← België

Arrest 163083 - - 03/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.083 Rolnummer: A. 167725/X-12558 Zaak: Arrest 163083 - - 03/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 05:30 Fiche Arrest nr 163.083 van 3 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.083 van 3 oktober 2006 in de zaak A. 167.725/X-12.

  1. In zake : de bvba FOOD EN FIBRE, die woonplaats kiest bij Advocaten K. GEELEN en K. WAUTERS, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  2. tussenkomende partijen :
  3. de bvba SEEBA WINDPARK, die woonplaats kiest bij Advocaat M. APS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Harmoniestraat 38,
  4. de bv NIKE EUROPE HOLDING, die woonplaats kiest bij Advocaat S. DESWERT, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Bolwerksquare 1A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de bvba FOOD en FIBRE op 14 november 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van 9 maart 2004 waarbij aan de bvba SEEBA WINDFARM LAAKDAL de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een windmolenpark met zes windmolens met een maximumhoogte van 150 meter met als doel het produceren van electriciteit, op een perceel gelegen te Vorst, Nikelaan 1, kadastraal bekend onder sectie C9, nrs. 573e, 600b, 805d, 846e en sectie C/9, nrs. 1180c en 1193d; X-12.558-1/3 Gelet op het arrest nr. 155.582 van 24 februari 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 10 april 2006 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 11 mei 2006 ingediend door de bvba SEEBA WINDPARK; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 19 mei 2006 ingediend door de bv NIKE EUROPE HOLDING; Gelet op de beschikking van 16 juni 2006 die de tussenkomsten van de bvba SEEBA WINDPARK en van de bv NIKE EUROPE HOLDING toelaat; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 17 mei 2006; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de Hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de X-12.558-2/3 gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt; dat, op grond van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie oktober 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.558-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.083 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.582 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.