Overo, Openbare Vereniging Ronse van 1 januari 2003 waarbij verzoekers met ingang van 1 januari 2003 worden overgenomen van het Auroraziekenhuis A.V. Artikel
  29. De kosten van de beroepen, bepaald op 1.575 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3710-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.022 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.