id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.241 Rolnummer: A. 120769/IX-3328 Zaak: Arrest 164241 - - 30/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-01 07:35 Fiche Arrest nr 164.241 van 30 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.241 van 30 oktober 2006 in de zaak A. 120.769/IX-
- In zake :
- Pierre DE L’ARBRE,
- Jean-François DE L’ARBRE,
- Christophe DE L’ARBRE, handelend in eigen naam en in naam van zijn minderjarige kinderen Arthur en Emilie,
- Marie-Noelle DE L’ARBRE, die woonplaats kiezen bij advocaat J.-M. KLUYSKENS, kantoor houdende te GENT, Nederkouter 124 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pierre DE L’ARBRE, Jean-François DE L’ARBRE, Christophe DE L’ARBRE, optredend in eigen naam en in naam van zijn minderjarige kinderen Arthur DE L’ARBRE en Emilie DE L’ARBRE en Marie- Noelle DE L’ARBRE, op 4 mei 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing neergelegd in de brieven van 5 maart 2002 van de minister van Justitie, houdende weigering van hun verzoek tot naamsverandering van “De L’ARBRE” in “de L’ARBRE”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 14 oktober 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-3328-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partijen en de regelmatig gewisselde laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 1 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. TYTGAT, die loco advocaat J.-M. KLUYSKENS verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat F. VANDENDRIESSCHE, die loco advocaten D. D’HOOGHE en S. SOTTIAUX verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- De verzoekende partijen hebben op 23 oktober 1997 en op 7 april 2000 gezamenlijk een verzoek ingediend tot wijziging van hun familienaam in “de L’Arbre”, om de schrijfwijze van hun naam in overeenstemming te brengen met de spelling van die naam in de geboorteakte van hun voorvader, Pierre-François de L’Arbre, geboren te Geraardsbergen op 29 december
- 1.
- De procureur des Konings te Gent verleent op 22 januari 2001 een gunstig advies en deelt mee dat de familieleden geen bezwaren hebben tegen de mogelijke naamswijziging. IX-3328-2/7 1.
- Bij brief van 6 juni 2001 maakt de minister van Justitie het verzoek tot naamsverandering over aan de dienst van de Adel van het ministerie van Buitenlandse Zaken. 1.
- Op 10 augustus 2001 deelt de dienst van de Adel aan de minister van Justitie mee dat hij niet akkoord gaat met de gevraagde naamsverandering. De motivering van dit negatief advies luidt als volgt : “Ten gronde blijkt uit de overgelegde kopies van akten van de burgerlijke stand dat de familienaam van verzoekers sedert de Franse Tijd verschillende schrijfwijzen heeft gekend (...). Overigens behoort de familie DE L’ARBRE niet tot de Belgische adel, en heeft ze ook voordien nooit tot de adel behoord. Wel staan de verzoekers in de Carnet Mondain en in de High life de Belgique vermeld onder de ‘aangepaste’ benaming “de L’ARBRE”. Tenslotte weze nog vermeld dat verzoeker Pierre DE L’ARBRE, gehuwd met barones Cécile Forgeur, in de jaren ‘70 vergeefs voor hemzelf en zijn afstammelingen om een adellijke gunst heeft verzocht, in de lijn van wat ascendenten van hem voordien ook al hebben geprobeerd. (...).” 1.
- Met een nota van 30 augustus 2001 stelt de dienst burgerlijke zaken van het ministerie van Justitie aan de minister voor de naamsverandering te weigeren. De gemotiveerde nota stelt onder meer : “Betrokkenen beroepen zich op de schrijfwijze van de naam in de geboor- teakte van hun voorvader Pierre-François, geboren te Geraardsbergen op 29.12.1796 (9 nivôse jaar V en niet VI zoals vermeld in het verzoekschrift). In dat stuk wordt de naam echter verschillende malen met een hoofdletter D geschreven en ook de vader ondertekent de akte met de hoofdletter D.” 1.
