← België

Arrest 163767 - - 19/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.767 Rolnummer: A. 175217/VII-36334 Zaak: Arrest 163767 - - 19/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-25 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 06:48 Fiche Arrest nr 163.767 van 19 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.767 van 19 oktober 2006 in de zaak A. 175.217/VII-36.334 In zake : Maureen TOLLENAERE, die woonplaats kiest bij advocaat N. VAN OVERLOOP, kantoor houdende te GENT (SINT-AMANDSBERG), Halvemaanstraat 7 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat 165 tussenkomende partij : de n.v. DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS, die woonplaats kiest bij advocaten D. en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Maureen TOLLENAERE op 24 juli 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 12 april 2006 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 29 september 2005, houdende het verlenen van de vergunning aan de n.v.DEME ENVIRONMEN- TAL CONTRACTORS om een recyclagecentrum voor bagger- en ruimingsspecie, gelegen aan de Kuhlmannkaai te Gent, te exploiteren, ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; VII-36.334-1/16 Gelet op de beschikking van 7 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 september 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaten N. VAN OVERLOOP, I. MOHAMMAD en G. DAEM, die verschijnen voor verzoekster, van advocaat J. BERGÉ, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. RYCK- BOST, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKE- RE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. DEME ENVIRONMENTAL CON- TRACTORS met een op 11 augustus 2006 ingediend verzoekschrift heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat dit verzoek kan worden ingewilligd;
  2. De feiten Overwegende dat de voor de oplossing van het geschil relevante gegevens als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  3. Op 11 mei 2005 dient de n.v. DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS, tussenkomende partij, bij de bestendige deputatie een aanvraag in voor het exploiteren van een nieuwe inrichting gelegen aan de Kuhlmannkaai te Gent (Desteldonk) op de percelen, kadastraal bekend onder Evergem, 4/ afd. (Ertvelde), sectie A, nr. 13/n/3, Zelzate, 1/ afd., sectie D, nrs. 5682, 5683, 568/h, 568/k, en Gent, 14/ afd., sectie X, nrs. 660/t en 660/v, met als voorwerp een recyclagecentrum voor bagger- en ruimingsspecie. Deze aanvraag omvat de volgende rubrieken: "2.2.2.a) 2/

(1)de opslag van maximaal 60.000 ton en het breken van inerte afvalstoffen afkomstig van de behandeling bagger-en ruimingsspecie. VII-36.334-2/16 2.2.2.f) 2/
(1)de opslag van maximaal 60.000 ton en het breken van niet-gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van de behandeling bagger- en ruimingsspecie. 2.2.8.a)
(3)de opslag van baggerspecie in afwachting van behandeling in 3 bufferbekkens van 5.000 m³ elk of in een of meerdere van de beschikbare laguneringsvelden met het oog op de nuttige toepassing ervan. 2.2.8.b)
(3)recyclagecentrum voor de behandeling van reeds geborgen en nieuw aan te voeren bagger- en ruimingsspecie door versneld ontwateren en zandafschei- ding via lagunering, hydrocyclonen, filterpersen of vergelijkbare technieken en eventueel gecombineerd met bioremediatie met een jaarcapaciteit van ca. 375.000 m³ of 300.000 droge stof en met het oog op de nuttige toepas- sing van de behandelde bagger- en ruimingsspecie. 2.3.7.c)
(2)de opslag van baggerspecie in afwachting van behandeling in 3 bufferbekkens van 5.000 m³ elk of in een of meerdere van de beschikbare laguneringsvelden met het oog op de definitieve verwijdering ervan. 2.3.7.d)
(2)recyclagecentrum voor de behandeling van reeds geborgen en nieuw aan te voeren bagger- en ruimingsspecie door versneld ontwateren en zandafschei- ding via lagunering, hydrocyclonen, filterpersen of vergelijkbare technieken en eventueel gecombineerd met bioremediatie met een jaarcapaciteit van ca. 375.000 m³ of 300.000 droge stof en met het oog op de definitieve verwijde- ring van de behandelde bagger- en ruimingsspecie. 3.6.3.1/
(2)een afvalwaterzuiveringsinstallatie (pH-correctie, zandfilter en actiefkoolfil- ter) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat met een effluent van maximaal 50 m³/uur, 1.200 m³/dag en 200.000 m³/jaar dat geloosd wordt in het kanaal Gent-Terneuzen. 12.1.1/
(2)een hulpstroomgenerator met een geïnstalleerd elektrisch vermogen van 1.000 kW. 12.2.1/
(3)een transformator met een individueel nominaal vermogen van 1.000 kVA. 15.1.1/
(3)de stalling van maximaal 25 werfvoertuigen andere dan personenwagens. 15.4.2/
(2)het reinigen van meer dan 10 werfvoertuigen per dag. 16.3.1.1/
(3)diverse compressoren met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 190 kW en een airconditioningsinstallatie van 10 kW. 16.7.1/
(3)de opslag van maximaal 1.000 liter diverse gassen in gasflessen. 16.8.1/
(3)de opslag van propaan in een bovengrondse houder van 3.000 liter. 17.3.3.3/
(1)de opslag van maximaal 512.000 kg diverse schadelijke, corrosieve, irriterende en oxiderende stoffen in verplaatsbare recipiënten. 17.3.6.2/
(2)de opslag van 30.000 liter gasolie in een bovengrondse dubbelwandige houder van 25.000 liter en in een bovengrondse dubbelwandige dagtank van 5.000 liter. 17.3.7.1/
(3)de opslag van maximaal 13.000 liter diverse P4-producten in verplaatsbare recipiënten. VII-36.334-3/16 17.3.9.3/
(1)2 verdeelslangen voor gasolie. 17.4.
