← België

Arrest 164246 - - 30/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.246 Rolnummer: A. 174635/XII-4812 Zaak: Arrest 164246 - - 30/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-09 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-01 07:37 Fiche Arrest nr 164.246 van 30 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.246 van 30 oktober 2006 in de zaak A. 174.635/XII-

  1. In zake : Paula NAUS, die woonplaats kiest bij advocaat P. Lahousse, kantoor houdende te Mechelen, Leopoldstraat 64 tegen : het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN KINROOI, dat woonplaats kiest bij advocaat W. Mertens, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paula Naus op 6 juli 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 23 mei 2006 van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) van Kinrooi, waarbij haar ontslag wordt verleend met het oog op haar definitieve vroegtijdige oppensioenstelling vanaf 1 juni 2006; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 29 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 oktober 2006; XII-4812-1\7 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Arnouts, die loco advocaat P. Lahousse verschijnt voor verzoekster, en van advocaat G. De Groote, die loco advocaat W. Mertens verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak Overwegende dat de feiten dienstig voor de beoordeling van de vordering tot schorsing de volgende zijn : Verzoekster is vast benoemd maatschappelijk assistent bij het OCMW van Kinrooi. Wegens de uitputting van het haar statutair toegestane aantal dagen ziekteverlof, wordt zij op 5 maart 2003 door het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Kinrooi met ingang van 12 maart 2003 in de stand “disponibiliteit bij afwezigheid wegens ziekte of gebrekkigheid” geplaatst. Op 22 april 2005 wordt verzoekster medisch onderzocht door de pensioencommissie van de Administratieve Gezondheidsdienst. Met een aangetekende brief van 11 mei 2005 wordt aan verzoekster de beslissing medegedeeld die door de hoofdgeneesheer van de Administratieve Gezondheidsdienst op grond van de bevindingen van dat onderzoek is genomen. Deze beslissing luidt : “- Vanuit medisch standpunt vervult u momenteel niet de voorwaarden om vroegtijdig te worden gepensioneerd. - U is definitief ongeschikt om uw werkzaamheden op normale en regelmatige wijze te vervullen, doch u bent nog wel geschikt om tewerkgesteld te worden onder volgende voorwaarden : XII-4812-2\7 ADMINISTRATIEVE FUNCTIE, ZONDER VERPLAATSINGEN EN WEINIG CLIENTEN CONTACTEN. IN SAMENSPRAAK MET DE ARBEIDSGENEESHEER. - U is aangetast door een ernstige en/of langdurige ziekte zoals bedoeld wordt in de voor uw dienst geldende reglementering betreffende verloven en afwezigheden”. In een bijlage bij de voormelde brief wordt de aandacht van verzoekster erop gevestigd dat indien haar wedertewerkstelling niet binnen een termijn van één jaar is verwezenlijkt, zij ambtshalve, zonder nieuw medisch onderzoek, gepensioneerd wordt om medische redenen. Verzoekster verklaart op 1 juni 2005 schriftelijk “akkoord [te gaan] met deze beslissing”. Zij tekent dan ook geen hoger beroep aan. Met een aangetekende brief van 16 juni 2005 delen de voorzitter en de secretaris van het OCMW van Kinrooi aan verzoekster mede dat zij hebben vastgesteld dat verzoekster, na het verstrijken van de beroepstermijn tegen de beslissing van de hoofdgeneesheer van de Administratieve Gezondheidsdienst, op 13 juni 2005 het werk niet heeft hervat, niettegenstaande het OCMW haar een aangepaste functie-inhoud heeft voorgesteld, en dat zij integendeel een nieuw ziektebriefje heeft ingediend. Zij voegen eraan toe dat indien verzoekster van oordeel is de tewerkstelling niet te kunnen hervatten, het OCMW genoodzaakt is de Administratieve Gezondheidsdienst te vragen of er zich sedert het vorige onderzoek door de pensioencommissie nieuwe medische feiten hebben voorgedaan die invloed kunnen hebben op de beslissing van de voornoemde dienst. Nadat zij vanwege de FOD Volksgezondheid hebben vernomen dat “er sinds het verschijnen voor de pensioencommissie (op 22.04.2005) nieuwe medische feiten zijn opgetreden”, vragen de voorzitter en de secretaris met een aangetekende brief van 8 augustus 2005 een nieuw onderzoek door de pensioencommissie aan. Verzoekster wordt opgeroepen om op 2 september 2005 dat onderzoek te ondergaan. Met een aangetekende brief van 16 september 2005 wordt verzoekster ervan in kennis gesteld dat de hoofdgeneesheer van de Administratieve Gezondheidsdienst op grond van de bevindingen van dat onderzoek heeft beslist dat