← België

Arrest 163488 - - 12/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.488 Rolnummer: A. 120696/VII-26543 Zaak: Arrest 163488 - - 12/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-20 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 06:37 Fiche Arrest nr 163.488 van 12 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.488 van 12 oktober 2006 in de zaak A. 120.696/VII-26.

  1. In zake: de n.v. INTERNATIONAL PETROLEUM, gevestigd te BRUSSEL, Clemenceaulaan 11 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : de n.v. POWER OIL, die woonplaats kiest bij advocaten R. HONORÉ en F. VANDEN BERGHE, kantoor houdende te KORTRIJK, President Kennedypark 4 A. -------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. INTERNATIONAL PETROLEUM op 6 mei 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 7 maart 2002 "inzake de overname gemeld door N.V. POWER OIL voor een inrichting gelegen Dudzeelse Steenweg 189 te Brugge"; Gelet op het arrest nr. 113.051 van 28 november 2002 waarbij de n.v. POWER OIL wordt toegelaten in de debatten tussen te komen, de debatten worden heropend, het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast met het verder onderzoek van de zaak, en de zaak wordt verdergezet overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 14 juni 2006; VII-26.543-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-26.543-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf oktober tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-26.543-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.488 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.113.051 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.