id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.345 Rolnummer: A. 63413/IX-2258 Zaak: Arrest 164345 - - 06/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-24 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 07:56 Fiche Arrest nr 164.345 van 6 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.345 van 6 november 2006 in de zaak A. 63.413/IX-2258 In zake : Nico JORISSEN, wonende te VELTWEZELT, Spechtlaan 4 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, p.a. de Federale Politie Algemeen Commando DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Nico JORISSEN op 24 april 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de ministeriële beslissing van 6 februari 1995 waarbij zijn kandidatuur tot deelname aan de bevordering van onderofficier tot wachtmeester langs de Sociale Promotie geweigerd wordt en bij gevolgtrekking de nietigverklaring van de beslissing hem niet toe te laten tot het toelatingsexamen voor opperwachtmeester, van het resultaat van het toelatingsexamen tot de opleidingscyclus en van de beslissing om de 24 eerste Nederlandstalige laureaten toe te laten tot de opleidingscyclus. Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 7 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-2258-1/3 Gelet op de beschikking van 20 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 3, § 2, 1/, van het koninklijk besluit van 2 april 1976 betreffende de bevordering van keur- en hoofdonderofficieren van de rijkswacht tot de graad van onderluitenant van de rijkswacht en van de lagere onderofficieren van de rijkswacht tot de graad van opperwachtmeester van de rijkswacht, bepaalt dat lagere onderofficieren, om tot de graad van opperwachtmeester benoemd te kunnen worden, de leeftijd van 45 jaar niet overschreden mogen hebben; dat verzoeker echter in de loop van het geding de leeftijd van 45 jaar bereikt heeft, aangezien hij geboren is op 3 november 1955; dat de auditeur-verslaggever op grond van dat gegeven en vaststellend dat verzoeker geen recht kon doen gelden op deelneming aan de bekwaamheidsproef, met daarnaast ook oog voor het feit dat verzoeker na de bestreden beslissing geen enkele poging meer ondernomen heeft om opnieuw aan de proeven deel te nemen en dat het inwilligen van het beroep de rechtsorde veel ernstiger zou verstoren dan het belang van verzoeker kan rechtvaardigen, besloten heeft dat het beroep niet ontvankelijk is; dat verzoeker in zijn laatste memorie daarop gereageerd heeft met de vraag om het Arbitragehof te bevragen over de grondwettigheid van een regeling waarbij het belang om een annulatieberoep in te stellen niet alleen moet bestaan op het ogenblik van het indienen van het beroep maar ook op het ogenblik van de uitspraak; dat evenwel verzoeker, in antwoord op vragen omtrent zijn volgehouden belangstelling, met een brief van 26 juni 2006 aan de Raad van State mededeelt dat hij thans inderdaad geen belangstelling meer heeft voor de gewone verdere afhandeling van de zaak; dat er dan ook geen reden is om aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag te stellen; dat het beroep bij gebrek aan actueel belang niet meer ontvankelijk is, IX-2258-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes november 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatstaad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-2258-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.345 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div