(3)de opslag van maximaal 1.000 liter of 1.000 kg diverse gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen. 24.4.
(3)een kwaliteitslabo. 29.5.2.2/
(2)diverse metaalbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 25 kW. 30.10.1/
(2)de opslag van gereinigd zand op een oppervlakte van 1 ha. 31.1.2/
(1)een hulpstroomgenerator met een nominaal vermogen van 1.000 kW". De bagger- en ruimingsspecie zal worden verwerkt, enerzijds, via lagunering, al dan niet gecombineerd met zandscheiding, door middel van sedimenta- tiebekkens en bioremediatie en, anderzijds, via mechanische ontwatering, al dan niet gecombineerd met zandscheiding en/of zandwassing. 1.
  1. Naar aanleiding van deze aanvraag worden de vereiste adviezen ingewonnen die overwegend gunstig zijn, behoudens -oorspronkelijk- het advies van de afdeling ROHM. Deze afdeling stelt dat de geplande inrichting deels is gelegen in een gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven en deels in een koppelingsge- bied K1, volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone'. Zij adviseert ongunstig omdat de geplande inrichting strijdig is met de bestemming voor het gedeelte gelegen in het koppelingsgebied. Ter zitting van de Provinciale Milieuvergunningscommissie wordt het advies van de afdeling ROHM evenwel bijgestuurd: de afdeling kan thans gunstig advies verlenen aangezien inmiddels het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoerings- plan (hierna: GRUP) is goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en er naar aanleiding van de bouwaanvraag de verplichting zal worden opgenomen om vóór de ingebruikname van de slibverwerkingsinstallatie de aanleg van een bosstrook te realiseren. Het GRUP voorziet immers tussen de woonwijk 'Klein Rusland' en het recyclagecentrum in een zone voor bos met een breedte van 100 meter en een lengte van ca. 330 meter. Volgens het GRUP is de inrichting gelegen deels in een zone voor bos, deels in een zone voor zeehaven- en watergebon- den bedrijven, en deels in een reservatiezone voor waterwegeninfrastructuur. Verzoekster woont in de wijk 'Klein Rusland' in de A. Mechelincklaan. Zij geeft geen verdere uitleg over de situering van haar woning ten aanzien van de bestreden inrichting. Uit de plannen door de tussenkomende partij als stuk 4 neergelegd kan evenwel worden afgeleid dat de afstand tussen de grens van VII-36.334-4/16 de percelen waar de inrichting gevestigd zal worden en de A. Mechelincklaan een 150-tal meter bedraagt. Op 29 september 2005 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning te verlenen voor een termijn van twintig jaar. Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat een bos met een breedte van 100 meter moet worden aangelegd. 1.
  2. Tegen deze beslissing wordt administratief beroep aangetekend door Philip DIERICK -voorzitter van de bewonersgroep 'Klein Rusland'- en Freddy WILLEMS, en door Karl SEGERS, namens 'Geneeskunde voor het Volk Zelzate'. Verzoekster dient geen administratief beroep in. Naar aanleiding van dit beroep worden de volgende adviezen ingewonnen: -de Vlaamse Milieumaatschappij onthoudt zich van advies omdat zij "om de redenen van beroep niet over adviesbevoegdheid beschikt"; -de afdeling Preventieve en Sociale Gezondheidszorg adviseert dat er vanuit medisch milieukundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de exploitatie; -de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest stelt dat de beroepsargumenten in hoofdzaak van stedenbouwkundige aard zijn en ziet bijgevolg geen reden om haar gunstig advies in eerste aanleg te wijzigen; -de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen verleent een voorwaardelijk gunstig advies. Als voorwaarde wordt onder meer de aanleg van een bos langs de perceelsgrens met de wijk 'Klein Rusland' gesteld, zoals bepaald in het GRUP; -de afdeling Milieuvergunningen adviseert de beroepen ongegrond te verklaren en de beslissing in eerste aanleg te bevestigen; -de Gewestelijke Milieuvergunningscommmissie adviseert dit eveneens. 1.
  3. Op 12 april 2006 beslist de verwerende partij de beroepen ongegrond te verklaren en de beslissing in eerste aanleg te bevestigen. Dit is het bestreden besluit; VII-36.334-5/16
  4. De schorsingsvoorwaarden 2.
  5. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  6. Overwegende dat verzoekster het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt toelicht: "In huidige zaak is dit evident. Er zal een niet te herstellen nadeel worden toegebracht aan het milieu. De levenskwaliteit van verzoekster zal in enorme mate verminderen. In de eerste plaats uiteraard door het feit dat het reeds lang beloofde park er niet zal komen. Dit park was niet alleen noodzakelijk omwille van de ontspanningsmogelijkheden, maar ook als 'groene long' voor de gemeente en de wijk waar verzoekster woont. Het milieu wordt geschaad op talrijke manieren: het binnenbrengen van schadelijke stoffen in de wijk en in de onmiddellijke omgeving, de enorme lawaaihinder die zal ontstaan op de site zelf, de toename van industrieel verkeer in een wijk waar de wegen enkel en alleen voorzien zijn op gebruik door de bewoners. Leefmilieu en levenskwaliteit dreigen dus op ernstige wijze geschaad te worden op een manier die quasi niet te herstellen zal zijn"; 2.
