← België

Arrest 163592 - - 13/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.592 Rolnummer: A. 177590/XIV-26891 Zaak: Arrest 163592 - - 13/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-17 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-01 06:42 Fiche Arrest nr 163.592 van 13 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 163.592 van 13 oktober 2006 in de zaak A. 177.590/XIV-26.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J. COSTE, kantoor houdende te 4020 LUIK, rue de Chaudfontaine tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 23 september 1974 en van Turkse nationaliteit, op 12 oktober 2006 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 12 oktober 2006 tot terugdrijving, met beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 oktober 2006; Gelet op de beschikking van 13 oktober 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op vrijdag 13 oktober 2006 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad Ch. BAMPS; XIV-26.891-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. COSTE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat N. LUCAS, die loco Advocaat E. MATTERNE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de derde voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, dat overeenkomstig artikel 3, lid 2, 5/, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten dient te bevatten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochte akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat de verzoekende partij in principe gegevens dient aan te voeren die enerzijds wijzen op de ernst van het nadeel dat ze ondergaat of kan ondergaan, hetgeen betekent dat zij aanduidingen zal moeten geven omtrent de aard en de omvang van het te verwachten nadeel, en die anderzijds wijzen op de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel; dat er dient op te worden gewezen dat bij de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dient rekening te worden gehouden met het feit dat het nadeel specifiek en rechtstreeks moet voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing als zodanig; dat hieruit volgt dat moet worden aangetoond dat het besluit waarvan de schorsing wordt gevraagd aan de oorsprong ligt van het nadeel, met andere woorden dient er een causaal verband te bestaan tussen de bestreden beslissing en het vermeende moeilijk te herstellen ernstig nadeel; Overwegende dat, wat de derde voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, de verzoekende partij in essentie aanvoert: “Attendu que l’exécution de l’ordre de quitter le territoire, avec décision de remise à la frontière et décision de priivation de liberté à cette fin, causerait un préjudice grave difficilement réparable à Mme XXX; XIV-26.891-2/4 Que l’exécution de cette décision est imminente puisque l’expulsion de la requérante est prévue le 13 octobre 2006; Qu’en effet, comme expliqué précédemment, Mme XXX projette de se marier avec son compagnon; Que l’unité familiale qu’elle forme avec son compagnon serait également mise à mal; Que la décision querellée doit dès lors faire l’objet d’une suspension en extrême urgence;” Overwegende dat de verwerende partij in haar nota hierop repliceert als volgt: “Verzoekster stelt dat zij wil huwen en dat de bestreden beslissing de gezinsvorming zou in het gedrang brengen. De verwerende partij heeft de eer daarop te antwoorden dat zoals werd aangegeven in de bestreden beslissing, verzoekster niet wordt belet de nodige stappen te zetten om vanuit Turkije de nodige machtiging aan te vragen. Er wordt geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aangetoond.”; Overwegende dat de bestreden beslissing steunt op het feit dat de verzoekende partij het Rijk wenste binnen te komen zonder houder te zijn van het door artikel 3, eerste lid, 1/ en 2/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) vereiste documenten, meer bepaald een geldig paspoort voorzien van een geldig visum, een gegeven wat tevens niet wordt betwist door de verzoekende partij; dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet voortvloeit uit de thans bestreden beslissing, maar uit het eigengereid handelen van de verzoekende partij doordat zij België is binnen gekomen zonder de vereiste binnenkomstdocumenten; dat de verzoekende partij evenwel nagelaten heeft zich in het bezit te stellen van de noodzakelijke documenten voor een verder regelmatig verblijf op het grondgebied; dat haar voornemen te huwen haar niet vrijstelt van de verplichting van een regelmatige binnenkomst zoals voorzien in de Vreemdelingenwet; dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet tot gevolg heeft dat de verzoekende partij definitief van haar toekomstige echtgenoot wordt gescheiden; dat uit de bestreden beslissing enkel voortvloeit dat ze tijdelijk uit het land wordt verwijderd met de mogelijkheid om er terug te keren nadat ze zich in het bezit heeft gesteld van de documenten die vereist zijn om tot binnenkomst in het Rijk te worden toegelaten; dat het door de verzoekende partij aangehaalde nadeel derhalve aan haar eigen verzuim is te wijten; Overwegende dat niet is voldaan aan de derde van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, XIV-26.891-3/4 BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien oktober tweeduizend en zes, door : Mevr. Ch. BAMPS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. Ch. BAMPS. XIV-26.891-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.592 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.