← België

Arrest 164113 - Kind & Gezin - 26/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.113 Rolnummer: A. 174915/VII-36303 Zaak: Arrest 164113 - Kind & Gezin - 26/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-06 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-01 07:22 Fiche Arrest nr 164.113 van 26 oktober 2006 Sociale zaken en volksgezondheid - Kind & Gezin Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.113 van 26 oktober 2006 in de zaak A. 174.915/VII-36.

  1. In zake : Dirk COOPMAN, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 178 tegen : KIND & GEZIN, dat woonplaats kiest bij advocaat S. VERBOUWE, kantoor houdende de BRUSSEL, Tervurenlaan
  2. tussenkomende partij : de v.z.w. BENGELHOF, gevestigd te GENT, Tichelrei
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk COOPMAN op 14 juli 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van Kind & Gezin van onbekende datum, houdende de niet- intrekking van de erkenning van crèche Bengelhof te Gent, meegedeeld aan de verzoeker op 31 mei 2006; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 14 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 oktober 2006; VII-36.303-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GHYSELS, die verschijnt voor de verzoeker, van advocaat M. PELLEGRINI die, loco advocaat S. VERBOUWE verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. VANBINST die, loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. Overwegende dat de v.z.w. BENGELHOF, het betrokken kinderdagverblijf, met een verzoekschrift van 2 augustus 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat dit verzoek kan worden ingewilligd;
  5. Overwegende dat de bestreden beslissing tot stand is gekomen ten gevolge van een procedure die werd opgestart na een ongeval overkomen aan een kindje van de verzoeker in het kinderdagverblijf uitgebaat door de tussenkomende partij ;
  6. Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij opwerpen dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn;
  7. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; VII-36.303-2/4 5.
  8. Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de uiteenzetting van de verzoeker als volgt kan worden samengevat : Het feit dat de voorlopige intrekking van de erkenning niet werd bevestigd, en dit op grond van een ongemotiveerde beslissing, is een miskenning van de ernst van de feiten en een negatie van de wijze waarop het kinderdagverblijf -ook na de feiten- gebrekkig is blijven omgaan met haar erkenning en de daaraan verbonden voorwaarden. Het kinderdagverblijf heeft haar attitude, inzichten en beheer niet aantoonbaar gewijzigd en geeft daarmee impliciet te kennen dat ze het ongeval niet ernstig neemt. De verwerende partij heeft het dossier gebrekkig opgevolgd en de bestreden beslissing -waarin heel wat eerder vastgestelde tekortkomingen niet meer in aanmerking worden genomen, noch geëvalueerd zodat het lijkt alsof ze nooit hebben bestaan, en waarin enkel wordt gesteld dat het kinderdagverblijf veiligheids- maatregelen heeft genomen- is hiervan de bevestiging. Door de berichtgeving in de pers en de bestreden beslissing zijn de feiten gerelativeerd, terwijl er ook na het incident fouten werden gemaakt die niet verschoonbaar zijn en die geen enkele zorgvuldige en moreel bewuste persoon zou maken. De bestreden beslissing is tergend en kwetsend en is een uiting van disrespect ten aanzien van het kind. Enkel een schorsing kan de schade in belangrijke mate corrigeren en kan ervoor zorgen dat het probleem en de ernst van de feiten niet langer geloochend kan worden en dat verwerende partij gefaald heeft. Het zal tussenkomende partij eveneens duidelijk maken dat de door haar miskende feiten ernstig zijn en dat de gemaakte fouten onmiddellijk dienen te worden rechtgezet, “niet alleen voor het welzijn van de kinderen maar ook uit respect voor het kind van verzoekende partij dat het slachtoffer werd van de feiten en zijn familie”; 5.
  9. Overwegende dat het aangevoerde nadeel in essentie is terug te brengen tot een moreel nadeel, nu het kind van de verzoeker niet meer in het betrokken kinderdagverblijf wordt opgevangen; dat dergelijk nadeel in de regel afdoende wordt geremedieerd door een gebeurlijke latere vernietiging van de bestreden beslissing; dat de verzoeker niet aantoont dat er ten deze redenen zijn om van dit principe af te wijken; dat aan de tweede schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, VII-36.303-3/4 BESLUIT: Artikel
  10. Het verzoek tot tussenkomst van de v.z.w. BENGELHOF in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  11. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig oktober tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-36.303-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.113 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.035 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.