← België

Arrest 163089 - - 03/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.089 Rolnummer: A. 124147/X-11048 Zaak: Arrest 163089 - - 03/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-17 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-01 05:31 Fiche Arrest nr 163.089 van 3 oktober 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 163.089 van 3 oktober 2006 in de zaak A. 124.147/X-11.

  1. In zake :
  2. Jean-Pierre CANNAERT,
  3. Maria ISERBYT, die woonplaats kiezen bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : de stad KORTRIJK, die woonplaats kiest bij Advocaat S. RONSE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 8b. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Pierre CANNAERT en Maria ISERBYT op 19 juli 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : "1) het besluit van 4 juli 2001 van het college van burgemeester en schepenen houdende de vastlegging van de locatie voor de inplanting van een doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners langs de parallelweg van de Ringlaan 8, hoek met de N50, perceel kadastraal gekend als Kortrijk-Heule, 8e afdeling, sectie B, nr. 541h - 541d; 2) het besluit van ongekende datum van het college van burgemeester en schepenen waarbij op basis van de in de beslissing van 4 juli 2001 opgesomde te ondernemen acties de locatie voor de inplanting van een doortrekkingsterrein voor woonwagenbewoners wordt genomen, hetzij de voormelde beslissing van 4 juli 2001 wordt bevestigd"; Gelet op het arrest nr. 117.054 van 14 maart 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 9 april 2003 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-11.048-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. DE SOMERE; Gelet op de beschikking van 9 mei 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 15 mei 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; X-11.048-2/3 BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie oktober 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-11.048-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.089 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.117.054 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.