← België

Arrest 163116 - - 03/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.116 Rolnummer: A. 170359/XII-4724 Zaak: Arrest 163116 - - 03/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-10 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-07-01 05:40 Fiche Arrest nr 163.116 van 3 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.116 van 3 oktober 2006 in de zaak A. 170.359/XII-

  1. In zake : Jan VANDENHEEDE, die woonplaats kiest bij advocaat G. Vergauwe, kantoor houdende te Evergem, Belzeelsestraat 40 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat M. Mosselmans, kantoor houdende te Brussel, A. Dansaertstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan Vandenheede op 20 februari 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de hem op 22 december 2005 ter kennis gebrachte beslissing, van de Vlaamse minister van Cultuur, om zijn aanvraag voor een ontwikkelingsgerichte beurs in het kader van het kunstendecreet niet te subsidiëren; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 7 maart 2006 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat de schorsingsprocedure betreft; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. Weymeersch; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4724-1/6 Gelet op de beschikking van 15 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2006, welke zitting op vraag van verzoeker is uitgesteld naar de zitting van 19 september 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van advocaat G. Vergauwe, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat K. Lardenoit, die loco advocaat M. Mosselmans verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Procedure Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting aanvullende stukken neerlegt met verklaringen van derden over zijn project; dat het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State niet in een dergelijke aanvulling van het inleidend verzoekschrift voorziet; dat overigens verzoeker dergelijke stukken zeer wel reeds tegelijk met het verzoekschrift had kunnen neerleggen; dat zij uit de debatten moeten worden geweerd; Voorgaanden Overwegende dat verzoeker op 13 augustus 2005 een aanvraag indient voor een ontwikkelingsgerichte beurs in verband met hedendaagse harmonie met de computer als hulpmiddel, in het kader van het kunstendecreet van 2 april 2004; Overwegende dat de bestreden beslissing op 22 december 2005 aan verzoeker wordt meegedeeld als volgt : “Hierbij dien ik u mee te delen dat Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux beslist heeft uw aanvraag voor een ontwikkelingsgerichte beurs in het kader van het Kunstendecreet niet te subsidiëren, na kennisname van het advies van de beoordelingscommissie muziek. XII-4724-2/6 Ter info vindt u hierbij het advies van de beoordelingscommissie muziek m.b.t. uw subsidieaanvraag: Via deze aanvraag vraagt de heer Jan Vandenheede overheidssteun aan voor het project ‘Hedendaagse harmonie met de computer als hulpmiddel’ dat ongeveer 6 maanden tijdens het jaar 2006 in beslag zal nemen. De omschrijving van het project is zeer technisch. Volgens het dossier is het de bedoeling een nieuwe harmonische aanpak voor compositorische doeleinden te ontwikkelen, waarbij het gaat om het uitdiepen van de aanpak (en dus niet van de harmonieën zelf). De beoogde ontwikkeling is dus niet artistiek, maar wel muziektheoretisch van aard. Om deze reden is de Commissie van oordeel dat Jan Vandenheede deze aanvraag beter zou indienen als onderzoeksproject bij een universiteit of hogeschool, of bij verwante organisaties. De Commissie adviseert derhalve om de gevraagde ontwikkelingsgerichte beurs niet toe te kennen”; Ontvankelijkheid Overwegende dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Schorsingsvoorwaarden Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker het volgende doet gelden : “Verzoeker heeft door de weigering van de beurs niet de middelen (tijd en geld) om het project uit te werken. Hij is momenteel werkzoekende en leeft ongeveer aan het levensminimum en hij moet voortdurend werk zoeken en dat is in deze tijden verre van makkelijk. Zelfs al vindt hij later de middelen om het project wel uit te voeren, nu loopt hij een onherstelbare tijdsachterstand op. Door het foutief beoordelen van zijn aanvraag en de daaruit volgende weigering van de beurs, lopen zijn geplande artistieke projecten, ook de compositieprojecten die hij van plan was te realiseren direct na de beurs, XII-4724-3/6 achterstand op en kan hij niet de kansen waarnemen in de internationale muziekwereld die hij met die beurs wel zou gehad hebben. De artistieke loopbaan van verzoeker is tot nu toe ongetwijfeld internationaal. Er steken kopijen van ettelijke lovende aanbevelingsbrieven van internationaal gerenommeerde personaliteiten in zijn aanvraag. Werk van hem is gespeeld geworden op internationaal gerenommeerde plaatsen door musici van de bovenste plank. Het kan zijn dat het weigeren van een beurs in verband met iets dat hij uiterst belangrijk acht voor zijn artistieke evolutie, uiteindelijk zal beschouwd worden