id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.048 Rolnummer: A. 169587/IX-5188 Zaak: Arrest 163048 - - 03/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-16 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 05:27 Fiche Arrest nr 163.048 van 3 oktober 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.048 van 3 oktober 2006 in de zaak A. 169.587/IX-
- In zake : Dirk KINDT, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEWAELE, kantoor houdende te KORTRIJK, Groeningsestraat 33 tegen : de NV Waterwegen en Zeekanaal. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk KINDT op 19 januari 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van het afdelings- hoofd van de administratie Algemene Administratieve Diensten, afdeling Personeel, bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 11 oktober 2005 houdende opheffing van het besluit van het afdelingshoofd van de administratie Algemene Administratieve Diensten, afdeling Personeel, bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2005 houdende toekenning van een gewestwoning met ingang van 1 juni 2001 aan verzoeker; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door auditeur D. MAREEN, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door auditeur D. MAREEN; IX-5188-1/6 Gelet op de beschikkingen van 29 juni 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2006; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat J.-D. LINDEMANS die, loco advocaat P. DEWAELE verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Bij besluit van het afdelingshoofd van de afdeling Personeel van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 15 juni 2001 wordt verzoeker met ingang van 1 juni 2001 toegelaten tot de stage in de graad van technisch assistent bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Waterwegen en Zeewezen, afdeling Bovenschelde; vanaf 1 oktober 2001 wordt hij vast benoemd in deze functie. 1.
- Bij de voorheen met verzoeker gesloten arbeidsovereenkomst wordt hem met ingang van 1 juli 1997 een dienstwoning toegewezen in het raam van de passieve bewaking van de sluis in Ooigem. 1.
- Met een brief van 10 januari 2003 meldt het afdelingshoofd van de afdeling Bovenschelde aan verzoeker problemen nopens zijn inschakeling in de passieve bewaking van de sluis in Ooigem. IX-5188-2/6 Hij schrijft onder meer : “(...) Gelet op wat voorafgaat, zie ik mij evenwel verplicht de beslissing te nemen u niet verder te belasten met de passieve bewaking aan de sluis van Ooigem. (...) Dit houdt meteen ook in dat u het recht op vrije huisvesting moet worden ontzegd. Ik stel heden aan het directoraat-generaal voor om vanaf 1/2/2003 een maandelijkse huur te vragen, die gelijk is aan de vervangende dienstopdrachten- toelage die zou komen te vervallen in gelijkaardig geval. (...) Op termijn moet immers deze woning terug beschikbaar gesteld worden in het kader van de passieve bewaking. De definitieve toewijzing van het recht op vrije huisvesting of op de vervangende dienstopdrachtentoelage zal naderhand gebeuren onder de functioneel geschikte kandidaten van Ooigemsluis volgens de vastgestelde regels (...)”. 1.
- Na een aanmaning wordt lastens verzoeker een procedure ingeleid voor de vrederechter teneinde hem te horen veroordelen tot het betalen van een bezettingsvergoeding vanaf 1 februari 2003 en het vrij ter beschikking stellen van de gewestwoning. Deze procedure wordt doorgehaald op verzoek van de partijen ingevolge het besluit van het afdelingshoofd van de administratie Algemene Administratieve Diensten, afdeling Personeel, bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2005 dat verzoeker de gewestwoning kosteloos toekent met ingang van 1 juni
- 1.
- Met een brief van 27 september 2005 vordert het afdelingshoofd van de afdeling Bovenschelde opnieuw de betaling van een huurgeld in de volgende bewoordingen : “(...) Ingevolge verscheidene onregelmatigheden in uw presteren en het navolgen van afspraken, vastgesteld over een langere periode, die onder meer hebben geleid tot een negatieve evaluatie voor het werkjaar 2003 en functionerings- en opvolgingsgesprekken in 2004, heb ik voorgesteld aan de directeur-generaal om u vanaf 1 oktober 2005 te ontslaan van uw taken in het kader van de passieve bewaking van de sluis van Ooigem. (...) Het huurbedrag (...) zal per maand worden afgehouden van uw loon (...)”. 1.