- Bij brieven van 5 maart 2002 wordt aan de verzoekende partijen de thans bestreden weigeringsbeslissing medegedeeld. Die beslissing is als volgt gemotiveerd : “Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer U mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voorwaarden. Gelet op het principe van de vastheid van naam kan de naamsverandering slechts uitzonderlijk door Z.M. de Koning worden toegestaan en op voorwaarde dat het verzoek gesteund is op behoorlijk bewezen ernstige redenen; bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet kunnen schaden (artikel 3, lid 2, van vermelde wet). Tot slot wens ik te preciseren dat de toelating om van naam te veranderen wettelijk beschouwd IX-3328-3/7 wordt als een gunst verleend aan betrokkene en niet als een recht voor deze laatste. Na een grondig onderzoek van uw dossier moet ik U tot mijn spijt meedelen dat er in uw geval geen afdoende ernstige motieven in de zin van bovenvermelde wet voorhanden bevonden zijn om aan Z.M. de Koning voor te stellen U toelating te verlenen uw naam te veranderen in die van ‘de L’Arbre’, mede in acht genomen het principe van de vastheid van naam, waarvan slechts om gewichtige redenen kan afgeweken worden. Uit de door U voorgelegde kopies van akten van de burgerlijke stand blijkt dat uw naam sedert de Franse Tijd verschillende schrijfwijzen heeft gekend, zodat geenszins is aangetoond dat de gevraagde schrijfwijze als de juiste schrijfwijze van uw naam moet worden weerhouden. Zelfs in de geboorteakte van uw voorvader Pierre-François, waarnaar U refereert, wordt de naam op een andere wijze gespeld en meermaals met een hoofdletter D geschreven en ook zijn vader ondertekende de akte met een hoofdletter D.”;
- Over de gegrondheid van het beroep. 2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in een enig middel de schending aanvoeren van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de algemene rechtsbeginselen en beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald de rechten van verdediging en de zorgvuldigheidsplicht, doordat “in (de bestreden) beslissing zomaar zonder gegronde reden (wordt gesteld) dat er geen afdoende ernstige motieven in de zin van de wet van 15 mei 1987 voorhanden zijn om aan de Z.M. de Koning voor te stellen toelating te verlenen om hun naam te veranderen in die van “de L’Arbre”; dat de verzoekende partijen daaraan toevoegen dat in de bestreden beslissing ten onrechte wordt overwogen dat de toelating om van naam te veranderen door de wet als een gunst wordt beschouwd en niet als een recht, daar waar de procureur- generaal bij het Hof van Cassatie in zijn conclusie bij het cassatiearrest van 30 januari 1987 stelt dat : “al wie zijn naam in overeenstemming wenst te brengen met de spelling van de naam van een sinds lang overleden voorouder, de procedure van naamsverandering kan aanwenden”; dat de verzoekende partijen tevens doen gelden dat hun verzoek tot naamsverandering zonder gegronde redenen werd afgewezen, terwijl zij hebben verwezen naar het feit dat hun familie de belangen van het Belgisch volk op verschillende tijdstippen heeft gediend; dat de verzoekende partijen bovendien stellen dat de tegenpartij niet heeft geantwoord op hun verwijzing naar een naamsverandering, die bij koninklijk besluit van 25 oktober 1939 werd toegestaan aan een familielid en waardoor de familienaam “De L’Arbre” werd gewijzigd in “de L’Arbre” en de naam “De Malander” werd toegevoegd; dat de verzoekende partijen besluiten dat hun aanvraag niet grondig werd onderzocht en niet werd getoetst aan de wet van 15 mei 1987; IX-3328-4/7 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in essentie antwoordt dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd is en dat haar motieven pertinent en draagkrachtig zijn; dat volgens de verwerende partij de motiveringsplicht niet inhoudt dat zij alle aangevoerde argumenten expliciet moet beantwoorden; dat dit onder meer geldt voor het niet beantwoorde argument van de verzoekende partijen betreffende de naamsverandering die destijds aan een familielid werd toegestaan; dat de verwerende partij in dit verband antwoordt dat de wet van 15 mei 1987, die thans toepasselijk is, strenger is dan de vroegere wetgeving; dat de verwerende partij stelt dat de stelling van de verzoekende partijen dat de naamsverandering een recht zou zijn en geen gunst, niet kan worden bijgetreden en dat het advies van de procureur- generaal bij het Hof van Cassatie niet dienstig wordt aangevoerd, vermits het in voornoemd cassatiearrest niet gaat om een naamsverandering maar om een naamsverbetering; dat de verwerende partij tenslotte betoogt dat het zorgvuldigheids- beginsel niet werd geschonden, aangezien de bestreden beslissing zorgvuldig werd voorbereid en gebaseerd is op een correcte feitenvinding; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in hun memorie van wederantwoord repliceren dat de verwerende partij niet heeft geantwoord op hun argumenten en de bestreden beslissing niet zorgvuldig heeft voorbereid; 2.
