← België

Arrest 164254 - - 30/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.254 Rolnummer: A. 178051/XIV-27044 Zaak: Arrest 164254 - - 30/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-10-31 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-01 07:41 Fiche Arrest nr 164.254 van 30 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.254 van 30 oktober 2006 in de zaak A. 178.051/XIV-27.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat P. MUSONGELA kantoor houdende te 1190 BRUSSEL, Glasblazerijlaan 41 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Chinese nationaliteit, op 29 oktober 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bevel om het grondgebied te verlaten van de minister van Binnenlandse Zaken van 25 oktober 2006, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 26 oktober 2006 ; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 oktober 2006 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MUSONGELA die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat S. DE VRIEZE, die loco advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur R. VERCRUYSSEN; XIV-27.044-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij aanvoert dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing haar definitief zal verhinderen om haar studies aan de hogeschool “Groep T” in Leuven verder te zetten, dat dit nadeel niet alleen financieel is - zij heeft reeds het studiegeld voor het lopende academiejaar betaald - maar ook rampzalig voor haar academische studies vermits de verzoekende partij al enorme financiële en menselijke inspanningen heeft geleverd om de cursussen in het Nederlands te volgen en haar licentie in de industriële wetenschappen te verwerven; Overwegende dat het aangevoerde nadeel van de reis- en de studiekosten zuiver financieel en derhalve in principe niet moeilijk te herstellen is; dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat het te dezen anders zou zijn, temeer daar zij voorhoudt zelf over voldoende bestaansmiddelen te beschikken en geen tenlasteneming nodig te hebben; dat de verzoekende partij niet met concrete gegevens aannemelijk maakt dat zij inderdaad een academiejaar zou verliezen; dat zij met hetzij het voorleggen van bewijzen van voldoende bestaansmiddelen hetzij een geldig gelegaliseerde tenlasteneming na de tenuitvoerlegging immers alsnog naar België zou kunnen terugkeren en haar studies verderzetten; dat haar nadeel de facto op de extra reis- en administratiekosten neerkomt; dat de verzoekende partij geen ander nadeel aanvoert en dat met niet in het verzoekschrift opgenomen gegevens geen rekening mag worden gehouden; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. XIV-27.044-2/3 Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig oktober tweeduizend en zes, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-27.044-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.254 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.