← België

Arrest 164150 - - 26/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.150 Rolnummer: A. 177668/VII-36657 Zaak: Arrest 164150 - - 26/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-31 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 07:27 Fiche Arrest nr 164.150 van 26 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.150 van 26 oktober 2006 in de zaak A. 177.668/VII-36.657 In zake : Johan ‘T JOLLYN, die woonplaats kiest bij advocaat H. DEMEESTER, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg 535 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan ‘T JOLLYN op 16 oktober 2006 heeft ingediend om de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te vorderen “van de hem op 06.10.2006 (en op 11.10.2006 ten poste afgehaald) betekende beslissing getroffen door de heer Minister van Volksgezondheid en waarbij de op 21.02.2004 ingediende aanvraag tot overbrenging van zijn officina, gelegen te 8790 Waregem, Stormestraat 15 (lees : 10) naar de Vijfseweg 54 (zelfde gemeente) onontvankelijk wordt verklaard”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 oktober 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE ; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DEMEESTER die, loco advocaat H. DEMEESTER verschijnt voor verzoeker, en van advocaat J. HOSTE die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; VII-36.657-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker een apotheek uitbaat in het centrum van Waregem, Stormestraat 10; dat hij betoogt dat het handelshuurcontract waarin de apotheek was gevestigd ten einde liep op 31 december 2004, dat de eigenaar van het pand op 20 oktober 2003 liet weten geen gunstig gevolg te kunnen geven aan het verzoek tot huurhernieuwing, en dat, na een vruchteloze zoektocht naar allerhande mogelijke vestigingsplaatsen in de onmiddellijke omgeving, hij besloot tot aankoop over te gaan van een appartement gelegen aan de Vijfseweg 54 te Waregem, in een nog op te richten appartementsgebouw, waarvoor nog geen bouwvergunning voorhanden was; dat verzoeker op 21 februari 2004 zijn aanvraag indiende tot overbrenging van zijn officina naar evengenoemd adres, en dat als "bewijs dat de daartoe gerechtigde aanvrager kan beschikken over de aangevraagde vestigings- plaats" (artikel 4, § 2ter, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestel- de apotheken) hij twee attesten van notaris HIMPE bijvoegde waarin respectievelijk wordt gesteld dat hij gelast is met het verlijden van de akte van aankoop door de heer Johan ‘T JOLLYN en dat de notariële akte pas verleden zal kunnen worden in de loop van de maand september, aangezien de bouwvergunning pas ten vroegste zal afgeleverd worden in de maand mei waarna pas dan de basisakte kan opgemaakt worden, gevolgd door de verkoopakte; dat, nadat twee voorgaande dossiers die op dezelfde omgeving betrekking hadden, waren onderzocht en daaromtrent op 17 maart 2006 door de minister een negatieve beslissing was genomen, het onderzoek werd gestart naar verzoekers aanvraag (artikel 6, § 3, van het koninklijk besluit van 25 september 1974); dat met de bestreden beslissing -na uitbrenging door de Vestigingscommissie op 28 augustus 2006 van een negatief advies- de aanvraag van verzoeker tot het verkrijgen van een vergunning voor de overbrenging van een voor het publiek opengestelde apotheek buiten de onmiddellijke nabijheid onontvank- elijk wordt verklaard omdat "de aanvraag niet voldoet aan de vereisten bedoeld in artikel 4, § 2ter, namelijk deze aanvraag bevat geen bewijs dat de aanvrager (‘T JOLLYN Johan) op het moment van de indiening van de aanvraag kan beschikken over de aangevraagde vestigingsplaats (een ruimte in een nieuw op te richten appartementsgebouw)"; dat verzoeker verklaart dat voor de vrederechter van het kanton Waregem de einddatum van de huur definitief werd vastgelegd op 31 januari VII-36.657-2/5 2007; dat uit het neergelegd