← België

Arrest 164337 - - 31/10/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.337 Rolnummer: A. 52627/X-9727 Zaak: Arrest 164337 - - 31/10/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-09 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 07:52 Fiche Arrest nr 164.337 van 31 oktober 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.337 van 31 oktober 2006 in de zaak A. 52.627/X-

  1. In zake : Benedictus BEWAERT, die woonplaats kiest bij Advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32 bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Benedictus BEWAERT op 2 juli 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 april 1993 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende verwerping van zijn beroep tegen het besluit van 22 september 1992 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk waarbij hem de bouwvergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een woning te Opwijk, Schaapheuzel 23, op een perceel kadastraal bekend sectie A, nr. 520 e2; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 8 september 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-9727-1/4 Gelet op de beschikking van 19 januari 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 18 februari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad B. SEUTIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. GHYSELS die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat I. DURNEZ die loco Advocaat M. VAN BEVER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker eigenaar is van een perceel gelegen te Opwijk, Schaapheuzel, kadastraal bekend sectie A, nr. 520 e2; dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is gelegen in agrarisch gebied; dat het niet is gelegen binnen een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat verzoeker op 13 juli 1989 bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een stedenbouwkundig attest nr. 2 voor dit perceel; dat het college op 17 oktober 1989 het stedenbouwkundig attest nr. 2 heeft geweigerd gelet op de ongunstige adviezen van de gemachtigde ambtenaar en van het ministerie van Openbare Werken - Bestuur der Wegen; dat zowel de gemachtigde ambtenaar als het ministerie van Openbare Werken - Bestuur der Wegen ongunstig adviseerde omdat het perceel is gelegen in de geplande omlegging van de rijksweg N47 Asse-Lokeren; dat verzoeker op 7 januari 1991 bij het College van burgemees- ter en schepenen van de gemeente Opwijk een aanvraag heeft ingediend voor het verkrijgen van een bouwvergunning voor het bouwen van een landelijke woning op voormeld perceel; dat aangezien het college niet binnen de daartoe bepaalde termijn uitspraak heeft gedaan, verzoeker beroep heeft ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Brabant tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen; dat verzoeker uiteindelijk beroep heeft ingesteld bij de Vlaamse regering tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie; dat verzoeker op 13 januari 1992 een rappelbrief heeft X-9727-2/4 verstuurd; dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden bij besluit van 27 mei 1992 het beroep van verzoeker onontvankelijk heeft verklaard; dat verzoeker op 15 mei 1992 een nieuwe aanvraag heeft ingediend bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk voor het verkrijgen van een bouwvergunning voor het bouwen van een woning op hetzelfde perceel; dat het college van burgemeester en schepenen op 9 juni 1992 een gunstig advies heeft verleend; dat de gemachtigde ambtenaar op 29 juli 1992 ook een gunstig advies heeft uitgebracht omdat "het ontwerp voldoet aan de planologische voorwaarden van art. 23 van het K.B. van 28 december 1972"; dat de gemachtigde ambtenaar op 16 september 1992 zijn advies herziet en een ongunstig advies heeft uitgebracht omdat perceel "volledig (wordt) getroffen door de ontworpen omleiding van de gewestweg N 47 te Opwijk"; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 22 september 1992 de gevraagde bouwvergunning heeft geweigerd; dat verzoeker op 20 oktober 1992 beroep heeft ingesteld tegen deze weigeringsbeslissing bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Brabant; dat verzoeker op 13 januari 1993 beroep heeft ingesteld bij de Vlaamse Minister tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie; dat verzoeker op 6 april 1993 de zaak rappelleert aan de minister; dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse aangelegenheden bij het thans bestreden besluit van 29 april 1993 het beroep van verzoeker heeft verworpen en de gevraagde vergunning heeft geweigerd; Overwegende dat de raadsman van de verwerende partij met een ter post aangetekende brief van 9 mei 2000 aan het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het auditoraat heeft meegedeeld dat verzoeker eveneens een beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld tegen het ministerieel besluit van 15 december 1995 houdende weigering van de bouwvergunning voor het oprichten van een woning op hetzelfde perceel; Overwegende dat uit dit tweede beroep tot nietigverklaring blijkt dat verzoeker op 30 maart 1995 een nieuwe bouwaanvraag heeft ingediend bij hetzelfde college voor het bouwen van een landelijke woning op hetzelfde perceel; Overwegende dat - in voorkomend geval ambtshalve - dient te worden nagegaan of de verzoekende partij doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang; dat te dezen, door het indienen van een nieuwe bouwaanvraag, de verzoekende partij de wil te kennen heeft gegeven een nieuwe aanvraag betreffende dezelfde werken op hetzelfde perceel opnieuw ter beoordeling voor te leggen aan de X-9727-3/4 vergunningverlenende overheid ten einde de gevraagde vergunning alsnog te verkrijgen; dat aldus door het indienen van deze nieuwe aanvraag de verzoekende partij in beginsel niet langer doet blijken van het vereiste actueel belang bij de nietigverklaring van de beslissing over zijn eerste aanvraag; dat verzoeker in zijn laatste memorie niet betwist dat hij een nieuwe bouwaanvraag heeft ingediend; dat hij enkel stelt dat "na samenvoeging (met het beroep tegen het ministerieel besluit van 15 december 1995) er dan wel voldoende redenen zijn om het moreel belang in hoofde van verzoeker te onderzoeken"; dat een louter "moreel belang" geen voldoende belang is in de zin van artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig oktober 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B . SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9727-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.337 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.