← België

Arrest 163483 - - 12/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.483 Rolnummer: A. 175348/VII-36358 Zaak: Arrest 163483 - - 12/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-01 06:34 Fiche Arrest nr 163.483 van 12 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.483 van 12 oktober 2006 in de zaak A. 175.348/VII-36.

  1. In zake : de b.v.b.a. IDES, gevestigd te KEERBERGEN, Vlieghavenlaan 108 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. IDES op 11 juli 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 4 mei 2006 waarbij de aanvraag van de verzoekende partij, exploitant van een recyclagebedrijf gelegen aan de Termurenlaan 26 te Aalst, om de bijzondere milieuvergunningsvoor- waarde die is opgelegd in de lopende vergunning verleend bij ministerieel besluit van 24 juli 1998 te wijzigen, gedeeltelijk wordt ingewilligd; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 5 september 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 28 september 2006; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van zaakvoerder C. STEENHAUT, die verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; VII-36.358-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De feiten Overwegende dat de relevante feiten van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  3. De verzoekende partij exploiteert in Aalst (deelgemeente Erembodegem) een inrichting voor het verwerken van afgedankte gasontladingslam- pen (TL-lampen). De lopende milieuvergunning wordt verleend op 24 juli 1998 voor een termijn van tien jaar. Tegen deze vergunning wordt een annulatieberoep ingediend door de stad Aalst. De verzoekende partij is tussengekomen in de debatten. 1.
  4. Met een brief van 28 december 2005 vraagt de verzoekende partij een wijziging van de vergunningsvoorwaarden aan. 1.
  5. Nadat adviezen zijn verleend door OVAM, de afdeling Milieuver- gunningen en de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie, wordt bij het bestreden besluit van 4 mei 2006 de aanvraag van de verzoekende partij gedeeltelijk ingewil- ligd. 1.
  6. Dezelfde dag wordt de milieuvergunning vernietigd door 's Raads arrest nr. 158.305 van 4 mei 2006;
  7. De ontvankelijkheid 2.
  8. Overwegende dat de verzoekende partij haar belang als volgt toelicht: "Aangezien verzoekende partij als exploitant houder was van de vernietigde milieuvergunning, heeft verzoekende partij dan ook zonder de minste twijfel belang bij het instellen van haar beroep bij de Raad van State, houdende de nietigverklaring van [het bestreden besluit]"; 2.
  9. Overwegende dat, hoewel de verzoekende partij in haar aanvraag van 28 december 2005 geen rechtsgrond vermeldt, de aanvraag klaarblijkelijk is gebeurd bij toepassing van artikel 45 van VLAREM I; dat door het annulatiearrest van 4 mei 2006 de milieuvergunning verleend op 24 juli 1998 uit de rechtsorde is VII-36.358-2/3 verdwenen, en bijgevolg geacht wordt nooit te hebben bestaan; dat de aanvraag tot wijziging van de vergunningsvoorwaarden daardoor geen voorwerp meer heeft; dat de bevoegde Vlaamse minister zich opnieuw dient uit te spreken over het administra- tief beroep ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van 5 februari 1998; dat, indien opnieuw vergunning wordt verleend, enkel de voorwaarden van die nieuwe beslissing zullen gelden; dat de verzoekende partij desgevallend deze nieuwe beslissing zal kunnen aanvechten, of een wijziging zal kunnen vragen van de nieuwe vergunningsvoorwaarden, maar dat haar aanvraag van 28 december 2005 tot wijziging van de vergunningsvoorwaarden definitief zonder voorwerp blijft; dat de verzoekende partij derhalve geen belang heeft bij haar annulatieberoep, BESLUIT: Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf oktober tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, E. IMPENS. toegevoegd griffier De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-36.358-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.483 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.