← België

Arrest 163740 - - 19/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.740 Rolnummer: A. 86525/XII-2236 Zaak: Arrest 163740 - - 19/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-25 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 06:48 Fiche Arrest nr 163.740 van 19 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.740 van 19 oktober 2006 in de zaak A. 86.525/XII-

  1. In zake : Luc DEWITTE, wonende te Maasmechelen, Molenstraat 100 tegen : de B U R G E M E E S T E R VAN DE GE ME E NT E MAASMECHELEN, die woonplaats kiest bij advocaat K. Daenen, kantoor houdende te Maasmechelen, Rijksweg 411/
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc Dewitte op 3 september 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 juni 1999 van de burgemeester van Maasmechelen waarbij hem de tuchtstraf van de waarschuwing wordt opgelegd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 5 november 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen, het verzoek tot voortzetting van het geding van verzoeker en gezien de laatste memorie van verwerende partij; Gelet op de beschikking van 1 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 september 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-2236-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Daenen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker met het bestreden besluit van 28 juni 1999 van de burgemeester de tuchtstraf van de waarschuwing wordt opgelegd; dat verzoeker zijn beroep tot nietigverklaring instelt op 3 september 1999; Overwegende dat de verwerende partij in een exceptie betoogt dat het beroep laattijdig is ingesteld en dus niet ontvankelijk is; Overwegende dat uit de door de verwerende partij neergelegde stukken blijkt dat de tuchtstraf aan verzoeker ter kennis werd gebracht met een aangetekende zending, ter post afgegeven op 29 juni 1999 en dat door verzoeker voor ontvangst op de antwoordkaart is getekend op 8 juli 1999; dat op de door verzoeker neergelegde kopie van een omslag van de aangetekende zending, een etiket met de vermelding “Afwezig de 30/6/99” werd aangebracht en nadien de met de hand geschreven vermelding “Afgehaald op 08/07/99”; Overwegende dat wanneer een besluit ter kennis wordt gebracht met een aangetekende brief, gericht aan betrokkene op het adres dat hij heeft opgegeven, de kennisgeving wordt geacht te zijn gebeurd op het ogenblik van de aanbieding van de brief; dat het feit dat betrokkene op dat ogenblik afwezig is niet belet dat die kennisgeving de beroepstermijn doet ingaan; dat het immers, opdat een kennisgeving bij ter post aangetekende brief geldig geschiedt, noodzakelijk maar voldoende is dat de postbode zich aan de woning van belanghebbende heeft gemeld en, als hij de brief niet persoonlijk aan belanghebbende of aan een ander op dat adres verblijvend persoon heeft kunnen overhandigen, in de brievenbus van belanghebbende een bericht heeft achtergelaten waarin deze ervan wordt verwittigd dat de brief te zijner beschikking is op het postkantoor; XII-2236-2/4 Overwegende dat in het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat de voormelde vormvereisten te dezen zijn vervuld aangezien enerzijds uit de door verzoeker neergelegde stukken blijkt dat de postbode zich op 30 juni 1999 aan zijn woning heeft gemeld en anderzijds het achterlaten van een bericht blijkt uit het feit dat verzoeker de aangetekende zending alsnog op het postkantoor is gaan afhalen; dat de verzoeker geacht moet worden met die vaststellingen akkoord te gaan nu hij geen laatste memorie indiende en evenmin ter terechtzitting verscheen; Overwegende dat aangezien de bestreden beslissing rechtsgeldig werd betekend, niet de datum waarop de aangetekende zending door verzoeker op het postkantoor werd afgehaald, maar de datum waarop deze zending aan zijn woning werd aangeboden het uitgangspunt vormt voor het berekenen van de beroepstermijn; dat krachtens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het beroep tot nietigverklaring verjaart zestig dagen nadat de bestreden akte werd betekend; dat overeenkomstig artikel 88 van datzelfde besluit de vervaldag in die termijn wordt gerekend en indien die dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, verplaatst wordt op de eerstvolgende werkdag; dat te dezen de aangetekende zending aan verzoeker werd aangeboden op 30 juni 1999 hetgeen hij niet betwist; dat 29 augustus 1999 bijgevolg de zestigste dag van de termijn en in principe de laatste dag was waarop het verzoekschrift nuttig aan de post kon worden afgegeven; dat die dag een zondag was zodat de vervaldag verplaatst werd naar de eerstvolgende werkdag, namelijk maandag 30 augustus 1999; dat dienvolgens het verzoekschrift tot nietigverklaring dat te dezen op 3 september 1999 werd afgegeven buiten de gestelde termijn is ingediend; dat het beroep dienvolgens niet ontvankelijk is ingesteld, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-2236-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien oktober 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2236-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.740 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.