  7. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota als volgt repliceert: "
  8. De verzoekende partij noemt het MTHEN een evidentie. Zij zegt dat haar levenskwaliteit sterk zal verminderen en 'in de eerste plaats uiteraard door het feit dat het reeds lang beloofde park er niet zal komen'. Uit het artikel 17 § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State volgt dat het MTHEN moet voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Dit betekent dat er een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen beide moet zijn. Er is geen verband tussen de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de afwezigheid van de bestemming van het gebied als park. Dat op de plaats van de exploitatie geen bestemming als park kan worden ingericht volgt uit het B. Vl. reg. van 15 juli 2005 dat het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna GRUP) vaststelt. Volgens de vaste rechtspraak van uw Raad kan alleen de hinder die voortvloeit uit de exploitatie van de inrichting zelf in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van het MTHEN. Overigens stelt de verzoekende partij - en met haar de auteurs van de bezwaren en de administratieve verzoekschriften - de zaken m.b.t. het park niet correct voor. VII-36.334-6/16 Het ontwerp-GRUP voor het gebied van de exploitatie voorzag in een bestemming als park, maar dit is niet de definitieve bestemming geworden. (De) ontwerp-uitvoeringsplannen doen geen subjectieve rechten ontstaan. In nog meer ondergeschikte orde merkt de verwerende partij op dat het nadeel uit oorzaak van afwezigheid van een park niet op de geringste wijze concreet wordt toegelicht. Zo is het bv. niet mogelijk om iets te zeggen over het verschil tussen de leefkwaliteit van de verzoekende partij in de situatie die is vergund (d.w.z. met inbegrip van de bosbuffer van 100 m breed en 330 m lang) en de situatie van een invulling van de bestemming parkgebied. Het is nochtans het verschil dat het nadeel constitueert, en dat derhalve tegelijk moeilijk te herstellen en ernstig moet zijn. De situatie van de woonwijk 'Klein Rusland' is te complex om eenvoudig te besluiten tot een ernstige hinder uit oorzaak van de exploitatie van DEC. De verzoekende partij wijst zelf op de ligging van de wijk tussen het kanaal Gent-Terneuzen, de R 4 Antwerpen-kust, de spoorweg, het gipsstort Rhodia Chemie en de verdere industriële omgeving. Uit het dossier blijkt in elk geval niet dat de bestreden milieuvergunning (letterlijk) het verschil maakt, en indien toch, in welke mate.
  9. In een tweede argument zegt de verzoekende partij dat het leefmilieu wordt geschaad doordat schadelijke stoffen in de wijk binnendringen, er op de site zelf een enorme lawaaihinder zal zijn en het industrieel verkeer in de wijk 'Klein Rusland' zal toenemen. De verzoekende partij geeft geen concrete toelichting over de drie vormen van hinder, zodat het niet mogelijk is om deze hinder te evalueren, en bv. te zeggen of hij een nadeel veroorzaakt dat ernstig en tegelijk moeilijk te herstellen is.
  10. Het is niet duidelijk welke schadelijke stoffen door de bosbuffer in de wijk zullen binnendringen. Het gaat duidelijk niet over stof in de eenvoudige betekenis, d.w.z. droge opstuivende bodem. Deze wordt overigens zonodig bestreden met een sproeiinstallatie (zie art. 3 §
  11. 27 besluit bestendige deputatie dd. 29 september 2005). Het voorwerp van de milieuvergunning is een nieuwe inrichting voor verwerking van bagger- en ruimingsspecie uit het hydrografisch net van de omgeving, o.a. het kanaal Gent-Terneuzen. In de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 29 september 2005 (p. 10 tot 12), en in de bestreden beslissing (p. 7 in fine tot 9) wordt het verwerkingsproces van de specie vrij omstandig toegelicht. De eindproducten van de activiteiten die worden vergund zijn gezuiverd afvalwater dat wordt geloosd in kanaal Gent-Terneuzen, secundaire grondstoffen die worden gebruikt als bodem of als niet-vormgegeven bouwstof (bv. voor de aanleg van funderingen, afdeklagen, geluidswallen of andere landschapsprojecten) of producten die worden afgevoerd naar een vergunde inrichting voor verdere behandeling en/of storten als niet-recycleerbare restfractie (bv. bodemvreemde elementen zoals plastic e.d.). De verwerende partij kan uit het overzicht van het productieproces, de vergunde activiteiten en de opgelegde algemene, sectoriële en bijzondere milieuvoorwaarden niet besluiten dat in de wijk en in de onmiddellijke omgeving stoffen worden ingebracht die de leefomgeving van de verzoekende partij ernstig (kunnen) schaden.
