← België

Arrest 163769 - - 19/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.769 Rolnummer: A. 103186/VII-23421 Zaak: Arrest 163769 - - 19/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-24 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-01 06:48 Fiche Arrest nr 163.769 van 19 oktober 2006 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.769 van 19 oktober 2006 in de zaak A. 103.186/VII-23.

  1. In zake : Leo VERBRUGGEN, die woonplaats kiest bij advocaten M. VAN PASSEL en I. CUYPERS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Frankrijklei 146 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  2. tussenkomende partij : de n.v. Etabl. P.C. BOSCHMANS, die woonplaats kiest bij advocaat P. BETTENS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Rijnkaai
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Leo VERBRUGGEN op 10 april 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 27 januari 2001 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 22 juni 2000 houdende het verlenen van de vergunning aan de n.v. Etabl. P.C. BOSCHMANS, om een inrichting voor het fabriceren van juwelen en edelmetaalsieraden, gelegen te Schoten, Kopstraat 360, te veranderen door uitbreiding met een afvalverbrandingsinstallatie, ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 99.486 van 4 oktober 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-23.421-1/3 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 15 november 2001 ingediend door verzoeker; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 19 december 2001 ingediend door de n.v. Etabl. P.C. BOSCHMANS; Gelet op de beschikking van 30 januari 2002 die de tussenkomst van de n.v. Etabl. P.C. BOSCHMANS toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 15 juni 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan verzoeker op 29 juni 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; VII-23.421-2/3 Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien oktober tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-23.421-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.769 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.99.486 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.