← België

Arrest 163486 - - 12/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.486 Rolnummer: A. 116831/VII-25831 Zaak: Arrest 163486 - - 12/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-20 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 06:36 Fiche Arrest nr 163.486 van 12 oktober 2006 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.486 van 12 oktober 2006 in de zaak A. 116.831/VII-25.

  1. In zake : Herman MOORTGAT, die woonplaats kiest bij advocaat E. HUYGHE, kantoor houdende te RUMST, Molenstraat 3 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Herman MOORTGAT op 14 februari 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 29 november 2001 waarbij de vergunning tot het exploiteren van een paardenhouderij, gelegen te Grobbendonk, Boshoven 39, die door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk was verleend, wordt opgeheven en de vergunning wordt geweigerd; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 8 juni 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan verzoeker op 23 juni 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-25.831-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van arti- kel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. VII-25.831-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf oktober tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-25.831-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.486 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.