  12. Over de lawaaihinder op de site zelf zegt het bestreden besluit wat volgt: 'Overwegende dat de activiteit die mogelijk voor geluidshinder zou kunnen zorgen, vooral het opspuiten van de specie in de velden is; dat deze activiteit zich situeert aan de kant van het kanaal Gent-Terneuzen; dat dit aan de volledige andere kant van het terrein is gezien vanaf het woongebied; dat zodoende kan aangenomen worden dat dit voor de omwonenden van de wijk 'Wit Rusland' (wat 'Klein Rusland' moet zijn) geen probleem zal geven; dat ook het transport zal gebeuren langs het kanaal (...) VII-36.334-7/16 Overwegende dat de breekinstallatie ongeveer één maand per jaar zou gebruikt worden; dat deze zich op een afstand van 300 m van de woningen zal bevinden;'. (p. 9) De beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost- Vlaanderen van 29 september 2005 antwoordt als volgt op het geformuleerde bezwaar wegens geluidsoverlast: 'Dat de breekactiviteiten zullen gebeuren op ca. 500 m van de dichtst bijgelegen woning van 'Klein Rusland'; dat deze afstand ruim voldoende is om te garanderen dat hiervan geen geluidshinder te verwachten is; dat aangezien door het hoger vermelde GRUP er een zone voor bos dient aangelegd van 100 m breedte tussen de laguneringsvelden en de woonwijk zal de geluidsemissie van de werfvoertuigen in de lagunerings- en sedementatievelden ter hoogte van 'Klein Rusland' beperkt worden; dat de exploitant geen probleem had om een verbod tot activiteiten in deze velden op te leggen tussen 22 uur en 6 uur en op zon- en feestdagen.' (p. 22) Het moet worden aangenomen dat de geluidshinder in de woonwijk (immissie) de vergunde activiteiten in elk geval binnen de normen van de bijlage 2 aan VLAREM II blijft. De verzoekende partij brengt geen elementen aan die van het tegendeel overtuigen.
  13. Over het beweerde toenemend industrieel verkeer in de wijk 'Klein Rusland' zegt het bestreden besluit wat volgt: 'Dat ook het transport zal gebeuren langs het kanaal; dat er niet door de woonwijk dient gegaan te worden; dat dit ook niet logisch zou zijn, gezien het feit dat aan de kant van de woonwijk de bosbuffer zal komen van 100 m breed; Overwegende dat er in het bestreden besluit werd opgelegd om zoveel mogelijk gebruik te maken van de waterwegen; dat dit ook de intentie van de exploitant is;' (p. 9) In het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost- Vlaanderen van 29 september 2005 wordt verder het volgende gelezen: 'Aan- en afvoer: Overwegende dat voor de aanvoer van de specie twee verschillende mogelijkheden worden voorzien: - hydraulische aanvoer door baggertuigen die de specie opspuiten en die worden aangemeerd langsheen het kanaal Gent-Terneuzen (...); - aanvoer door middel van een specifieke vloeistofdichte transportband door bakken/schepen aangemeerd langsheen het kanaal Gent-Terneuzen; dat verder transport op de site gebeurt door vervoer met vloeistofdichte dumpers; Dat er geen aanvoer langs de openbare weg voorzien is; dat verder transport volledig via interne wegen op de betrokken bedrijfsterreinen zal gebeuren, waardoor hinder voor de omwonenden en bijkomende belasting van het lokale wegennet voorkomen wordt (...); Dat voor het afvoeren van het gerecycleerde materiaal (zand, puin, steekvast gemaakte specie) in eerste instantie gekeken wordt naar bestemmingen in de buurt van het recyclagecentrum; Dat in dit kader zich de mogelijkheid stelt om de gerecycleerde producten aan te wenden als afdekmateriaal van het gipsstort op de site van Rhodia Chemie; Dat op deze manier de transportafstanden beperkt worden gehouden; dat de restfractie die niet in aanmerking komt voor hergebruik zal worden afgevoerd naar een daartoe erkend verwerkingscentrum of een vergunde deponie; dat er maximaal gebruik zal worden gemaakt van transport over het water; dat slechts een heel beperkte fractie die niet via het water kan getransponeerd worden via de weg zal vervoerd worden; Dat voor deze beperkte fractie maximaal gebruik zal worden gemaakt van de nieuwe VII-36.334-8/16 ontsluitingsmogelijkheden rond het kluizendok teneinde de dorpskernen van Zelzate en Rieme niet te belasten.' (p. 12-13) De verzoekende partij toont niet aan dat 'Klein Rusland' zal worden getroffen door bijkomend industrieel verkeer. Daarbij past nog de dubbele bedenking dat de verzoekende partij zelf spreekt over een toename, zodat ze dient aan te tonen dat deze toename van hinder zelf ernstig en moeilijk te herstellen zal zijn. Op geen enkele wijze wordt het aanneembaar gemaakt dat deze toename zich situeert langs de A. Mechelincklaan, waar de verzoekende partij woont. De straat van de verzoekende partij is geen ontsluitingsweg van de site van de exploitatie, zodat zij zelf geen persoonlijke hinder kan ondervinden. Er is geen MTHEN"; 2.
