← België

Arrest 164252 - - 30/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.252 Rolnummer: A. 90792/VII-20928 Zaak: Arrest 164252 - - 30/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-09 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-01 07:41 Fiche Arrest nr 164.252 van 30 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.252 van 30 oktober 2006 in de zaak A. 90.792/VII-20.

  1. In zake : de gemeente BRAKEL, die woonplaats kiest bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij :
  2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46 bus 1,
  3. de v.z.w. OMER WATTEZ, die woonplaats kiest bij advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te GENT, Voskenslaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente BRAKEL op 6 april 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 3 februari 2000 waarbij het beroep dat AMINAL had ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brakel van 13 september 1999 houdende het verlenen aan de heer en Mevrouw CALLENS-DE PRINS van een natuurvergunning voor het wijzigen van de vegetatie op een perceel gelegen te Everbeek, Fayte, wordt ingewilligd en het beroepen besluit wordt vernietigd; Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 19 juni 2000; VII-20.928-1/6 Gelet op de beschikking van 11 juli 2000 die de tussenkomst van het Vlaamse Gewest en de v.z.w. OMER WATTEZ toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 4 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 6 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. HULPIAU die, loco advocaat M. DENYS verschijnt voor de verzoekende partij, van bestuurssecretaris Ch. WILLE, die verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat I. VANDEN BON die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van advocaat G. VERMEIRE, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij. Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad van State de zaak als volgt beoordeelt: De feiten Op 29 oktober 1969 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brakel een verkavelingsvergunning voor een terrein gelegen te Everbeek, Fayte, sectie A, nr.
  5. VII-20.928-2/6 Het koninklijk besluit van 24 februari 1977 dat het gewestplan Oudenaarde vaststelt, bestemt dit terrein tot natuurgebied. Op 14 december 1998 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brakel een bouwvergunning zonder het advies van de afdeling Natuur te vragen. Kort na de aanvang van de werken wordt door de rijkswacht een proces-verbaal opgemaakt, omdat de werken zonder de vereiste natuurvergunning zouden worden uitgevoerd. De eigenaar van het terrein dient daarop een aanvraag in voor een natuurvergunning. De afdeling Natuur-Oost-Vlaanderen adviseert ongunstig. "Volgens artikel 7 van het Besluit van de Vlaamse regering d.d. 23 juli 1998 tot vastlegging van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu is het verboden de kleine landschapselementen en de vegetatie van historisch permanente graslanden te wijzigen. Voor deze ingreep kan geen natuurvergunning afgeleverd worden. Een afgeven van een natuurvergunning voor het wijzigen van reliëf, het veranderen van de waterhuishouding, het uitvoeren van beplantingen met bomen, het uitgraven en verdiepen van sloten wordt ongunstig geadviseerd. De waardevolle natuurlijke vegetatie zal door de ingrepen deels vernietigd worden, deels negatief evolueren". Op 13 september 1999 verleent het college van burgemeester en schepenen een vergunning "voor het wijzigen van de vegetatie (...) voor het bouwen van een woning en aanleggen van een tuin". Er worden administratieve beroepen ingediend door diverse milieuverenigingen. Op 28 oktober 1999 verleent de afdeling Natuur een ongunstig advies. Ze herhaalt vooreerst haar eerder ongunstig advies. Zij stelt eveneens dat de eerder verleende verkavelingsvergunning en bouwvergunning niet beletten dat de gevraagde natuurvergunning moet worden geweigerd. Op 3 februari 2000 wordt de bestreden beslissing genomen : de vergunning wordt geweigerd. De motivering luidt als volgt : "(...) Overwegende dat het perceel volgens het gewestplan in natuurgebied ligt en het volgens de biologische waarderingskaart van België biologisch zeer waardevol gebied (karteringscode Hc) betreft, zijnde vochtig, licht bemest grasland, hetgeen