id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.903 Rolnummer: A. 171799/X-12778 Zaak: Arrest 163903 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-01 07:00 Fiche Arrest nr 163.903 van 20 oktober 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 163.903 van 20 oktober 2006 in de zaak A. 171.799/X-12.
- In zake :
- Arnold VAN DEN HOUTE,
- Rita BUGGENHOUT, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de gemeente MERCHTEM, die woonplaats kiest bij Advocaten J. BOUCKAERT en T. GEVERS, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- tussenkomende partij : Dany BUGGENHOUT, die woonplaats kiest bij Advocaten B. ROELANDTS en V. VEKEMAN, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Arnold VAN DEN HOUTE en Rita BUGGENHOUT op 5 april 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 8 maart 2006 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Merchtem waarbij aan Dany BUGGENHOUT de stedenbouwkundige vergunning is verleend tot het wijzigen van de bestemming naar aardappelverwerking op een perceel, gelegen te Merchtem, Dries 39, kadastraal bekend sectie C, nr. 81/G; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-12.778-1/6 Gelet op de beschikking van 19 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 september 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaten P. FLAMEY en G. VERHELST die verschijnen voor de verzoekende partijen, van Advocaat T. GEVERS die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat V. VEKEMAN die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Dany BUGGENHOUT met een verzoekschrift van 21 april 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de tussenkomende en de verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwisten; dat een onderzoek van en uitspraak over de aangevoerde excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, de verzoekende partijen in de vordering tot schorsing doen gelden wat volgt: "In casu bestaat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van verzoekende partijen uit de lawaaihinder en de geurhinder die de beoogde functiewijziging ten aanzien van de eigendom van verzoekers zal veroorzaken, naast de reeds X-12.778-2/6 bestaande lawaai- en geurhinder die eigen is aan een landbouw- en veeteelt- exploitatie op grote schaal, en de visuele hinder die wordt veroorzaakt door de opeenvolgende opbouw en uitbreiding van het loodsencomplex vlak naast en achter de woning van verzoekers; De exploitatie van de heer Buggenhout is deels gelegen in open agrarisch gebied, en deels in landelijk woongebied; De woning van verzoekers evenals de hoofdzetel van het bedrijf van verweerder is gelegen in landelijk woongebied (...); Uit wat voorafgaat is reeds afdoende gebleken dat de beoogde activiteit, die erin bestaat jaarlijks 3.000 ton aardappelen te verwerken tot consumptie- klare frieten en geschilde aardappelen, niet verenigbaar is met de bestemming van agrarisch gebied; De functiewijziging zal een ernstige aantasting opleveren van het bestaande agrarisch gebied (...); De aantasting is des te ernstiger daar het agrarisch gebied in kwestie een open karakter heeft, zodat nu vanop alle ingangswegen in de omgeving de in industriële stijl opgetrokken loodsen van de heer Buggenhout te zien zijn; In die omstandigheden kan men niet in redelijkheid volhouden dat de beoogde (zonevreemde) activiteiten, met het vrachtwagenverkeer, de geurhinder en de massale lozing van afvalwaters die daaraan inherent zijn, geen aantasting zouden opleveren van het agrarisch gebied; Uit de milieuvergunningsaanvraag (...) en uit de beschrijving daarin van het voorgenomen productieproces wordt duidelijk dat de uitbreiding van de exploitatie onvermijdelijk voor een enorme overlast zal zorgen; In het bijgevoegde fotodossier is te zien dat de woning van verzoekers, die op slechts 80m is gelegen van de loodsen, van geen enkele afscherming geniet tegenover het loodsencomplex dat zich pal achter hun tuin bevindt; De bijkomende betonverharding (...), die wellicht zal dienen om het nieuwe vrachtwagen- verkeer op te vangen en om de vrachtwagens op het erf van de heer Buggenhout te laten draaien, werd bovendien aangelegd tot op één meter van de perceels- grens