  14. Overwegende dat de tussenkomende partij in haar verzoek tot tussenkomst als volgt repliceert: "Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt door Uw Raad in concreto beoordeeld aan de hand van de feitenuiteenzetting die de vordering tot schorsing verplicht moet bevatten. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet kunnen worden berokkend door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement, d.w.z. door de toepassing ervan, alvorens de Raad van State zich over de grond van de zaak heeft uitgesproken. Hierna zal worden aangetoond dat verzoekende partij geen voldoende argumenten kunnen aanbrengen om te stellen dat er sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. In het schorsingsberoep drukt verzoekende partij haar bezorgdheid uit dat de bestreden beslissing onvoldoende waarborgen biedt dat de risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie mits naleving van aangepaste milieuvoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt. Verzoekende partij meent in concreto dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal lijden ingevolge de milieuvergunning dd. 12 april 2006, daar de exploitatie van het recyclagecentrum tot gevolg zal hebben dat: - Het woongebied Klein-Rusland de beloofde recreatieve groene long zal ontzegd worden ingevolge de bestemmingswijziging in het definitief GRUP; - Dat de woonwijk zal geconfronteerd worden met enorme lawaaihinder die zal ontstaan op de site zelf daar de voorziene bosbuffer over niet voldoende bufferende werking beschikt. - Dat de woonwijk zal geconfronteerd worden met toename van industrieel verkeer in een wijk waar de wegen enkel en alleen voorzien zijn op gebruik door de bewoners. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds uitgebreid werd uiteengezet dient geconcludeerd dat verzoekende partij geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aantoont. In weerwil tot hetgeen verzoekende partij beweert heeft de bestreden beslissing geenszins tot gevolg dat: - A. Het woongebied Klein-Rusland de beloofde groene long wordt ontzegd. De argumentatie van verzoekende partij werd door tussenkomende partij reeds op uitgebreide wijze weerlegd in het eerste middel. De bewering dat de milieuvergunning de recreatieve groene long in de weg zou staan is daarenboven ongegrond, gezien ook in het definitieve GRUP deze garantie werd ingebouwd. Hiervoor kan worden verwezen naar de argumentatie zoals hierboven uiteengezet in het tweede middel. VII-36.334-9/16
  15. De bewering van verzoekende partij dat haar levenskwaliteit in enorme mate zal verminderen omwille van het feit dat het reeds lang beloofde park er niet zal komen is ongegrond, gezien ook in het definitieve GRUP een dergelijke garantie werd ingebouwd. Desbetreffend kan verwezen worden naar de ruimtelijke bestemmingen in het definitief GRUP (...) Hierbij kan worden verwezen naar de bestemmingsvoorschriften in het definitief goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening zeehavengebied'. Uit Bijlage III Toelichtingsnota (tekst) blijkt (...): 'Artikel 8: zone voor park Klein Rusland Het gebied is bestemd voor de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur- en landschapswaarden. Binnen dit parkgebied Klein-Rusland zijn natuurbehoud, landschapszorg, bosbouw, natuureducatieve en laagdynamische dagrecreatieve activiteiten (enkel niet lawaaierige sporten) en integraal waterbeheer nevengeschikte functies. In dit gebied wordt geopteerd voor de ontwikkeling van een natuurlijk park met een uitdrukkelijk bufferende functie als schakel in de beboste stuifzandrug Maldegem-Stekene. In dit (natuurlijk) park kunnen beperkte vormen van recreatieve infrastructuren (zoals houtconstructies voor een stukje avontuurlijk speelbos, een fit-o-meter, een moutainbikeparcours, enkele rustbanken en/of schuilplekken, een beperkte verharde wandelweg voor personen met een verminderde beweeglijkheid) worden ingebracht. (...) Artikel 69: Zone voor bos Het gebied is bestemd voor de aanleg en de instandhouding van een bos. De inrichting van deze zone zal de visuele en akoestische hinder die uitgaat van het bedrijventerrein naar de woningen in Klein-Rusland beperken. Om hiervoor een afdoende afscherming te bekomen, wordt dit gebied dicht bebost. De landschappelijke aanleg van het bos gebeurt op zo 'n manier dat het bos de verbindende schakel vormt tussen de voorziene parkgebieden ten noorden en ten westen van de buffer. In de aanleg van de bosbuffer (100 meter) kan ook de voorziene infrastructuur voor de langzaam verkeersverbindingen worden geïntegreerd. Na de sanering van de gronden zal de ontwikkeling van dit bosgebied gelijke tred houden met de ontwikkeling van het zeehaventerrein zonder exacte tijdshorizonten voorop te stellen. In ieder geval is het bos aangelegd vooraleer het onmiddellijk aangrenzende zeehaventerrein voor economische activiteiten in gebruik wordt genomen.' In de stedenbouwkundige voorschriften werden dan ook opgenomen: Artikel 8: Zone voor park Klein Rusland 'Het gebied is bestemd voor de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur- en landschapswaarden. Binnen dit parkgebied Klein - Rusland zijn natuurbehoud, landschapszorg, bosbouw, natuureducatieve en laagdynamische dagrecreatieve activiteiten (enkel niet lawaaierige sporten) en integraal waterbeheer nevengeschikte functies. Volgende werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen zijn vergunbaar of toegelaten: - alle werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen die nodig of nuttig zijn voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu en landschapwaarden - het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op natuureducatie, recreatief en/of socio-cultureel medegebruik VII-36.334-10/16 - het aanleggen, inrichten of uitrusten van paden voor niet-gemotoriseerd recreatief medegebruik - alle werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen die nodig of nuttig zijn voor het beheersen van overstromingen of het voorkomen van wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden voor zover de technieken van de natuurtechnische milieubouw gehanteerd worden. ...' Artikel 69: Zone voor bos 'Het gebied is bestemd voor de aanleg en instandhouding van een bos. De aanleg van het bos gebeurt voorafgaand aan de ingebruikname van het onmiddellijk aangrenzende gedeelte van het zeehaventerrein.' Duidelijk is dat de zogenaamde recreatieve groene long weldegelijk werd opgenomen in het definitief goedgekeurd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening zeehavengebied'. Dat de bewering van verzoekende partij als zou er door de bestemmingswijziging geen plaats meer zijn voor een recreatieve groene long dan ook niet kan weerhouden worden.