- Met een brief van 12 oktober 2005 ontvangt verzoeker het besluit van het afdelingshoofd van de administratie Algemene Administratieve Diensten, afdeling Personeel, bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 11 oktober 2005 houdende opheffing van het besluit van het afdelingshoofd van de administratie IX-5188-3/6 Algemene Administratieve Diensten, afdeling Personeel, bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2005 houdende toekenning van een gewest- woning met ingang van 1 juni 2001 aan verzoeker. Dit is de bestreden beslissing.
- Over de gegrondheid van de vorderingen. Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de hoorplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en van de materiële motiveringsplicht; dat, hij, eerste onderdeel, uiteenzet dat in de bestreden beslissing wordt verwezen naar een nota van 27 september 2005 van het afdelings- hoofd Bovenschelde, die aan de directeur-generaal voorstelt om verzoeker met ingang van 1 oktober 2005 te ontslaan van zijn taken in het kader van de passieve bewaking aan de sluis van Ooigem evenals naar het gunstig advies van de directeur-- generaal; dat deze stukken louter worden aangehaald als retroacten doch dat uit niets blijkt dat deze de motieven bevatten waarop het afdelingshoofd zijn besluit steunt terwijl hijzelf geen eigen overweging meedeelt of naar een concreet feit verwijst; dat hij ook geen kennis heeft van het advies van de waarnemend directeur-generaal; dat, tweede onderdeel, de materiële motiveringsplicht is geschonden en dat hij hierbij verwijst naar de nota van het afdelingshoofd Bovenschelde van 27 september 2005 die overeenkomt met de brief van 27 september 2005 en waarin wordt verwezen naar verscheidene onregelmatigheden in zijn presteren en in het nakomen van afspraken terwijl die onregelmatigheden niet worden gepreciseerd; dat hij evenmin kennis heeft van het advies van 4 oktober 2005 van de waarnemend directeur-generaal waarnaar in de bestreden beslissing uitdrukkelijk wordt verwezen en die zich gunstig uitspreekt over het voorstel om de toekenning van de gewestwoning aan verzoeker op te heffen; Overwegende dat met verzoeker kan worden aangenomen dat de verwijzing naar “verscheidene onregelmatigheden in het presteren en naleven van afspraken door verzoeker, naar een negatieve evaluatie voor 2003 en functionerings- en opvolgingsgesprekken in 2004” volkomen onduidelijk is; dat immers uit niets blijkt welke onregelmatigheden worden bedoeld en welke afspraken niet zijn nageleefd terwijl het daarenboven niet opgaat, bijna eind 2005 te verwijzen naar een evaluatie van drie jaar voordien en gesprekken van twee jaar voordien zonder deze te toetsen aan de huidige situatie en zonder aan te geven wat gewijzigd was sinds het IX-5188-4/6 vorig besluit dat enige maanden voordien aan verzoeker wel het kosteloos betrekken van de gewestwoning met terugwerkende kracht toeliet; dat voorts een rechtszoeken- de zich tegen de beslissing moet kunnen verdedigen met de middelen die het recht hem verschaft en dat hij daarvoor over een afdoende kennis van de motieven moet beschikken; dat in deze een der motieven het gunstig advies is van de waarnemend directeur-generaal en dat dit motief substantieel blijkt in de redenering om tot de bestreden beslissing te komen; dat verzoeker zegt verstoken te zijn geweest van dit advies en dat zulks door de verwerende partij niet wordt tegengesproken; dat dit een schending inhoudt van de uitdrukkelijke motiveringsplicht; dat het eerste en het tweede onderdeel kennelijk gegrond zijn;
- Overwegende dat de vernietiging van de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de door verzoeker ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van het afdelingshoofd van de administratie Algemene Administratieve Diensten, afdeling Personeel, bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 11 oktober 2005 houdende opheffing van het besluit van het afdelingshoofd van de administratie Algemene Administratieve Diensten, afdeling Personeel, bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2005 houdende toekenning van een gewestwoning met ingang van 1 juni 2001 aan verzoeker. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5188-5/6 Het ten onrechte door verzoeker gekweten zegelrecht van 175 euro, aangebracht op het verzoekschrift tot nietigverklaring, dient hem te worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie oktober 2000 en zes, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-5188-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.048 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.