id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.314 Rolnummer: A. 150987/XIV-19376 Zaak: Arrest 164314 - - 31/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-27 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 07:52 Fiche Arrest nr 164.314 van 31 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.314 van 31 oktober 2006 in de zaak A. 150.987/XIV-19.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. LAUWERS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Opperstraat 95 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Bengaalse nationaliteit, op 7 april 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 9 december 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 26 februari 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 5 mei 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 24 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 september 2006; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-19.376-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. LAUWERS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, wat de ontvankelijkheid betreft, dat in het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat de bestreden beslissing op 11 december 2003 met een ter post aangetekend schrijven naar de laatst gekozen woonplaats van de verzoekende partij is gestuurd en dat het beroep tot nietigverklaring op 7 april 2004 is ingesteld, zodat het laattijdig is; Overwegende dat de verzoekende partij er in het verzoekschrift tot nietigverklaring op wijst dat zij op 11 december 2003 reeds verhuisd was, dat zij een overeenkomst met de Post, dienst Mutapost, had afgesloten om haar post naar haar nieuw adres te laten nasturen, dat de Post zijn verbintenis niet is nagekomen zodat zij de kennisgeving van 11 december 2003 niet heeft ontvangen en dat dit overmacht vormt; Overwegende dat artikel 51/2 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen de vreemdeling de verplichting oplegt om een wijziging van zijn gekozen woonplaats aan het commissariaat-generaal en aan de minister van Binnenlandse Zaken mee te delen; dat de verzoekende partij niet betwist dat zij niet aan die verplichting heeft voldaan noch aantoont dat het onmogelijk zou zijn om eraan te voldoen; dat de algemene verwijzing naar de verbintenissen van de Post in het kader van de Mutapost-overeenkomst, die de verzoekende partij met de Post zou hebben afgesloten, daar geen afbreuk aan doet; dat de verzoekende partij in het verzoekschrift tot nietigverklaring overigens uitdrukkelijk toegeeft dat zij een risico nam door haar gekozen woonplaats in Leuven niet onmiddellijk te veranderen en slechts een overeenkomst met de Post aan te gaan; dat de verzoekende partij derhalve niet aantoont dat zij de kennisgeving die op 11 december 2003 naar haar op dat ogenblik laatst gekozen woonplaats werd gestuurd, niet kon ontvangen; dat het op 7 april 2004 ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig en derhalve niet-ontvankelijk is; Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als XIV-19.376-2/3 accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénendertig oktober tweeduizend en zes, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-19.376-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.314 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.