  16. Dat ook in het kader van de milieuvergunning er een garanties werden ingebouwd voor wat betreft het aanleggen van een groene long. Dat tussenkomende partij verwijst naar haar argumentatie onder het eerste middel. Dat zij desbetreffend nog wenst te herhalen: - Dat door tussenkomende partij ook gewaarborgd wordt dat de bosbuffer op een degelijke wijze zal worden aangelegd en dat er gewerkt zal worden met hoogstammige bomen en dat de activiteiten pas zullen worden opgestart als de buffer er voorzien is zodat de bufferende werking dus van bij de aanvang zal aanwezig zijn. Ook moet voor de aanleg van het bos nog een bouwvergunning bekomen worden zodat er niet kan gestart worden met de activiteiten zolang deze bouwvergunning niet werd bekomen. Desbetreffend kan verwezen worden naar hoorzitting op 23 januari 2006 voor de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie (...). Dat in het bestreden besluit (...) ook nog wordt vermeld: 'Overwegende dat er door de beroepers wordt aangehaald dat de voorziene bosstrook van 50 meter geen afdoende buffering van de activiteiten ten opzichte van het woongebied zal geven; dat er in het bestreden besluit werd opgelegd dat deze boszone 100 meter breed dient te zijn (zoals ook in het RUP voorzien); dat de exploitant hiermee geen problemen heeft en dat hij ook voorziet in het aanleggen van een 'volwaardig bos', voor de aanvang van de activiteiten' - In artikel 3, § 3, 29 van de bijzondere voorwaarden van de milieuvergunning wordt opgelegd dat tussen de boszone, zoals vastgelegd in het bij Besluit van de Vlaamse regering goedgekeurd GRUP 'Afbakening zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' en de geplande laguneringsvelden een geluidsdijk wordt aangelegd met een hoogte van minstens 5 m boven het huidige maaiveld, vooraleer met de laguneringsactiviteiten kan worden gestart.
  17. Dat daarbij nog dient opgemerkt te worden dat in toepassing van het Decreet ruimtelijke ordening nog een stedenbouwkundige vergunning moet aangevraagd worden bij het gemeentebestuur. Op het ogenblik van de behandeling van het vergunningsdossier zal door de gemeente een beoordeling worden gemaakt van de op te richten buffer en kan zij in het kader van het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning de nodige voorwaarden opleggen aan tussenkomende partij met betrekking tot de buffer. Dit wordt eveneens aangehaald in het Besluit van de Bestendige Deputatie (...): 'dat aangezien de aanleg van een bos is opgenomen in het goedgekeurde GRUP 'Afbakening zeehavengebied Gent -Inrichting R4-oost en R4-west' zal VII-36.334-11/16 de aanleg van het bos gepaard gaan met een stedenbouwkundige vergunning, waarin bijzondere voorwaarden kunnen opgenomen worden, zoals de plantafstand, de aan te planten boomsoorten, de vereiste stratificatie en dergelijke meer'
  18. Uit het voorgaande volgt dat verwerende partij wel degelijk rekening heeft gehouden met de belangen van de inwoners van de wijk Klein Rusland daar er aan tussenkomende partij de verplichting werd opgelegd om over te gaan tot het aanleggen van een afdoende bosbuffer voorafgaand aan de aanvang van de activiteiten. Hierbij dient ook te worden benadrukt dat de waarde van de recreatieve zones niet afgemeten wordt op basis van hun oppervlakte dan wel aan hun inhoudelijke aspecten en mogelijkheden. Gesteld kan worden dat de wijk Klein Rusland enerzijds is beschermd door een parkgebied en anderzijds door een bos (...), zodat de levenskwaliteit van verzoekster gewaarborgd is. - B. De woonwijk zal geconfronteerd worden met enorme lawaaihinder die zal ontstaan op de site zelf daar de voorziene bosbuffer over niet voldoende bufferende werking beschikt. De argumentatie van verzoekende partij werd door tussenkomende partij reeds op uitgebreide wijze weerlegd in het tweede onderdeel van het eerste middel. Deze argumentatie dient hieronder uitdrukkelijk als hernomen beschouwd te worden waarbij dient benadrukt dat in de milieuvergunning dd. 12 april 2006 terzake als volgt werd gemotiveerd door verwerende partij (...): 'Overwegende dat de activiteit die mogelijk voor geluidshinder zou kunnen zorgen, vooral het opspuiten van de specie in de velden is; dat deze activiteit zich situeert aan de kant van het kanaal Gent-Terneuzen; dat dit aan de volledig andere kant van het terrein is, gezien vanaf het woongebied; dat zodoende kan aangenomen worden dat dit voor de omwonenden van de wijk Klein-Rusland geen problemen zal geven...' Dat nog het volgende kan gesteld worden: De belangrijkste potentiële geluidsbronnen zijn de breker, de werfvoertuigen en de installaties voor de mechanische ontwatering en zandafscheiding. Deze laatste en de breker worden volgens het uitvoeringsplan op meer dan 300 meter van de dichtste vreemde woning ingezet. De dumpers die op het terrein worden ingezet, worden uitgerust met een achteruitrijwaarschuwing die geen geluidshinder met zich meebrengt. Met betrekking tot de werktijden kan het volgende gesteld worden. -De breekactiviteiten zullen enkel tijdens de dagperiode (7uur tot 19uur) uitgevoerd worden. -De activiteiten in de lagunerings- en sedimentatievelden zullen beperkt worden tussen 6 uur en 22 uur. Deze activiteiten zullen tevens niet uitgevoerd worden op zon- en feestdagen. -Voor alle andere activiteiten (ondermeer aanvoer van baggerspecie en mechanische behandeling) wordt toegestaan om in een continu regime