zij definitief ongeschikt is voor elke functie; dat zij daarom vanaf de eerste dag van de volgende maand definitief vroegtijdig wordt gepensioneerd; dat haar definitieve XII-4812-3\7 ongeschiktheid niet het gevolg is van een ernstige handicap opgelopen tijdens de loopbaan, maar dat zij wel is aangetast door “een ernstige en/of langdurige ziekte”. Verzoekster dient tegen deze beslissing hoger beroep in. Met een aangetekende brief van 22 november 2005 deelt de FOD Volksgezondheid haar mede dat de hoofdgeneesheer adviseur-generaal van de Administratieve Gezondheidsdienst de volgende eindbeslissing heeft genomen : “U momenteel, vanuit medisch standpunt, de voorwaarden niet vervult om vroegtijdig wegens gezondheidsredenen te worden gepensioneerd. U is definitief ongeschikt om uw werkzaamheden op normale en regelmatige wijze te vervullen, doch u bent nog wel geschikt om tewerkgesteld te worden onder volgende voorwaarden: ADMINISTRATIEF WERK ZONDER OPGELEGD TEMPO EN ZONDER SPREEKUREN/CLIENTENCONTACTEN, HALFTIJDSE PRESTATIES. IN SAMENSPRAAK MET DE ARBEIDSGENEESHEER”. De voormelde brief vermeldt als “BELANGRIJKE OPMERKING” dat indien de wedertewerkstelling van verzoekster niet is verwezenlijkt binnen een termijn van uiterlijk één jaar, haar vanaf dat tijdstip het pensioen wegens ongeschiktheid ambtshalve, zonder nieuw geneeskundig onderzoek zal worden verleend. Op 23 mei 2006 neemt de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Kinrooi het thans bestreden besluit om verzoekster ontslag te verlenen met het oog op haar definitieve vroegtijdige oppensioenstelling vanaf 1 juni 2006; Ontvankelijkheid van de vordering Overwegende dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; XII-4812-4\7 De schorsingsvoorwaarden Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting dient te bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat uit die bepalingen volgt dat een verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ondergaat of dreigt te ondergaan, dat zij precieze en concrete aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het ingeroepen nadeel en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hierover in beginsel geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat verzoekster in het inleidend verzoekschrift in de volgende vier volzinnen haar nadeel uiteenzet : “Ingevolge de bestreden beslissing waarbij verzoekster definitief op pensioen werd gesteld vanaf 1 juni 2006, lijdt verzoekster een ernstig moreel nadeel. Bij niet-schorsing zal verzoekster niet alleen morele nadelen lijden, doch ongetwijfeld ook professionele nadelen dewelke onherstelbaar zullen zijn. Het geleden nadeel voor verzoekster zal niet alleen zeer ernstig, maar ook onherstelbaar zijn. De foutief-gemotiveerde beslissing dd. 23 mei 2006 van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn medegedeeld bij aangetekend schrijven dd. 26 mei 2006 dient, gelet op de reeds aangehaalde ernstige middelen, als manifest onwettig te worden beschouwd”; XII-4812-5\7 Overwegende dat uit het verzoekschrift en uit het debat ter terechtzitting blijkt dat verzoekster zich niet verzet tegen het principe van haar vervroegde oppensioenstelling, maar enkel tegen de ingangsdatum ervan; dat zij meent dat die zes maanden te vroeg is gesitueerd; dat de geciteerde uiteenzetting het raden laat waaruit in die concrete omstandigheden precies het morele en het professionele nadeel bestaat en waarom dit volgens verzoekster moet worden beschouwd als ernstig en moeilijk te herstellen; dat de uiteenzetting op dat punt geenszins voldoet aan wat door de voormelde wettelijke en reglementaire bepalingen is voorgeschreven; dat voorts in principe de ernst van de middelen en het ernstig en moeilijk herstelbaar karakter van het aangevoerde nadeel twee afzonderlijk te beoordelen voorwaarden zijn; dat, zelfs in de veronderstelling dat het bestaan van een ernstig middel uitzonderlijk een invloed kan hebben op het moeilijk te herstellen en ernstig karakter van het aangevoerde nadeel, het te dezen volstaat om vast te stellen dat verzoekster ook op dit punt nalaat om de Raad enig inzicht te geven welk middel dan wel om zijn bijzonder krenkende aard hiervoor in aanmerking moet komen; Overwegende dat niet voldaan is aan ten minste een van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4812-6\7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig oktober 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4812-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.246 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.024 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.