← België

Arrest 163637 - - 16/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.637 Rolnummer: A. 165931/IX-5060 Zaak: Arrest 163637 - - 16/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-25 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-01 06:44 Fiche Arrest nr 163.637 van 16 oktober 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.637 van 16 oktober 2006 in de zaak A. 165.931/IX-

  1. In zake : de VZW STICHTING VOOR HEDENDAAGSE MUSICAL (STIHMUL), die woonplaats kiest bij advocaat I. VANDESCHOOR, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg 977 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW STICHTING VOOR HEDENDAAGSE MUSICAL op 12 september 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2005 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal-artistieke werking, periodieke publicaties en steunpunten in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, van kunstenorganisaties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal- artistieke werking en periodieke publicaties in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007, en van instellingen van de Vlaamse Gemeenschap in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010; Gelet op het arrest nr. 153.326 van 9 januari 2006 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2005 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal-artistieke werking, periodieke publicaties en steunpunten in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, van kunstenorganisaties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal-artistieke werking en periodieke publicaties in de periode IX-5060-1/4 van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007, en van instellingen van de Vlaamse Gemeenschap in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010 wordt bevolen, de vordering tot schorsing voor het overige wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verwerende partij op 18 januari 2006 en aan de verzoekende partij op 10 maart 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen over de vernietiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen en dat zij met ingang van de kennisgeving over een termijn van vijftien dagen beschikken om te vragen gehoord te worden; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4bis, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, de Raad van State de akte of het reglement kan nietig verklaren waarvan de schorsing gevorderd wordt indien, binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging is ingediend door de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil; Overwegende dat de verwerende partij binnen de termijn van dertig dagen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend; dat er IX-5060-2/4 reden is om de beslissing waarvan de schorsing van de tenuitvoerlegging is bevolen nietig te verklaren; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing gedeeltelijk is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. Vernietigd wordt artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2005 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal-artistieke werking, periodieke publicaties en steunpunten in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, van kunstenorganisaties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal-artistieke werking en periodieke publicaties in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007, en van instellingen van de Vlaamse Gemeenschap in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december
  4. Artikel
  5. De afstand van het meergevorderde wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5060-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien oktober 2000 en zes, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-5060-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.637 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.326 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.