- Overwegende dat uit de bestreden weigeringsbeslissing blijkt dat zij steun vindt in het artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en de voornamen dat als volgt luidt: “De Koning kan de naamsverandering uitzonderlijk toestaan indien Hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt en dat de gevraagde naamswijziging geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden.” Overwegende dat uit voornoemde wetsbepaling blijkt dat de naamsverandering uitzonderlijk is en dat de Koning beschikt over een discretionaire bevoegdheid om te oordelen of het verzoek tot naamswijziging op ernstige gronden steunt, waarbij aan een aantal voorwaarden moet zijn voldaan: de gevraagde naamswijziging geeft geen aanleiding tot verwarring en kan de verzoekende partijen of derden niet schaden; dat blijkens de parlementaire voorbereiding van voormelde wet de onveranderlijkheid van de naam de regel is en de verandering de uitzondering; Overwegende dat de bestreden beslissing artikel 3, tweede lid van de wet van 15 mei 1987 correct toepast, omdat uit de kopies van de akten van de IX-3328-5/7 burgerlijke stand, die de verzoekende partijen bij de verwerende partij hebben ingediend, blijkt dat de familienaam van de verzoekende partijen sedert de Franse Tijd verschillende schrijfwijzen heeft gekend, zodat, de bestreden beslissing op goede gronden overweegt dat geenszins is aangetoond dat de gevraagde schrijfwijze als de juiste schrijfwijze van de naam moet worden weerhouden; dat de bestreden beslissing als pertinent en afdoend weigeringsmotief daaraan toevoegt dat, “zelfs in de geboorteakte van uw voorvader Pierre-François, waarnaar u refereert, de naam op een andere wijze wordt gespeld en meermaals met een hoofdletter D (wordt) geschreven en ook zijn vader de akte met een hoofdletter D ondertekende”; dat de bestreden beslissing aldus duidelijk, dit wil zeggen op begrijpelijke wijze de redenen weergeeft op grond waarvan de naamsverandering werd geweigerd; Overwegende dat de verzoekende partijen niet aantonen dat hun rechten van verdediging werden geschonden tijdens de administratieve procedure, vermits zij de kans kregen om hun argumentatie mee te delen, waarop uitvoerig werd geantwoord; Overwegende dat de verzoekende partijen ten onrechte betogen dat de gevraagde naamsverandering een recht is en geen gunstmaatregel; dat hun stelling geen steun vindt in het cassatiearrest van 30 januari 1987, met eensluidende conclusie van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, waarin het gaat om een geval van naamsverbetering en niet van naamswijziging, zodat het geciteerde cassatiearrest in casu niet relevant is; Overwegende dat de verwerende partij niet diende te antwoorden op het argument van de verzoekende partijen, betreffende het feit dat hun familie in een ver verleden de belangen van het Belgisch volk op verschillende tijdstippen heeft gediend, omdat dit argument niets afdoet aan de gestrengheid van de huidige regelgeving betreffende de naamswijziging; dat hetzelfde geldt voor het motief dat de naamswijziging destijds werd toegestaan aan een ander familielid van de verzoekende partijen; dat de naamswijziging toen kon worden toegestaan “om enige reden (pour quelque raison)”, naar luid van de wet van 11 germinal jaar XI, terwijl volgens de huidige wetgeving het verzoek tot naamsverandering op “ernstige redenen” moet steunen; IX-3328-6/7 Overwegende dat de verzoekende partijen tenslotte de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel aanvoeren, omdat hun aanvraag tot naamsverande- ring niet grondig zou zijn onderzocht; Overwegende dat dit onderdeel van het enig middel feitelijke grondslag mist, en bijgevolg onontvankelijk is, vermits hun aanvraag het voorwerp heeft uitgemaakt van een grondig onderzoek door de bevoegde procureur des Konings, de dienst van de Adel van het ministerie van Buitenlandse Zaken en van de dienst Burgerlijke Zaken van het ministerie van Justitie; Overwegende dat het enig middel in de mate dat het ontvankelijk is, ongegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor één vierde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig oktober 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-3328-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.241 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.