← België

Arrest 163775 - - 19/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.775 Rolnummer: A. 88424/VII-20099 Zaak: Arrest 163775 - - 19/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-27 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 06:49 Fiche Arrest nr 163.775 van 19 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.775 van 19 oktober 2006 in de zaak 88.424/VII-20.099 . In zake :

  1. de n.v. SOCIETE IMMOBILIERE ALBERTINE, in vereffening
  2. de b.v.b.a. ROGIB 42, in vereffening, beide vertegenwoordigd door hun vereffenaar, de n.v. THESAURUS en woonplaats kiezend bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering dat woonplaats kiest bij advocaat D. DE GREEF, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. SOCIETE IMMOBILIERE ALBERTINE, in vereffening, en de b.v.b.a. ROGIB 42, in vereffening, beide vertegenwoordigd door hun vereffenaar, de n.v. THESAURUS, op 13 december 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het Besluit van de Vlaamse Minister van Leefmilieu en Landbouw d.d. 8 oktober 1999 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest d.d. 4 juni 1999 waarbij ROGIB 42 B.V.B.A. en SOCIETE IMMOBILIERE ALBERTINE N.V. in vereffening p/a de heer J. ROGIEST, vereffenaar, verplicht worden om in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; VII-20.099-1/4 Gelet op de beschikking van 9 januari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 7 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. HOEBEEK die, loco advocaat D. DE GREEF verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur-verslaggever met een brief van 24 maart 2005 aan de raadsman van de verzoekende partijen, bij wie keuze van woonplaats werd gedaan, een aangetekend schrijven heeft gezonden met onder meer de volgende inhoud: “(...) Alvorens het onderzoek van de zaak aan te vatten wil ik U verzoeken mij mede te delen of er zich sedert het instellen van het annulatieberoep verdere ontwikkelingen hebben voorgedaan in de betrokken bodemsaneringsprocedure en of uw cliënten in het licht van die gebeurlijke ontwikkelingen nog verder belang stellen in voorliggende procedure. In elk geval wil ik U verzoeken het actueel belang van uw cliënten - die blijkbaar op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep reeds in vereffening waren - te willen toelichten.”; dat aangezien voormeld schrijven onbeantwoord bleef, op 13 juni 2005 een rappelbrief werd verstuurd waarin het volgende werd gesteld : “Op mijn brief van 24 maart 2005 met betrekking tot voormelde zaak mocht ik nog geen antwoord ontvangen. Als bijlage stuur ik U een afschrift van dat schrijven. Ik verzoek U alsnog de gevraagde inlichtingen te willen meedelen. Indien aan dit nieuwe verzoek geen gevolg wordt gegeven binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van deze brief, zal ik er van uitgaan dat uw VII-20.099-2/4 cliënte niet langer doet blijken van het vereiste belang bij de gevorderde nietigverklaring en zal in die zin verslag worden neergelegd.”; dat de verzoekende partijen ook hebben nagelaten deze brief te beantwoorden; Overwegende dat een verzoekende partij, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces moet vertonen; dat zij om die reden verplicht is haar medewerking aan de rechter te verlenen telkens wanneer zij daartoe wordt verzocht; dat wanneer haar belang in vraag wordt gesteld, zij daarover een standpunt moet innemen; Overwegende dat de verzoekende partijen hebben verzuimd te antwoorden op de voormelde brieven; dat dient te worden aangenomen dat zij geen blijk geven van een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor het door hen ingediende beroep, en minstens hun actueel belang niet aantonen; dat de verzoekende partijen de gevolgen van hun gebrek aan medewerking met de rechter moeten dragen; dat -samen met de auditeur in zijn verslag- ambtshalve moet worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is en moet worden verworpen; dat de verzoekende partijen zich in hun laatste memorie overigens niet verzetten tegen deze conclusie, en bovendien niet ter terechtzitting zijn verschenen, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. VII-20.099-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien oktober tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-20.099-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.775 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.