als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel door de internationale kunstgemeenschap in het algemeen”; Overwegende dat de bestreden beslissing een aanvraag afwijst om ten laste van de Vlaamse Gemeenschap subsidies te verkrijgen onder de vorm van een ontwikkelingsgerichte beurs die, blijkens de aan de Raad voorgelegde stukken, de uitvoering moet faciliëren van een werkplan van verzoeker dat ongeveer zes maanden in beslag zou nemen; Overwegende dat de weigering van die beurs voor verzoeker op de eerste plaats dan ook een financieel nadeel betekent; dat evenwel een financieel nadeel in beginsel steeds te herstellen is; dat het aan de verzoekende partij toevalt om de Raad van State aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens te overtuigen dat het uitzonderlijk anders is; dat te dezen noch het aanvraagdossier noch het inleidend verzoekschrift enige becijfering bevat van de kosten of uitgaven of van de eventueel te verwachten inkomsten; dat verzoeker in het verzoekschrift geen becijfering doet van de precieze omvang van het nadeel, en er voorts het raden naar laat of de beurs moet dienen voor de aankoop van specifiek materiaal, om onderzoek uit te voeren, om verplaatsingen te bekostigen, of hoofdzakelijk bedoeld is om gedurende de bedoelde periode van zes maanden in het levensonderhoud van de kunstenaar te voorzien; dat in het advies van de beoordelingscommissie wel een bedrag van 10.500 euro te lezen is; Overwegende dat verzoeker wel doet gelden dat hij momenteel werkzoekende is; dat hij dit echter reeds was, en het niet plots wordt door de aangevochten weigering om zijn project te subsidiëren; dat zijn werkeloosheid dan ook niet voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden maatregel; dat ook niet blijkt, of zelfs maar wordt beweerd, dat verzoeker ingevolge de bestreden beslissing lopende verplichtingen jegens derden die verband houden met zijn artistieke activiteiten moet opzeggen of niet verder kan naleven; XII-4724-4/6 Overwegende dat de werkeloosheid van verzoeker wel een indicatie kan zijn dat hij ingevolge de bestreden beslissing een ander nadeel ondergaat, namelijk dat hij zonder de financiële hulp van de overheid zijn project nooit of minstens niet binnen afzienbare tijd kan uitvoeren; dat verzoeker ook dit met concrete elementen moet staven en, zulks aangetoond zijnde, daarenboven de Raad in staat moet stellen met kennis van zaken te beoordelen of dit nadeel moeilijk te herstellen is, in zoverre dat zonder een voorlopige schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden maatregel, een later vernietigingsarrest aan verzoeker geen zinvol rechtsherstel meer kan opleveren, en dat het een ernstig nadeel is; Overwegende dat in dat verband verzoekers beknopte uiteenzettingen over de “onherstelbare tijdsachterstand” voor het realiseren van zijn project en van zijn andere geplande artistieke projecten “die hij van plan was te realiseren direct na de beurs” louter beweringen zijn; dat ze door het gebrek aan precisering en bij ontbreken van onderbouwende overtuigingsstukken zelfs voor een deel als tegenstrijdig of hypothetisch kunnen worden begrepen, aangezien sommige van die andere projecten allicht niet met het beursproject verband zullen houden en men zich dan kan afvragen wat er aan in de weg staat ze reeds nu te realiseren ter vervanging van het beursproject en men zich voorts kan afvragen hoe reëel de “andere geplande projecten” zijn om verzoenbaar te zijn met het betoog van verzoeker dat hij werkzoekende is; dat verzoeker hoe dan ook de Raad niet ervan overtuigt dat het mislopen hier en nu van een ontwikkelingsgerichte beurs voor zes maanden voor het welbepaalde door hem voorgestelde project een ernstige of onherstelbare hypotheek legt op de ontwikkeling van zijn oeuvre of loopbaan als kunstenaar; Overwegende dat de weigering om de aanvraag goed te keuren ook een moreel nadeel oplevert; dat evenwel wie een beurs aanvraagt, er ook rekening moet mee houden dat hij kan worden afgewezen; dat het morele nadeel dat gepaard gaat met een dergelijke afwijzing dan ook in de regel geen ernstig nadeel uitmaakt; dat het daarenboven zeer wel hersteld wordt door de morele genoegdoening van een later eventueel tussen te komen vernietigingsarrest; dat verzoekers betoog de Raad er niet van overtuigt dat te dezen de weigering van een ontwikkelingsgerichte beurs voor een werkperiode van zes maanden de internationale reputatie van verzoeker kan aantasten, laat staan op een ernstige wijze; XII-4724-5/6 Overwegende, kortom, dat hetgeen verzoeker in het inleidend verzoekschrift heeft doen gelden niet volstaat om het bewijs te leveren van het moeilijk te herstellen en ernstig karakter van het door hem geleden nadeel, in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet voldaan is aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie oktober 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4724-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.116 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.651 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.