← België

Arrest 163571 - - 13/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.571 Rolnummer: A. 154735/X-12004 Zaak: Arrest 163571 - - 13/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-26 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-01 06:42 Fiche Arrest nr 163.571 van 13 oktober 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 163.571 van 13 oktober 2006 in de zaak A. 154.735/X-12.

  1. In zake : Rita VERSCHUEREN, die woonplaats kiest bij Advocaat I. KEMPENEERS, kantoor houdende te 3300 TIENEN, Kabbeekvest 24 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  2. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat dat Rita VERSCHUEREN op 13 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van :
  3. het besluit van 15 juni 2004 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende verwerping van het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld tegen het besluit van 21 juni 2001 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij aan Herman VERBAET de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor de sloop van een bestaande woning en de bouw van 28 appartementen te Boortmeerbeek, Bieststraat, op een perceel kadastraal bekend sectie A, nrs. 523e, f, g, 631h, 630c en 522h, en
  4. het besluit van 21 juni 2001 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep ingesteld door Herman VERBAET tegen het besluit van 14 november 2000 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Boortmeerbeek houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning tot de sloop van een bestaande woning en de bouw van 28 appartementen te Boortmeerbeek, Bieststraat, op een perceel kadastraal bekend sectie A, nrs. 523e, f, g, 631h, 630c en 522h, wordt ingewilligd; Gelet op het arrest nr. 159.571 van 2 juni 2006 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-12.004-1/3 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 15 juni 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-12.004-2/3 Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien oktober 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.004-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.571 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.737 ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.571 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.