te kunnen exploiteren van maandagmorgen 6 uur tot en met zaterdagavond 18 uur behoudens op feestdagen. Hiervoor kan verwezen worden naar de bijzondere voorwaarden van de milieuvergunning, zoals bepaald in artikel 3, § 3, 23 van het Besluit van de Bestendige Deputatie van 29 september 2005 waarin deze restricties en modaliteiten bepaald worden. Verder wordt in de bijzondere voorwaarden onder artikel 3, § 3, 26 ook opgelegd dat om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen de motoren van de bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen edm. VII-36.334-12/16 -De breekactiviteiten zullen gebeuren op meer dan 300 (zie supra) m van de dichtbijgelegen woning van Klein-Rusland. Deze afstand is ruim voldoende om te garanderen dat hiervan geen geluidshinder te verwachten is. Dat in het bestreden besluit (...) nog wordt gesteld dat: 'Overwegende dat de breekinstallatie ongeveer 1 maand per jaar zou gebruikt worden; dat deze zich op een afstand van minstens 300 meter van de woningen zal bevinden' -De woonwijk 'Klein-Rusland' te Zelzate wordt met de goedkeuring van het reeds vermelde GRUP 'Afbakening zeehavengebied Gent - inrichting R4-oost en R4-west' afgeschermd van de geplande exploitatie door de in het GRUP verplichte aanleg van een boszone van 100 meter breed en ca. 330m lang. De aanleg van het bos dient te gebeuren voorafgaand aan de ingebruikname van het onmiddellijk aangrenzende gedeelte van het zeehaventerrein. Dat door tussenkomende partij ook gewaarborgd wordt dat de bosbuffer op een degelijke wijze zal worden aangelegd en dat er gewerkt zal worden met hoogstammige bomen en dat de activiteiten pas zullen worden opgestart als de buffer er voorzien is zodat de bufferende werking dus van bij de aanvang zal aanwezig zijn. Ook moet voor de aanleg van het bos nog een bouwvergunning bekomen worden zodat er niet kan gestart worden met de activiteiten zolang deze bouwvergunning niet werd bekomen. Desbetreffend kan verwezen worden naar ho o r zit t ing op 23 januari 2006 voor de Gewest elijk e Milieuvergunningscommissie (...). Aangezien door het hogervermelde GRUP er een zone voor bos dient aangelegd van 100 m breedte tussen de laguneringsvelden en de woonwijk zal de geluidsemissie van de werfvoertuigen in de lagunerings- en sedimentatievelden ter hoogte van Klein Rusland beperkt worden. Bovendien is er een verbod tot activiteiten in deze velden tussen 22 uur en 6 uur op zon- en feestdagen. Gezien bij de aanleg van de groenzone gebruik dient te worden maken van hoogstammige bomen zal de bufferende werking van deze zone reeds bij de aanleg ervan gegarandeerd worden. Dat bovendien ook nog dient opgemerkt dat Artikel 69 van de stedenbouwkundige voorschriften voor bos in deze zone in het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan vermeldt dat het een gebied betreft voor de aanleg en de instandhouding van een bos en dat de aanleg van het bos voorafgaand aan de ingebruikname van het onmiddellijk aangrenzende gedeelte van het zeehaventerrein dient te gebeuren. Tussenkomende partij verwijst desbetreffend ook naar haar argumentatie onder het tweede middel. -In artikel 3, § 3, 29 van de bijzondere voorwaarden van de milieuvergunning wordt opgelegd dat tussen de boszone, zoals vastgelegd in het bij Besluit van de Vlaamse regering goedgekeurd GRUP 'Afbakening zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' en de geplande laguneringsvelden een geluidsdijk wordt aangelegd met een hoogte van minstens 5 m boven het huidige maaiveld, vooraleer met de laguneringsactiviteiten kan worden gestart. -Tenslotte dient volledigheidshalve nog vermeld dat het achtergrondgeluid in de omgeving ook redelijk hoog is door de huidige industriële activiteiten in de onmiddellijke omgeving, het weg- en spoorverkeer. - C. De woonwijk zal geconfronteerd worden met toename van industrieel verkeer in een wijk waar de wegen enkel en alleen voorzien zijn op gebruik door de bewoners. De argumentatie van verzoekende partij werd door tussenkomende partij reeds op uitgebreide wijze weerlegd in het tweede onderdeel van het eerste middel. Deze argumentatie dient hieronder uitdrukkelijk als hernomen beschouwd te worden waarbij ook hier dient benadrukt dat in de milieuvergunning dd. 12 april 2006 terzake als volgt werd gemotiveerd door tussenkomende partij (...): '...dat ook het transport zal gebeuren langs het VII-36.334-13/16 kanaal; dat er niet door de woonwijk dient gegaan te worden; dat dit ook niet logisch zou zijn, gezien het feit dat aan de kant van de woonwijk de bosbuffer zal komen van 100 meter breed' . Dat nog het volgende kan gesteld worden: Er is geen aanvoer van baggerspecie langs de openbare weg voorzien. Verder transport zal volledig via interne wegen op de betrokken bedrijfsterreinen gebeuren, waardoor hinder voor de omwonenden en bijkomende belasting van het lokale wegennet voorkomen wordt. Voor de afvoer van het gerecycleerde materiaal (zand, puin, steekvast gemaakte specie) wordt in eerste instantie gezocht naar de bestemmingen in de buurt van het recyclagecentrum. In dit kader stelt zich de mogelijkheid om de gerecycleerde producten aan te wenden als afdekmateriaal van het gipsstort op de site van Rhodia Chemie. Op deze manier worden de transportafstanden beperkt gehouden. De restfractie die niet in aanmerking komt voor hergebruik zal worden afgevoerd naar een daartoe erkend verwerkingscentrum of