← België

Arrest 163479 - - 12/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.479 Rolnummer: A. 118979/XII-3512 Zaak: Arrest 163479 - - 12/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-20 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-01 06:32 Fiche Arrest nr 163.479 van 12 oktober 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.479 van 12 oktober 2006 in de zaak A. 118.979/XII-

  1. In zake : de VZW GAIA, die woonplaats kiest bij advocaat J. Verstraeten, kantoor houdende te Leuven, Vaartstraat 70 tegen : de STAD RONSE. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW GAIA op 29 maart 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 januari 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ronse om op 22 februari 2002 het Offerfeest “te organiseren zoals 2 jaar terug”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 9 maart 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekster; Gelet op de beschikking van 3 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 mei 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3512-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Verstraeten, die verschijnt voor verzoekster; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de stad Ronse zich voor het islamitisch Offerfeest 2002 aanvankelijk op het standpunt stelt dat ritueel thuisslachten verboden is; dat op 25 januari 2002 de vertegenwoordiger van de stad bij een bezoek aan de moskee in de Van Wynghenestraat te horen krijgt dat er geen Offerfeest zal worden gevierd “[i]ndien de moslimgemeenschap de mogelijkheid niet krijgt om zoals vroeger thuis een schaap te slachten”; dat, vervolgens, op 28 januari 2002 het college van burgemeester en schepenen beslist het “feest te organiseren zoals 2 jaar terug, aangezien de nieuwe reglementering nog niet van toepassing is en een zelfde financiële teruggave te voorzien (400 frank, doch 500 frank voor wie slacht in het slachthuis)”; Overwegende dat de organisatie concreet inhoudt : “Verkoop zakken en slachtbewijzen Op vrijdag 15 februari vanaf 13u30 in de moskee. Wie er niet kan zijn kan ook terecht op woensdag 13 februari op de milieudienst van 8u00 tot 12u
  3. Samen met de verkoop van de zakken wordt een waarborgdocument afgeleverd. Afgifte slachtafval en huiden Op vrijdag 22 februari 2002 tussen 17u30 en 19u00 op het containerpark. Slachtafval en huiden dienen in aparte containers gedeponeerd te worden. Het waarborgdocument wordt afgestempeld bij afgifte van het afval. De waarborg kan men enkel aan de stadskassa terugkrijgen met vertoon van het waarborg- document. i Kostprijs slachtbewijs : 2,50 Kostprijs 2 zakken : i 10,00 (verwerking en transport van het afval zijn inbegrepen) i Waarborg : 10,00”; Overwegende dat op 5 maart 2002, op een provinciale “evaluatie- vergadering van het voorbije offerfeest”, de vertegenwoordiger van verwerende partij toelicht : “Ronse had een goede overeenkomst met het slachthuis maar de moslim- gemeenschap heeft elke medewerking geweigerd: er werd unaniem beslist om XII-3512-2/4 niet naar het slachthuis te gaan. De burgemeester heeft thuisslachtingen toegelaten. Er werden 88 slachtbewijzen afgeleverd in de moskeeën en 137 via de milieudienst. Twee schapen werden in het slachthuis geslacht. De inzameling van het afval verliep goed”;
  4. Overwegende dat verzoekster in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 16 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren en van de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 11 februari 1988 betreffende sommige door een religieuze ritus voorgeschreven slachtingen, doordat “de bestreden beslissing voorziet in thuisslachtingen van de door een religieuze ritus voorgeschreven slachtingen, terwijl dergelijke slachtingen enkel in een slachthuis mogen plaatsvinden en slechts door welbepaalde personen mogen worden uitgevoerd”; dat verzoekster toelicht dat het bestreden besluit “op duidelijke wijze beslist het ‘feest te organiseren zoals twee jaar terug’ wel wetende dat alle slachtingen thuis zullen gebeuren volkomen in strijd met de hogervermelde bepalingen”;
  5. Overwegende dat krachtens artikel 16, § 2, tweede lid, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, de Koning kan bepalen dat sommige slachtingen voorgeschreven door de ritus van een eredienst moeten worden uitgevoerd in erkende slachthuizen of in erkende inrichtingen, door offeraars die daartoe zijn gemachtigd door de vertegenwoordigers van de eredienst; dat de Koning ook effectief van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt; dat de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 11 februari 1988 betreffende sommige door een religieuze ritus voorgeschreven slachtingen -zoals zij ten tijde van de bestreden beslissing luidden- bepalen dat de door een religieuze ritus voorgeschreven slachtingen van runderen, schapen en geiten slechts in een openbaar slachthuis, in een particulier slachthuis of in inrichtingen erkend door de minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort, mogen plaatsvinden en dat slachten voorgeschreven door de islamitische ritus slechts door offeraars mag geschieden die daartoe door het representatief orgaan van de islamieten in België gemachtigd zijn; Overwegende dat uit de wet van 14 augustus 1986 en het koninklijk besluit van 11 februari 1988 volgt dat het verboden is runderen, schapen en geiten thuis te slachten ter gelegenheid van het islamitisch Offerfeest; dat wat verboden is, ook niet nader georganiseerd mag worden; XII-3512-3/4 Overwegende dat, zoals sub 1 gezien, de bestreden collegebeslis- sing dat nu juist wel doet; dat zij zodoende een verboden praktijk regelt en er in bewilligt, en zelf eveneens de in het middel aangevoerde bepalingen schendt; dat het middel gegrond is; BESLUIT: Artikel
  6. Vernietigd wordt de beslissing van 28 januari 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ronse om op 22 februari 2002 het Offerfeest “te organiseren zoals 2 jaar terug”. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf oktober 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3512-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.479 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.