← België

Arrest 163895 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.895 Rolnummer: A. 176021/X-12990 Zaak: Arrest 163895 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-31 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-07-01 07:55 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 163.895 van 20 oktober 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.895 van 20 oktober 2006 in de zaak A. 176.021/X-12.

  1. In zake :
  2. Mathildis TRUYENS,
  3. Hilde ENGELS,
  4. Leopold DASSEN, die woonplaats kiezen bij Advocaten Y. LOIX en R. TIJS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  5. tussenkomende partij : de stad ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij Advocaten R. POCKELE-DILLES en F. EMMERECHTS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mathildis TRUYENS, Hilde ENGELS en Leopold DASSEN op 21 augustus 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 22 juni 2006 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende intrekking van de stedenbouwkundige vergunning van 27 maart 2006 en waarbij aan de stad Antwerpen de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het slopen van dienstgebouwen en verhardingen, het rooien van groenaanplantingen, het omvormen van een openluchtzwembad in het Boekenbergpark tot een ecologische zwemvijver en het bouwen van dienstgebouwen waarin kleedkamers, sanitaire voorzieningen en personeelslokalen worden ondergebracht, op een perceel gelegen te Deurne, Unitaslaan en Van Baurscheitlaan, kadastraal bekend, sectie B, nr. 568 e; Gezien de nota van de verwerende partij; X-12.990-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 oktober 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaten Y. LOIX en R. TIJS die verschijnen voor de verzoekende partijen, van Advocaat J. CLAES die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat F. EMMERECHTS die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de stad ANTWERPEN met een verzoekschrift van 8 september 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verzoekende partijen hebben verkozen deze zaak eveneens bij eenzijdig verzoekschrift aanhangig te maken bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, zitting houdend in kort geding; dat deze bij beschikking gewezen op 3 juli 2006 heeft bevolen wat volgt: "Leggen verbod op aan de stad Antwerpen, met kantoren te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1 of haar organen om (verder) uitvoering te geven of te doen geven aan werken, handelingen of wijzigingen zoals inzonderheid vermeld in de stedenbouwkundige vergunning van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar dd 22 juni 2006, met name werken, handelingen of wijzigingen die betrekking hebben op het slopen van dienstgebouwen en verhardingen, het rooien van groenaanplantingen, het omvormen van het openluchtzwembad in het Boekenbergpark tot een ecologische zwemvijver en het bouwen van dienst- gebouwen waarin kleedkamers, sanitaire voorzieningen en personeelslokalen worden ongebracht; En zulks onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 EUR per dag dat dit verbod niet wordt nageleefd en onder verbeurte van een dwangsom van 2.000,00 EUR per hoogstammige boom die gerooid wordt in het als landschap beschermd Boekenbergpark te Deurne op de locatie Unitaslaan, Van X-12.990-2/4 Baurscheitlaan (...) en met als kadastrale omschrijving afdeling 32 sectie B nr. 568e, en dit met een maximum van 100.000 EUR; En zulks totdat de Raad van State zich uitspreekt over de gegrondheid van de middelen in het kader van een vordering tot vernietiging of schorsing ingesteld tegen voornoemde vergunning en slechts indien en voor zover deze vordering binnen de wettelijk voorziene termijn van 60 dagen wordt ingesteld bij de Raad van State"; Overwegende dat ingevolge de voormelde beschikking de bestreden stedenbouwkundige vergunning niet meer ten uitvoer kan worden gelegd "totdat de Raad van State zich uitspreekt over de gegrondheid van de middelen in het kader van een vordering tot vernietiging of schorsing ingesteld tegen voornoemde vergunning"; dat aangezien de Raad van State zich in het raam van het onderzoek van een vordering tot schorsing enkel uitspreekt over het voldaan zijn aan de in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalde voorwaarden, dit noodzakelijkerwijze inhoudt dat deze beschikking uitwerking heeft totdat de Raad van State zich uitspreekt "over de gegrondheid van de middelen" tijdens het onderzoek ten gronde in het raam van de annulatieprocedure; dat uit het voorgaande volgt dat ingevolge de voornoemde beschikking het bestreden besluit dienvolgens thans het ingeroepen nadeel niet berokkent; dat in de gegeven omstandigheden dient te worden vastgesteld dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit zonder nut is; dat aangezien de verzoekende partijen hebben verkozen het herstel van hun beweerde nadeel te bekomen voor de burgerlijke rechter, zij derhalve de gevolgen van de door hen gekozen procedurele weg moeten aanvaarden; dat aldus het gegeven dat het risico bestaat - aangezien zoals ter terechtzitting wordt aangevoerd, derdenverzet is aangetekend en de uitspraak van de justitiële rechter nakend is - dat de burgerlijke rechter het opgelegde verbod niet langer handhaaft zodat de verzoekende partijen dreigen tussen "hamer en aanbeeld" te zijn, voortvloeit uit de door hen gemaakte keuze, doch niet inhoudt dat hierdoor de schorsing van de tenuitvoerlegging van de geschorste beslissing thans nog een nut vertoont; dat, in geval van hervorming van de bedoelde beschikking, het nadeel dat voortspruit uit het (verder) uitvoering geven aan de thans geschorste werken en handelingen, moet worden toegeschreven aan de in voorkomend geval tussengekomen uitspraak gewezen op derdenverzet; dat de vordering niet ontvankelijk is; X-12.990-3/4 BESLUIT: Artikel
  7. Het verzoek tot tussenkomst van de stad ANTWERPEN in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  8. De vordering tot schorsing wordt verworpen Artikel
  9. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig oktober 2006, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.990-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.895 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.