een vergunde deponie. Er zal maximaal gebruik gemaakt worden van transport over het water. Zulks wordt bovendien ook nog als een bijzondere voorwaarde van de milieuvergunning opgelegd in artikel 3, § 3, 30 van het Besluit van de Bestendige Deputatie dd. 29 september 2005 waar gesteld wordt dat er maximaal gebruik moet gemaakt worden van transport over het water voor de afvoer van de restfractie die niet in aanmerking komt voor hergebruik. Slechts een heel beperkte fractie die niet via het water kan worden getransporteerd, zal via de weg worden vervoerd (...) Voor deze beperkte fractie zal maximaal gebruik worden gemaakt van de nieuwe ontsluitingsmogelijkheden rond het Kluizendok teneinde de dorpskernen van Zelzate en Rieme niet te belasten. Zulks wordt ook nog eens vermeld onder artikel 3bis van de milieuvergunning, krachtens het besluit van de Bestendige Deputatie dd. 29 september 2005 (...). Het verkeer over de weg zal minimaal zijn en slechts in 2 gevallen: namelijk wanneer het gaat om kleine hoeveelheden en er niet genoeg is om een schip te vullen (het betreft dan 2 tot 3 vrachtwagens) en wanneer de bestemmingsplaats niet bereikbaar is langs de waterweg. Een kwantitatieve beperking voor het opleggen voor afvoer langs de weg was echter niet mogelijk. Het is logisch dat het transport naar de R4 zal plaatsvinden via het Kluizendok. Enkel naar timing kan er nog een verschil zijn, namelijk wanneer de weg nog niet klaar zal zijn, maar dan zal getracht worden om maximaal te stockeren op het eigen terrein. In het bestreden besluit (...) wordt ook nog gezegd dat: 'dat ook het transport zal gebeuren langs het kanaal; dat er niet door de woonwijk dient gegaan te worden; dat dit ook niet logisch zou zijn gezien het feit dat aan de kant van de woonwijk de bosbuffer zal komen van 100 meter breed' en 'Overwegende dat er in het bestreden besluit werd opgelegd om zo veel als mogelijk gebruik te maken van de waterwegen; dat dit ook de intentie is van de exploitant' Verzoekende partij meent dat het gegeven dat de aan- en afvoer van materialen hoofdzakelijk via het water zal gebeuren geen voldoende garanties biedt inzake de risico' s voor overlast en milieu effecten. Verzoekende partij wijst erop dat de afvoer zal geschieden via het aan te leggen Kluizendok, dat dit dok er op heden nog niet is zodat de transporten noodzakelijk langs de woonwijk zullen plaatsvinden. Verzoekende partij gaat er verkeerdelijk vanuit dat in afwachting van de aanleg van het Kluizendok er geen vervoer langs het water mogelijk zou zijn. VII-36.334-14/16 Dit is uiteraard niet het geval daar de aan- en afvoer zal geschieden via het Kanaal Gent-Terneuzen door gebruik te maken van de bestaande kade van Rhodia Chemie. Het betreft enkel de restfracties (kleine hoeveelheden die onvoldoende groot zijn om een volledig schip te vullen of wanneer de bestemmingsplaats niet langs het water kan bereikt worden) die langs de nieuwe aan te leggen weg naar het Kluizendok en buiten de woonwijk zullen afgevoerd worden. Tot slot dient erop gewezen dat deze nieuwe weg zich buiten de woonwijk bevindt zodat niet valt in te zien op welke wijze deze woonwijk zou kunnen gehinderd worden door het transport van deze minimale restfracties. Er kan dan ook gesteld worden dat niet voldaan is aan de voorwaarde voor het moeilijk te herstellen nadeel in hoofde van de verzoekende partij"; 2.5 Overwegende dat verzoekster het moeilijk te herstellen ernstig nadeel op zeer summiere wijze toelicht in algemene bewoordingen, zonder te verduidelijken waar haar woning zich situeert ten aanzien van de bestreden inrichting; dat in die context het allerminst "evident" is dat verzoekster een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan; dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan de hand van voldoende concrete elementen dient te worden aangetoond of minstens aannemelijk moet worden gemaakt; dat in casu verzoekster in gebreke blijft in haar verzoekschrift dergelijke concrete gegevens en elementen aan te reiken; dat anderzijds de verwerende en de tussenkomende partij in hun nota's op uitgebreide en concrete wijze aannemelijk maken dat in casu de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor de bewoners van de woonwijk 'Klein Rusland', waaronder dus verzoekster, geen ernstige, moeilijk te herstellen milieuhinder zal teweegbrengen; dat wat de niet-realisatie van het park betreft, dit nadeel niet rechtstreeks voortvloeit uit het bestreden besluit, maar uit het GRUP; dat bovendien de afwezigheid van het park op die percelen enigszins wordt gecompenseerd door de opgelegde aanleg van een bos met een breedte van 100 meter en een lengte van ca. 330 meter; Overwegende dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet is aangetoond; dat aldus niet is voldaan aan één van de twee door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State cumulatief opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, zonder dat de door de verwerende en de tussenkomende partij opgeworpen excepties van onontvankelijkheid moeten worden onderzocht, BESLUIT: Artikel
  19. VII-36.334-15/16 Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien oktober tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-36.334-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.767 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.642 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.