id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.303 Rolnummer: A. 120350/IX-3310 Zaak: Arrest 163303 - - 09/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-19 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 06:14 Fiche Arrest nr 163.303 van 9 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.303 van 9 oktober 2006 in de zaak A. 120.350/IX-
- In zake : de NV BROUWERIJ MARTENS, die woonplaats kiest bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen :
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landbouw, thans de minister van Volksgezondheid,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV BROUWERIJ MARTENS op 26 april 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 februari 2002 van de minister van Landbouw waarbij vastgesteld wordt dat voor de ingediende dossiers in het kader van de vergoedingsregeling naar aanleiding van de dioxinecrisis, geen vergoeding kan worden uitbetaald; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur St. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 3 februari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 5 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 september 2006; IX-3310-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. WAUTERS die, loco advocaat K. GEELEN verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat Y. VASTERSAVENDTS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat D. CLAES die, loco advocaat I. VANHOUTTE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur St. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- De verzoekende partij is een brouwerij en drankenbottelaar die onder meer het product “Nabtah Tonic” bottelt, een drank die onder meer naar Saudi-Arabië wordt geëxporteerd en die zij presenteert als “sportdrank”. In juni 1999, ten tijde van de dioxinecrisis en ingevolge deze crisis, worden vier containers van voormeld product bij de invoer in Saudi-Arabië tegengehouden. Ingevolge deze blokkage gaan de dranken verloren door bederf. 1.
- Bij ministerieel besluit van 23 december 1999 tot instelling van een vergoedingsregeling naar aanleiding van de dioxinecrisis voor sommige levende dieren en sommige producten van dierlijke oorsprong, wordt een vergoedings- regeling ingesteld voor melk en afgeleide producten die in het buitenland het voorwerp uitmaakten van bewarende maatregelen in verband met de dioxinecrisis. 1.
- Met een aangetekend schrijven van 4 oktober 1999 dient de verzoekende partij vier verzoeken in met het oog op het bekomen van een vergoeding voor de bij de export naar Saudi-Arabië teloorgegane containers Nabtah Tonic. In dit schrijven meldt verzoekster dat de stavingsstukken zullen worden ingezonden op een door de verwerende partij te bepalen datum. IX-3310-2/6 Met een aangetekend schrijven van 28 juni 2000 bezorgt de verzoekende partij het ministerie van Economische Zaken bijkomende stavingsstukken, te weten een factuur aan cliënt, de restitutiedocumenten, de bill of lading, de transportkosten van de containers naar Dubaï en een opgave van de voorraad blikken die bestemd waren voor Saudi-Arabië maar die wegens overschrijding van de vervaldatum niet meer konden verkocht worden. Op 17 augustus 2000 zendt de verzoekende partij nog bijkomende informatie op over de samenstelling van het uitgevoerde product Nabtah Tonic, over de inhoud aan vitamines van het product en over de vermelding van “lactose” op de opdruk van de blikken. 1.
- Op 22 februari 2002 beslist de minister belast met landbouw dat verzoeksters aanvraag tot schadevergoeding dient te worden afgewezen. Deze beslissing is als volgt gesteld : “DOSSIER 308 - Brouwerij Martens nv Gelet op het Ministerieel Besluit van 23 december 1999 tot instelling van een vergoedingsregeling naar aanleiding van de dioxinecrisis voor sommige levende dieren en sommige producten van dierlijke oorsprong; Gelet op het dossier ingediend op 5 oktober 1999 door Brouwerij Martens nv, overeenkomstig artikel 3 §2 en §4 van bovengenoemd besluit met het oog op het bekomen van een vergoeding voorzien in artikels 5, 6 en 7; Gelet op het feit dat de vergoeding voor analysekosten forfaitair is i vastgesteld op 7000,00 BEF (173,53 ) maximum, exlusief BTW (art. 5 § 3, M.B. van 23 december 1999); Gelet op het hierbij gevoegd gemotiveerd advies van de technische commissie ingesteld bij Ministerieel Besluit van 19 juli 2000 in uitvoering van artikel 9 en 9 bis van het Ministerieel Besluit van 23 december 1999, gewijzigd bij Ministerieel Besluit van 19 juli 2000; Gezien dat advies negatief is (vergadering technische commissie van 05/12/2000); MOTIVERING : Het M.B. van 23 december 1999 is van toepassing op varkens, runderen, pluimvee en hun broedeieren, alsook op hun afgeleide producten bestemd voor voeder voor dieren, zoals bedoeld in de Beschikking 1999/449/EG, en op melk en afgeleide producten zoals bedoeld in de beschikking 1999/389/EG, Nabtab tonic valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit. De lactose van het product heeft enkel als functie de vitaminen te laten oplossen in de drank. Men kan de Nabtab tonic daardoor niet beschouwen als een product op basis van melk. BESLUIT dat voor de ingediende dossiers (detail in bijlage) in uitvoering van het M.B. van 23 december 1999, geen vergoeding kan worden uitbetaald.” Dit is de bestreden beslissing. Bij schrijven van 22 februari 2002 wordt zij verzoekster ter kennis gebracht. IX-3310-3/6
- Overwegende dat in het onderhavig dossier geen beslissing genomen is die voor rekening van het Vlaamse Gewest gehouden kan worden; dat het Vlaamse Gewest dan ook niet als tegenpartij in deze zaak betrokken wordt; 3.
