← België

Arrest 163199 - Overheidsopdrachten - 05/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.199 Rolnummer: A. 174104/XII-4853 Zaak: Arrest 163199 - Overheidsopdrachten - 05/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-13 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 05:48 Fiche Arrest nr 163.199 van 5 oktober 2006 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.199 van 5 oktober 2006 in de zaak A. 174.104/XII-

  1. In zake :
  2. de BVBA DEPANNAGE VERLE DANNY,
  3. Jimmy MEIRESONNE,
  4. de NV COBBAUT,
  5. de NV GARAGE DE RUYSSCHER,
  6. Jaak MEYS GARAGE,
  7. de BVBA DE MOL-IDE,
  8. STOFFIJN RONNY ESV,
  9. de BVBA VERCAUTEREN EN ZOON,
  10. de BVBA AUTOHANDEL PATRICK,
  11. GARAGE VAN DEN EECKHAUDT, die woonplaats kiezen bij advocaat R. De Rouck, kantoor houdende te Ninove, Leopoldlaan 17 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door :
  12. de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten Y. De Smet en J. De Coninck, kantoor houdende te Aalst, Stationsstraat 10, bus 1
  13. de procureur des Konings van Dendermonde. tussenkomende partijen :
  14. de BVBA GVD AUTO’S,
  15. de BVBA VAN DER EECKEN, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend GVD Auto’s BVBA-Van Der Eecken BVBA, die woonplaats kiest bij advocaat L. Gillis, kantoor houdende te Aalst, Ninovesteenweg
  16. --------------------------------------------------------------------------------------------------- XII-4853-1/5 DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Depannage Verlé Danny, Meiresonne Jimmy, Cobbaut NV, Garage De Ruysscher NV, Jaak Meys Garage, De Mol-Ide BVBA, Stoffijn Ronny ESV, Vercauteren en Zoon BVBA, Autohandel Patrick BVBA en Garage Van Den Eeckhaudt op 19 juni 2006 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 18 april 2006 uitgaande van de Procureur des Konings van Dendermonde, bevattende de afwijzing om verzoekers aan te duiden voor takelbeurten en opvang van inbeslaggenomen voertuigen naar aanleiding van gerechtelijke tussenkomsten, en dit ondanks hun uitdrukkelijke erkenning volgens de criteria uitgewerkt in de Ministeriële omzendbrie- ven d.d. 22.12.2004 en d.d. 20.07.2005”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partijen de nietigverklaring vorderen van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. Barra; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 4 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2006; Gezien het op 13 juli 2006 ingediende verzoekschrift waarbij de BVBA GVD Auto’s en de BVBA Van der Eecken, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap GVD Auto’s BVBA-Van der Eecken BVBA vragen in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordelen blijken te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang hebben dat de vordering wordt afgewezen; dat hun verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Van Valckenborg, die loco advocaat R. De Rouck verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. De Coninck, die verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de verwerende XII-4853-2/5 partij, en van advocaat M. Vanderheijden, die loco advocaat L. Gillis verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partijen excepties opwerpen die de ontvankelijkheid van de vordering betreffen; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over die excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak daarover slechts noodzakelijk zou zijn indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn wat, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoeken- de partijen het voor hen dreigende nadeel als volgt schetsen : “
  17. Dat verzoekers een moeilijk te herstellen nadeel lijden dat niet enkel financieel van aard is. Dat ook de goede reputatie van concluanten is aangetast door het feit dat zij zich niet langer kunnen profileren als helpers van het gerecht. Dat het hier gaat om een belangrijke opdracht voor de ondernemingen in de sector en een belangrijke referentie betreft. Hoewel in principe een financieel nadeel herstelbaar is, dit door deze omstandigheid geenszins het geval is. Dat deze beslissing aanleiding zal kunnen geven tot solvabiliteitsproblemen die het bestaan van de vennootschappen in gevaar kunnen brengen. Dat verzoekers verschillende personen te werk stellen en de huidige situatie leidt tot een zeer belangrijk inkomensverlies dat kan uitmonden in het ontslag van personeelsleden. Dat het immers gaat om firma’s die vroeger nauw samenwerkten met de politiediensten. Aangezien het volstaat dat het MTHEN zich kan voordoen (zie RvS, nr. 32.953, 11/09/1989, Wellens & Cons). Zie ook RvS, nr. 39.187, 07/04/1992, Vanbeginne : [...]” XII-4853-3/5 Overwegende dat de verzoekende partijen beogen de in het geding zijnde opdrachten uit te voeren; dat het mislopen van een opdracht voor een geïnteres- seerde onderneming een moeilijk te herstellen nadeel kan zijn; dat zulks echter aannemelijk dient te worden gemaakt, en wel voor elke betrokken onderneming die een vordering tot schorsing instelt; dat de verzoekende partijen zich te dezen ertoe beperken te stellen dat hun “goede reputatie” is aangetast, dat het “gaat om een belangrijke opdracht voor de ondernemingen in de sector” en het “een belangrijke referentie” betreft die, “aanleiding zal kunnen geven tot solvabiliteitsproblemen die het bestaan van de vennootschappen in gevaar kunnen brengen “en kan uitmonden in het ontslag van personeelsleden”; dat daarmee de verzoekende partijen en laat staan elke partij persoonlijk voor zichzelf nog niet aantoont dat het missen van de bedoelde opdrachten voor hen moeilijk te herstellen en ernstig is; dat immers elke cijfermatige benadering van de waarde van de opdrachten tegenover hun financiële situatie, omzet en concurrentiële positie ontbreekt; dat voorts betreffende het prestige als helper van het gerecht en de referentiewaarde de verzoekende partijen evenmin het wettelijk vereiste nadeel aannemelijk maken; dat er immers geen inzicht wordt geboden betreffende de vraag wat de betrokken specifieke markt van takelen en stallen in een louter gerechtelijke context vertegenwoordigt; dat aldus het moeilijk te herstellen ernstig karakter van het ingeroepen nadeel niet is aangetoond; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  18. Het verzoek tot tussenkomst van de BVBA GVD Auto’s en de BVBA Van der Eecken, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap GVD Auto’s BVBA-Van der Eecken BVBA in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  19. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  20. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4853-4/5 De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf oktober 2006, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4853-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.199 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.260 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.