administratief dossier nog blijkt dat verzoeker op 25 september 2006 -dus nadat de Vestigingscommissie haar advies had uitgebracht- naar de Vestigingscommissie een kopie heeft toegestuurd van de notariële akte verleden op 24 augustus 2005 houdende ondermeer de aankoop door de b.v.b.a. "Johan ‘T JOLLYN" (99 %) en Johan ‘T JOLLYN en zijn echtgenote An BUYCK (1 %) van "de apotheek en studio met nummer 00.01 aan de Vijfseweg nr. 54-56, te Waregem”; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de eerste en de derde voorwaarde betreft, dat verzoeker in zijn verzoekschrift betoogt wat volgt : "III. Uiterst dringende noodzakelijkheid De genomen beslissing heeft tot gevolg dat - al weze het tijdelijk met al of niet beperkte duur - een einde wordt gesteld aan het zelfstandig uitbaten van een centraal gelegen officina dwz. een einde wordt gesteld aan het uitoefenen van het beroep. Dat verzoeker uiteraard zich als bediende zal kunnen inschakelen, belet niet dat het sluiten van zijn officina en het daarbij staken van een zelfstandige activiteit een grondige wijziging zal teweegbrengen, niet alleen in het persoonlijk statuut maar ook in het familiale kader (drie studerende kinderen respectievelijk 19,17 en 12 jaar) en uiteraard ook met weerslag op de aangegane financiële verbintenissen, o.a. de aankoop van de toekomstige officina. Daar waar de toestand al zeer nadelig was in se, nl. moeten verhuizen naar een buitenwijk, een nieuw officina opstarten, nieuw cliënteel maken etc, etc... kortom, zich terug in een toestand bevinden van 20 jaar geleden komt daar nu bovenop een blijkbaar niet wel afgewogen beslissing die zelfs dat heropstarten en herinrichten nog meer bezwaart. IV. Moeilijk te herstellen nadeel Uit wat voorafgaat en de omstandigheden van de zaak blijkt de vereiste van het moeilijk te herstellen nadeel aanwezig te zijn"; Overwegende dat, alhoewel verzoeker als opschrift "uiterst dringende noodzakelijkheid" hanteert, in het daaronder gevoerd betoog nergens duidelijk wordt gemaakt waarom in casu een schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zou komen; dat dit betoog wel een uiteenzetting inhoudt van het nadeel dat verzoeker stelt te zullen ondergaan als VII-36.657-3/5 gevolg van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat, vooreerst, moet worden vastgesteld dat de sluiting van verzoekers apotheek met ingang van 1 februari 2007 in eerste instantie het rechtstreeks gevolg is van de beëindiging van de huurovereenkomst van het pand gelegen te Waregem, Stormestraat, nr. 10; dat, voorts, verzoeker reeds sedert eind augustus 2005 beschikt over de notariële akte van aankoop van het pand; dat niets verzoeker belette, en nog steeds niet belet, om een nieuwe aanvraag tot overbrenging van zijn officina in te dienen met overlegging van het afdoende bewijs dat hij kan beschikken over de aangevraagde vestigings- plaats; dat, overigens, een eventueel ontvankelijk bevinden van de aanvraag nog niet inhoudt dat een positieve beslissing aangaande die aanvraag wordt genomen en dat verzoeker zijn officina op het geplande adres zal kunnen uitbaten; dat, voorts, wordt vastgesteld dat verzoeker zeer vaag blijft over de gevolgen die de tijdelijke niet uitoefening van zijn zelfstandige activiteit als apotheker voor hem en zijn gezin zal teweegbrengen; dat verzoeker geen enkel concreet en duidelijk gegeven aanbrengt waaruit precies de aard en de omvang van het nadeel blijkt, laat staan dat hij dit nadeel op enigerwijze staaft; Overwegende dat niet is voldaan aan de eerste en derde voorwaarde van artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. VII-36.657-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig oktober tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-36.657-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.150 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.291 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.