← België

Arrest 164195 - - 27/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.195 Rolnummer: A. 171115/XII-4666 Zaak: Arrest 164195 - - 27/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-09 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-01 07:29 Fiche Arrest nr 164.195 van 27 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.195 van 27 oktober 2006 in de zaak A. 171.115/XII-

  1. In zake : Didier WAUTIER, wonende te Eppegem, Schranslaan 82 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Didier Wautier op 15 maart 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 januari 2006 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken dat zijn inschrijving van 19 mei 2005 in het bevolkingsregister van Zemst, Schranslaan 82, als een gezin vormend met Hilda Vandevoort, dient te worden behouden; Gezien het verzoekschrift dat Didier Wautier eveneens op 15 maart 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging van dezelfde beslissing te vragen; Gezien het verzoekschrift dat Didier Wautier nóg op 15 maart 2006 heeft ingediend om bij wege van voorlopige maatregel te horen bevelen dat hij in het bevolkingsregister van Zemst moet worden ingeschreven als alleenstaande; Gelet op de beschikking van 29 mei 2006 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat betreft de schorsingsprocedure; XII-4666-1/5 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door eerste auditeur B. Thys, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikkingen van 10 juli 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2006; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van attaché F. Verduyn, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker sedert 19 mei 2005 in het bevolkingsregister van Zemst is ingeschreven op het adres Schranslaan 82, als een gezin vormend met Hilda Vandevoort; dat hij zich ertegen verzet als samenwonend te worden beschouwd met Hilda Vandevoort, die de eigenares is van het huis aan de Schranslaan 82; dat niettemin op 27 januari 2006 de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken besluit dat zijn inschrijving in het bevolkingsregister van Zemst, XII-4666-2/5 Schranslaan 82, als een gezin vormend met Hilda Vandevoort, dient te worden behouden; dat gemotiveerd wordt dat “de bevoegde inspecteur bij de controle van de woning duidelijk heeft kunnen vaststellen dat betrokkene gebruik maakt van de volledige woning” en “tevens heeft kunnen vaststellen dat er slechts één deurbel met de vermelding “Vandevoort” en één brievenbus aanwezig is”; dat de beslissing in fine opmerkt dat verzoeker en Hilda Vandevoort, hiertoe met brieven van 12 december 2005 door het departement aangeschreven, “binnen de gestelde termijn geen opmerkingen hebben medegedeeld”; Overwegende dat verzoeker in het verzoekschrift tot nietigverklaring doet gelden : “Je ne suis pas d'accord et la jurisprudence (pièce 4) démontre ce qu'est un ménage de fait et etre cohabitant. De plus je suis isolé fiscal je n'ai pas de contrat de cohabitation légal avec madame vandevoort.H Les impots communaux (pièces 14 et 15 verso) précisent que : EXTRAIT DU REGLEMENT D'IMPOT DE LA COMMUNE du 13/09/01 : La taxe est due pour chaque famille qui a sa résidence principale établie dans une propriété construite. il faut entendre par chaque famille, 1 personne et plus qui meme sans lien de parenté vivent dans la meme maison, représentent deux familles (Dans ce cas ci madame Vandevoort et ma famille) Dans la décision du ministère (pièce 6) je vois un contact téléphonique entre Marina Matthei du cpas de Zemst et l'inspectrice du ministère. Ceci le 25/11/2005 bien avant qu'elle vienne chez moi le 02/12/
  2. Voila la preuve que le cpas est intervenu pour influencer ma domiciliation comme isolé ou pas. C’est écrit noir sur blanc. J’aurais expliqué vouloir une allocation plus élevée d’isolé Alors que l’inspectrice avait reçu copie du jugement du tribunal du travail. Jugement connu du cpas depuis le 13/07/2005 (pièce 1) qui m’accordait le leefloon isolé. Le cpas a fait appel a la cour du travail (pièce 3). Les registres de la population depuis Mars 2000, les impots communaux, la composition de ménage de mon épouse (pièce 16) et de ma famille (piéce 7). Les allocations de chomage de mon épouse (pièce 2). Les revenus qui réglaient les affaires de notre couple. Tout cela prouve a suffisance que ni moi ni ma famille n’avons jamais constitué un ménage avec Madame Vandevort.H domiciliée meme adresse. Je n’ai pas réagi a la décision du 12/12/2005 du ministère car l’inspectrice m’a dit au téléphone que ça ne changerais rien (pièce 8). Je ne connaissais pas alors le conseil d’état.”; XII-4666-3/5 Overwegende dat, duidelijk, verzoeker het niet eens is met de bestreden beslissing en verkiest als een alleenstaande in het bevolkingsregister te worden ingeschreven; dat de beslissing daarover evenwel alleen de verwerende partij toekomt en niet in haar plaats door de Raad van State mag worden genomen; dat, optredend als annulatierechter, de Raad van State niet het probleem van het hoofdverblijf in zijn geheel aan een nieuw onderzoek onderwerpt om het uiteindelijk als beroepsrechter in laatste aanleg te beslechten, maar alleen vermag de bestreden beslissing te vernietigen, ingeval voor hem wordt aangetoond dat de verwerende partij de wettigheid heeft geschonden; Overwegende dat in dit verband artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State vereist dat het verzoekschrift tot nietigverklaring een uiteenzetting van de middelen inhoudt; dat onder een middel te verstaan is de voldoende bevattelijke omschrijving van een geschonden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden; Overwegende dat in het hiervoor aangehaalde betoog van verzoeker geen dergelijk middel onderkend kan worden; dat uit de opmerkingen en bedenkingen niet met genoegzame zekerheid kan worden opgemaakt aan welke precieze rechtsregel verzoekster bedoelt te appelleren of hoe de verwerende partij, door zo te handelen als zij concreet gedaan heeft, die rechtsregel overtreden zou hebben; Overwegende dat het beroep tot nietigverklaring kennelijk onontvankelijk is bij gebreke aan ontvankelijk geformuleerde middelen; dat de hierna uit te spreken verwerping ten gronde de verwerping meebrengt van de vorderingen tot schorsing en tot het opleggen van een voorlopige maatregel, XII-4666-4/5 BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  4. De vordering tot schorsing en de vordering tot het opleggen van een voorlopige maatregel worden verworpen. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig oktober 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4666-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.195 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.