grotendeels zou worden vernietigd door de bouwwerken en tuinaanleg; Overwegende dat de door het Schepencollege afgeleverde natuurvergunning zich in hoofdzaak beroept op het bestaan van een rechtsgeldige VII-20.928-3/6 verkavelingsvergunning d.d. 29 oktober 1969 en niet op de landschappelijke, ecologische en woonveiligheidsaspecten; Overwegende dat overeenkomstig art. 16 van het natuurdecreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu de overheid er zorg voor dient te dragen door het opleggen van voorwaarden of het weigeren van de vergunning of toestemming dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan (het zogenoemde integratiebeginsel) en dat het gemeentebestuur hier weinig tot geen rekening mee houdt; Overwegende dat voor waardevol historisch permanent grasland conform art. 7 § 1 van bovengenoemde uitvoeringsbesluit een verbod tot wijziging van toepassing is; Overwegende dat overeenkomstig art. 9 van het natuurdecreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu geen beperkingen kunnen worden opgelegd die in absolute zin werken of handelingen verbieden of onmogelijk maken die met de uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening, overeenstemmen, noch in absolute zin de verwezenlijking van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen; dat verkavelingsvergunningen echter niet kunnen worden beschouwd als een uitvoeringsplan zoals een gewestplan, BPA of APA; Overwegende dat de woning wordt opgericht in een overstromingsgevoelig gebied van een aanpalende beek en dat zich aldaar recent overstromingen hebben voorgedaan die de woonveiligheid in het gedrang kunnen brengen; Overwegende dat voor de reliëfwijzigingen geen bouwvergunning is afgeleverd; Overwegende dat de open ruimte sterk wordt aangetast en ook de bestaande en potentiële natuurwaarden worden vernietigd; (...)". Ontvankelijkheid De tweede tussenkomende partij werpt op dat de vordering niet ontvankelijk is. Zij voert het volgende aan : “Tussenkomende partij vraagt zich af welk het belang is van de gemeente Brakel om deze procedure in te stellen. Het belang wordt in ieder geval niet verantwoord in het beroepsschrift. Evident is de vordering niet, aangezien toch van de gemeente mag verwacht worden dat zij het natuurpatrimonium beschermt. De gemeente Brakel heeft immers een belangrijk natuurpatrimonium op haar grondgebied. Trouwens heeft de gemeenteraad van Brakel een GNOP aangenomen en is de gemeente lid van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen. Het perceel aan de Fayte ligt nabij het Steenbergbos, dit is een A-gebied volgens het GNOP Brakel. Het Besluit Regionale Landschappen dateert van 8 december 1998 (B.S. 12 febr. ‘99). Volgens art. 2 van dit besluit moeten de initiatieven van een Regionaal Landschap gericht zijn op de bevordering en de promotie van : 1/) het streekeigen karakter 2/) de natuurrecreatie 3/) de natuureducatie 4/) het recreatief medegebruik 5/) het natuurbehoud, zoals gedefinieerd in het decreet natuurbehoud en het natuurlijk milieu 6/) het beheer, het herstel, de aanleg en de ontwikkeling van kleine landschapselementen. Er zijn slechts zes Regionale Landschappen erkend, waaronder dit van de Vlaamse Ardennen. VII-20.928-4/6 Tussenkomende partij ziet niet in welke persoonlijke belangen van de gemeente Brakel kunnen geschonden zijn door het besluit van de Bestendige Deputatie. De beslissing van de bestendige deputatie ligt juist in het verlengde van het gemeentelijk belang”. De verzoekende partij antwoordt daarop dat, naast de zorg voor het milieu, het ongetwijfeld ook tot de taken van een gemeente behoort om genoeg woongelegenheid te voorzien voor haar inwoners. De gemeente heeft te dezen geen belang bij het bestrijden van een weigering aan een individuele inwoner, die zelf het door hem ingestelde beroep tot nietigverklaring niet heeft benaarstigd, zoals blijkt uit het arrest nr. 143.832 van 28 april 2005 waarbij te zijnen opzichte de afstand van geding werd vastgesteld overeenkomstig artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. VII-20.928-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig oktober tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-20.928-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.252 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.