van de tuin van verzoekers; Verzoekers zullen bijgevolg vanuit hun woonkamer de nieuwe activiteiten van de heer Buggenhout kunnen volgen; Bovendien bestaat een deel van de vergunde loodsen uit een open hangar die vlak achter de tuin van verzoekers is gelegen, en waar op dit ogenblik ondermeer een industriële koelinstallatie is ondergebracht, zodat daar nog meer hinder uit zal voortvloeien dan uit een exploitatie die werd ondergebracht in een gesloten loods; De te verwachten hinder wordt door de vergunningverlenende overheid niet ontkend, want in de milieuvergunning (...) stelt zij: 'Lawaaihinder door de extra frigo's' Het is duidelijk dat in de gevraagde milieuvergunning de nodige accenten zullen gelegd worden naar maximale beperking van eventuele hinder. Zo ook lawaaihinder. De best beschikbare technieken dienen toegepast te worden om deze in te perken. (...) 'Jaarlijks een 300-tal vrachtwagens' Bij elke agro-activiteit is er aanvoer en afvoer. Grondstoffen, veevoeders, meststoffen, aardappelen en in omgekeerde richting: producten klaar voor de markten en consumptie. (...) De gevraagde locatie, Dries 39, ligt kort bij de Sint-Huybrechtstraat en kan efficiënt bereikt worden met minimale overlast voor de buren. Er wordt de aanvrager tevens gevraagd de leveringen en ophalingen te organiseren op passende tijdstippen. (...) 'Er zal dus geurhinder zijn' Voor deze vorm van hinder voorzien wij in de milieuvergunning bijzondere uitbatingsvoorwaarden die de best beschikbare technieken opleggen om deze hinder tot een minimum te beperken. X-12.778-3/6 Niet alleen bevestigt de vergunningverlenende overheid zodoende de toename en het zich voordoen van bepaalde vormen van overlast, doch zij kondigt in het motiverende gedeelte bijzondere exploitatievoorwaarden aan, welke evenwel noch in de milieuvergunning, noch in de door onderhavig verzoekschrift bestreden vergunning worden voorzien; Aangezien derhalve geen enkele maatregel werd getroffen om de te verwachten hinder enigszins te beperken, kan onmogelijk worden volgehouden dat er voor verzoekers geen substantiële hinder uit de activiteit zullen ondervinden; Het engagement van de heer Buggenhout dat men de ramen en deuren zou dicht houden om de geurhinder te beperken kan niet ernstig genomen worden, evenmin als het voornemen om het vrachtwagenverkeer te organiseren volgens de regels van het goed nabuurschap; Evenmin hebben verzoekers enige garantie dat de verwerking inderdaad beperkt zal blijven tot de eigen teelt van de heer Buggenhout - zo overigens al bepaald zou kunnen worden wat precies 'eigen teelt' is, vermits de heer Buggenhout zijn landbouwactiviteiten heeft ondergebracht in een aantal vennootschappen; Bovendien is het landbouw-bedrijf van de heer Buggenhout, dat als hoofdspeculatie aardappelteelt heeft, op zichzelf al zeer omvangrijk (...), zodat zelfs de enkele verwerking van de eigen aardappelteelt (ca. 3.000 ton) een onaanvaardbaar hinderniveau impliceert; De bijkomende lawaaihinder, de bijkomende geurhinder en het bijkomende vrachtwagenverkeer maken voor verzoekers zonder meer een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit (...); Zulks is des te meer het geval aangezien deze hinder niet op zich staat, maar in de toekomst cumulatief aanwezig zal zijn met de reeds aanwezige hinder uit de bestaande landbouw- en veeteeltexploitatie, en met de reeds bestaande visuele hinder doordat vlak achter de tuin van verzoekers in enige jaren tijd een volledig nieuw loodsencomplex werd gebouwd; Overigens werd door Uw Raad reeds een MTHEN weerhouden louter omdat een landbouwer had verzuimd een verplicht groenscherm aan te leggen, wat te dezen eveneens het geval is vermits het groenscherm na vijf jaar wachten nog steeds niet werd aangelegd (...); Ten slotte is uit het voorgaande gebleken dat de door verzoekers aangevoerde middelen van een dergelijke manifeste ernst zijn, dat zelfs alleen al daaruit een ernstig nadeel zou kunnen afgeleid worden in hunner hoofde; Door het bestuur worden immers reeds geruime tijd op quasi ongemotiveerde wijze vergunningen afgeleverd, zonder dat de door verzoekers aangevoerde bezwaren ernstig worden genomen, zonder dat de vereiste deskundige adviezen