id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.347 Rolnummer: A. 128452/IX-3564 Zaak: Arrest 164347 - - 06/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-27 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-01 07:56 Fiche Arrest nr 164.347 van 6 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.347 van 6 november 2006 in de zaak A. 128.452/IX-
- In zake : Kris DE MULDER, die woonplaats kiest bij advocaat I. VAN NOPPEN, kantoor houdende te WUUSTWEZEL, Bredabaan 464 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Kris DE MULDER op 24 oktober 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de chef van de dienst Afvloeiingen van de Algemene Directie Human Resources van de Defensiestaf om een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden terug te vorderen, in casu het bedrag van 95.083,10 euro; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 9 juni 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 7 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-3564-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. VAN NOPPEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van luitenant-kolonel militair administrateur A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker was geneesheer-commandant bij de medische dienst van de Krijgsmacht. 1.
- Bij koninklijk besluit van 11 juli 2002 wordt aan verzoeker met ingang van 1 juli 2002 op zijn verzoek ontslag verleend uit het ambt dat hij bij het kader van de beroepsofficieren bij de medische dienst bekleedt. 1.
- Met een aangetekende brief van 23 augustus 2002, door verzoeker ontvangen op 27 augustus 2002, richt de chef van de dienst Afvloeiingen van de Algemene Directie Human Resources zich als volgt tot verzoeker : “U hebt uw ontslag uit het kader der beroepsofficieren gevraagd en bekomen op datum van 01 juli 2002 (koninklijk besluit nr 4040 van 11 juli 2002, kopie in bijlage). Aangezien U op die datum nog niet voldeed aan de wettelijke vereiste rendementsvoorwaarden vordert de Staat een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden terug (wet van 16 maart 2000 aangepast met de wet van 22 maart 2001). In uw geval bedraagt het terug te betalen bedrag 95.083,10 EUR (3.835.643 BEF). Uw dossier zal enkele weken na deze betekening overgemaakt worden aan het Ministerie van Financiën - Hoofdbestuur van het kadaster, de registratie en de domeinen - Directie I/5/A - R.A.C. - Financietoren - Bus 58 - Kruidtuin- laan, 50 - 1010 BRUSSEL. Deze dienst zal U via het ontvangkantoor der domeinen waarvan U afhangt contacteren om het hierboven vermelde bedrag terug te vorderen. Een beroep tot nietigverklaring van de voormelde beslissing kan voor de afdeling administratie van de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat, 33, 1040 BRUSSEL) worden gebracht via een ter post aangetekend schrijven binnen de zestig dagen te tellen vanaf de dag volgend op deze van deze betekening. (...)”. IX-3564-2/5 2.
- Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat de Raad van State niet bevoegd is om van het geschil kennis te nemen, aangezien de bestreden beslissing voortgaat op het vervuld zijn van een aantal voorwaarden die voor de overheid geen enkele discretionaire bevoegdheid inhouden, noch wat het al dan niet terugvorderen betreft, noch wat de in aanmerking genomen rendementsperiode en dus de vaststelling van het terug te betalen bedrag betreft; dat zij aldus van oordeel is dat de beslissing niets anders doet dan het bestaan van een in een wetsbepaling vervat subjectief recht vast te stellen, hetgeen een declaratieve beslissing is; 2.
- Overwegende dat verzoeker betoogt dat de verwerende partij hem zelf gewezen heeft op de mogelijkheid om een annulatieberoep in te dienen; 2.3.
- Overwegende dat het beroep gericht is tegen de beslissing waarbij de verwerende partij van verzoeker de terugbetaling vordert van een gedeelte van de wedde die hij tijdens zijn vorming in de Krijgsmacht genoten heeft; dat die terugvordering geregeld is door de wet van 16 maart 2000 betreffende het ontslag van bepaalde militairen en de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming van bepaalde kandidaat-militairen, de vaststelling van de rendementsperiode en het terugvorderen door de Staat van een deel van de door de Staat gedragen kosten voor de vorming en van een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden (hierna : de wet van 16 maart 2000); dat artikel 4 van die wet, gewijzigd door de wet van 22 maart 2001, bepaalt dat de beroepsmilitair die zijn ontslag verkrijgt of die van ambtswege ontslagen wordt, ertoe gehouden is een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedde terug te betalen, dat de vergoeding degressief is en dat zij “een breukdeel van de 73% van de netto uitbetaalde wedden gedurende de vorming (bedraagt)”; 2.3.
- Overwegende dat, volgens het voormeld artikel 4 van de wet van 16 maart 2000, de overheid niet discretionair kan beslissen over het al dan niet terugvorderen van de tijdens de vorming genoten wedden, noch over het bedrag dat teruggevorderd wordt; dat zij enkel kan nagaan of de voorwaarden voor de toepassing van artikel 4 vervuld zijn en, wanneer dit het geval is, de wettelijk bepaalde bedragen moet terugvorderen; dat de omstandigheid dat de betrokken militair krachtens artikel 8 van de wet van 16 maart 2000 kan vragen om vrijgesteld te worden van de terugbetaling, wat verzoeker niet gedaan heeft, en dat de Koning die vraag kan inwilligen “voor uitzonderlijke sociale redenen”, niets afdoet aan de initiële verplichting van de verwerende partij, vastgelegd in artikel 4 van de wet en waarvan de bestreden beslissing uitsluitend toepassing maakt; IX-3564-3/5 2.3.
- Overwegende dat bij het treffen van het bestreden besluit de verwerende partij geen discretionaire bevoegdheid uitgeoefend heeft; dat de aangelegenheid kadert in de vaststelling van de rechten die verzoeker in het kader van zijn statuut tegenover de overheid kan doen gelden; dat betwistingen aangaande dergelijke beslissingen over subjectieve rechten door de justitiële rechter worden beslecht; dat verzoeker geen wetsbepaling aanwijst die de kennisneming ervan aan de bevoegdheid van de gewone rechtbanken onttrokken zou hebben; 2.3.
- Overwegende dat de bevoegdheidsexceptie gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is; dat, aangezien de verwerende partij aan verzoeker medegedeeld heeft dat hij tegen het bestreden besluit een annulatieberoep kon indienen, het past de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3564-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes november 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3564-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.347 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.