← België

Arrest 163776 - - 19/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.776 Rolnummer: A. 84132/VII-18434 Zaak: Arrest 163776 - - 19/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-27 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 06:49 Fiche Arrest nr 163.776 van 19 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.776 van 19 oktober 2006 in de zaak 84.132/VII-18.

  1. In zake : Joseph PEETERS, wonende te LANDEN, Mastellenstraat 7 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92 tussenkomende partij : Henri COPPEJANS, die woonplaats kiest bij advocaat I. OTTENBOURGH, kantoor houdende te LEUVEN, Tiensestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph PEETERS op 14 mei 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 maart 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij de beroepen, ingediend door omwonenden tegen het besluit van 6 oktober 1998 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Landen houdende het verlenen van de vergunning aan Henri COPPEJANS voor het veranderen van een landbouwbedrijf aan de Mastellenstraat 15 te Landen, deels niet worden ingewilligd en het beroepen besluit wordt gewijzigd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 20 oktober 1999; Gelet op de beschikking van 3 november 1999 die de tussenkomst van Henri COPPEJANS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-18.434-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 6 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 7 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN ALSENOY, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat L. SMETS die, loco advocaat I. OTTENBOURGH verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat met het bestreden besluit uitspraak wordt gedaan over de beroepen die door omwonenden, onder wie de huidige verzoeker, werden ingediend tegen het besluit van 6 oktober 1998 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Landen waarmee aan de tussenkomende partij de vergunning werd verleend om zijn bestaande inrichting aan de Mastellenstraat in Landen uit te breiden tot 120 grote inheemse zoogdieren, en dit “voor een termijn van 7 jaar (...) die eindigt op 08.05.2005"; dat de beroepen gedeeltelijk worden ingewilligd en het beroepen besluit wordt gewijzigd in die zin dat aan de exploitant de vergunning wordt verleend voor het houden van 31 bijkomende runderen waardoor de vergunde omvang van de inrichting na de uitbreiding beperkt blijft tot 100 runderen; dat voor het overige het beroepen besluit ongemoeid wordt gelaten en dus impliciet wordt bevestigd; Overwegende dat ambtshalve moet worden vastgesteld dat de geldigheidsduur van de bestreden uitbreidingsvergunning is verstreken sedert 9 mei 2005; dat het bestreden besluit zijn volledige uitwerking heeft gehad en de VII-18.434-2/3 vernietiging ervan de verzoeker geen concreet voordeel meer kan opleveren; dat het beroep dus onontvankelijk is bij gebrek aan actueel belang; dat de verzoeker zich in zijn laatste memorie niet verzet tegen deze vaststelling, en vraagt dat de kosten van het beroep niet te zijnen laste worden gelegd; dat, aangezien het teloorgaan van het belang niet aan de verzoeker te wijten is, en zijn beroep initieel niet kennelijk onontvankelijk of ongegrond werd bevonden, de kosten ten laste van het Vlaamse gewest worden gelegd, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien oktober tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-18.434-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.776 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.