worden ingewonnen, zonder dat de decretaal voorziene procedure wordt nageleefd, en bovendien flagrant in strijd met de bestemming van het gewestplan (...); Het ernstig nadeel dat derwijze aan verzoekers wordt veroorzaakt door de bestreden beslissing, heeft bovendien een moeilijk te herstellen karakter; Ingevolge de bestreden beslissing beschikt de heer Buggenhout zowel over de vereiste milieuvergunning (...) als een stedenbouwkundige vergunning (...), zodat hij nu overeenkomstig artikel 5, § 2, van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de Milieuvergunning onmiddellijk zijn nieuwe industriële exploitatie zou kunnen opstarten; Het door verzoekers ingestelde beroep tegen de milieuvergunning bij de bestendige deputatie (...) heeft bovendien geen schorsende werking (artikel 24, § 3, eerste lid van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de Milieuvergunning); Gelet op de omvang en de aard van de activiteiten, is de ondraaglijke hinder en het verlies van het rustig woongenot die noodzakelijkerwijze gepaard zullen gaan met de beoogde exploitatie op geen enkele manier, minstens niet op aanvaardbare manier, ex post herstelbaar (...); In afwachting van een arrest van Uw Raad met betrekking tot het door verzoekers ingediende annulatieberoep, kan het imminente en ernstige nadeel dat verzoekers dreigen te ondergaan derhalve enkel afgewend worden middels een voorlopige schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing"; X-12.778-4/6 Overwegende dat de bestreden beslissing tot voorwerp heeft een (gedeeltelijke) "functiewijziging" van een bestaand agrarisch bedrijf - i.c. stockage van aardappelen in een aardappelloods - naar aardappelverwerking in de bestaande loods; dat de aangevoerde lawaai- en geurhinder in de eerste plaats het rechtstreekse gevolg is van de milieuvergunning die onderwijl is verkregen, afgezien van de vaststelling dat de verzoekende partijen verzuimen enig concreet gegeven aan te voeren betreffende de aard en de omvang van de gevreesde lawaai- en geurhinder die zou ontstaan naast de blijkbaar reeds bestaande lawaai- en geurhinder; dat voorts de bewering dat de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning zou zorgen voor een "aantasting" van het "open karakter" van het gebied, evenmin is in te zien; dat verzoekende partijen hierbij uit het oog verliezen dat het voorwerp van de beslissing een "functiewijziging" is die inhoudt dat de aardappelverwerking zal gebeuren in een gedeelte van een bestaande loods waarvan niet blijkt dat die uitwendige wijzigingen dient te ondergaan; dat ook het nadeel volgend uit het gebruik van de "bijkomende betonverharding" niet volgt uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, maar uit de tenuitvoerlegging van de vergunning die de tussenkomende partij ter zake heeft verkregen; dat ook de niet-aanwezigheid van een groenscherm en de daaruit volgende nadelen, duidelijk niet volgen uit de tenuitvoerlegging van de thans bestreden "functiewijziging"; dat verder de omstandigheid dat "manifest" ernstige middelen worden aangevoerd, wettigheidsbezwaren betreft, derwijze dat de mogelijke onwettigheid van de bestreden stedenbouwkundige vergunning geen ernstig nadeel is, maar er enkel de oorzaak van kan zijn; dat tot slot niet mag uit het oog worden verloren dat de bestreden vergunning een "functiewijziging" betreft van een reeds bestaand gebouw; dat de vernietiging van de bestreden vergunning onmiddellijk een einde zal maken aan de wederrechtelijke functie of gebruik en derhalve aan de bedoelde hinder en overlast; dat de verzoekende partijen geen concrete en precieze gegevens bijbrengen waaruit zou kunnen blijken dat dit te dezen niet het geval zou zijn; dat de uiteenzetting van de verzoekende partijen niet aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; X-12.778-5/6 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Dany BUGGENHOUT in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig oktober 2006, door: de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.778-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.903 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.009 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div