- Overwegende, wat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de verzoekende partij betreft, dat zij met haar verzoekschrift een door haar “gedelegeerd bestuurder” Alfons Martens op 26 april 2002 ondertekend stuk overlegt waarin melding gemaakt is van diens beslissing om het onderhavig beroep in te dienen; Overwegende dat artikel 522, § 2, van het wetboek van vennootschappen bepaalt dat, in een naamloze vennootschap, de raad van bestuur de vennootschap in rechte als eiser of verweerder vertegenwoordigt, maar dat de statuten aan een of meer bestuurders bevoegdheid kunnen verlenen om, alleen of gezamenlijk, de vennootschap te vertegenwoordigen; dat, in het licht van die bepaling, in dit geval de vraag rijst of gedelegeerd bestuurder Alfons Martens, alleen handelend, rechtsgeldig kon beslissen om het onderhavig beroep in te dienen; dat het beroep niet ontvankelijk is wanneer de verzoekende partij niet regelmatig in rechte getreden is; 3.
- Overwegende dat, blijkens de overgelegde statuten van de vennootschap : - de raad van bestuur “de meest uitgebreide bevoegdheid (heeft) om alle hande-lingen te verrichten die nodig of dienstig zijn voor het bereiken van het maatschappelijk doel (...)” (artikel 18.1), - de raad van bestuur het dagelijks bestuur mag toevertrouwen het zij aan “één o f meer best uurders, alsdan gedelegeerd-bestuurder genoemd, gekozen binnen de raad”, hetzij “aan één of meer directeurs, gekozen buiten de raad” (artikel 18.2.), hetzij, voor bepaalde aangelegenheden, aan “bijzondere gevolmachtigden” (artikel 18.3), - de vennootschap “ in en buiten rechte geldig vertegenwoordigd (wordt) hetzij door twee gedelegeerd bestuurders, hetzij, binnen hun bevoegdheidssfeer, door de personen gelast met het dagelijks bestuur, hetzij, binnen de perken van hun mandaat, door de bijzondere gevolmachtigden” (artikel 19); IX-3310-4/6 Overwegende dat, blijkens de bepalingen over de benoemingen (titel III van de statuten), bij het ontstaan van de vennootschap twee leden van de raad van bestuur -die uit vijf leden bestaat- benoemd zijn tot “gedelegeerd bestuurder, belast met het dagelijks bestuur krachtens artikel achttien van de statuten, met de macht om alleen op te treden” en die “bijgevolg ook de bevoegdheden hebben, vermeld in artikel 19 van de statuten”; dat uit het met de laatste memorie van de verzoekende partij overgelegd stuk blijkt dat de raad van bestuur op 5 mei 2000 besloten heeft zijn leden Frans Martens en Alfons Martens “als gedelegeerd bestuurder (te belasten) met het dagelijks bestuur met de macht om alleen op te treden volgens art. 18 van de statuten”; 3.
- Overwegende dat de raad van bestuur van de verzoekende partij het dagelijks bestuur aan twee van zijn eigen leden opgedragen heeft, die daardoor de titel van gedelegeerd-bestuurder hebben verkregen; dat artikel 19 van de statuten, voor het geval dat de vennootschap volgens dat systeem bestuurd wordt, vereist dat een vordering in rechte gebeurt door twee gedelegeerd-bestuurders; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie betoogt dat er wel een rechtsgeldige beslissing tot het instellen van een beroep voorligt, aangezien Alfons Martens door de raad van bestuur als gedelegeerd- bestuurder aangesteld is met de bevoegdheid om alleen op te treden; dat evenwel, in het licht van de statuten waar de beslissingen van de raad van bestuur niet kunnen tegen ingaan, die beslissing slechts kan betekenen dat Alfons Martens wel alleen kan instaan voor de dagelijkse leiding maar dat zulks niet volstaat voor het indienen van een vordering in rechte, aangezien daarvoor het akkoord van twee ge- delegeerd-bestuurders vereist is; 3.
- Overwegende dat het bewijs niet voorligt dat de beslissing om het onderhavige beroep in te dienen, genomen is door twee gedelegeerd-bestuurders; dat het beroep derhalve niet ingediend is overeenkomstig de eigen statutaire regels van de verzoekende partij; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-3310-5/6 Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen oktober 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-3310-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.303 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.