← België

Arrest 164349 - - 06/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.349 Rolnummer: A. 67308/IX-208 Zaak: Arrest 164349 - - 06/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-22 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-07-01 07:58 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 164.349 van 6 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.349 van 6 november 2006 in de zaak A. 67.308/IX-

  1. In zake : Stefaan VAN DE KERCKHOVE, die woonplaats kiest bij het ACV Openbare Diensten, gevestigd te BRUSSEL, Helihavenlaan 21 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Stefaan VAN DE KERCKHOVE op 25 januari 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, en van de beslissing tot aanduiding van de evaluatoren in de departemen- ten Coördinatie, Onderwijs, Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 18 juni 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 7 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2006; IX-208-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DE CLERCQ die, loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Artikel VIII 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel (hierna: het Vlaams Personeelsstatuut), zoals gewijzigd door het besluit van de Vlaamse regering van 12 juni 1995 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en regeling van de rechtspositie van het personeel (hierna: het besluit van 12 juni 1995), bepaalt : “Alle ambtenaren van rang A2 en lager worden geëvalueerd door minstens twee hiërarchische meerderen. De evaluatoren behoren tot minstens twee verschillende rangen.” Volgens artikel VIII 8, § 1, 3/, van het Vlaams Personeelsstatuut, gewijzigd door het besluit van 12 juni 1995, dient onder “hiërarchisch meerdere” te worden verstaan “enerzijds de secretarissen-generaal, de directeuren-generaal en de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd, of bij ontstente- nis door de directeur-generaal of de secretaris-generaal, om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en in uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang”. Deze bepaling stelt ook dat “de aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de departe- mentale directieraad”. IX-208-2/5 1.
  4. Bij de onderhandelingen op 2 en 12 juni 1995 in het sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gewest tussen de Vlaamse regering en de representatieve vakorganisaties werd over het ontwerp, dat tot het besluit van 12 juni 1995 geleid heeft, een eenparig akkoord bereikt, waarbij overeengekomen werd dat rekening gehouden zou worden met : “1.
  5. De overheid en de twee representatieve vakorganisaties zijn het er over eens dat de aanduiding van de hiërarchische meerderen van gelijke rang zoveel mogelijk moet vermeden worden. De evaluatie van de wijze waarop de functioneringsevaluatie zal plaatsvinden, dient in oktober 1995 te gebeuren. Indien uit deze evaluatie zou blijken dat er teveel hiërarchische meerderen van gelijke rang worden aangeduid zonder voldoende rechtvaardiging, zal de reglementering terzake aangepast worden. 1.
  6. In juli van het lopende jaar zullen de representatieve vakorganisaties de lijst krijgen van de evaluatoren van gelijke rang en bijhorende motivering. (...)” 1.
  7. Tijdens de vergaderingen van 26 juni en 25 september 1995 bekrachtigt de directieraad van het departement Coördinatie de aanwijzing van de personeelsleden die als hiërarchische meerderen van personeelsleden met een gelijke rang worden aangesteld. De directieraden van het departement Onderwijs en van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur doen hetzelfde, respectievelijk op 29 september en 27 oktober
  8. 1.
  9. Op 1 december 1995 worden in het sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gewest onderhandelingen gevoerd inzake de aanwijzing van evaluatoren van gelijke rang. De notulen van de vergadering vermelden dienaangaande het volgende : “De afgevaardigden van de vakbonden gaan niet akkoord met de aanduiding van de evaluatoren in de departementen Coördinatie, Onderwijs (werkstations), Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (pg. 8 en 9 van de bekrachtiging van de aanwijzing van hiërarchische meerderen van gelijke rang door de departementale directieraad). Zij stellen vast dat in een aantal gevallen de functiebeschrijvingen werden opgesteld en ondertekend zonder dat er vooraf een planningsgesprek gevoerd werd. Volgens de afvaardiging van de overheid kunnen de voorgelegde lijsten van de evaluatoren voor het evaluatiejaar 1995 niet gewijzigd worden gelet op de gevolgen voor het lopend evaluatiejaar. Er zal nagegaan worden in welke mate deze lijsten in 1996 kunnen bijgestuurd worden.”
  10. Overwegende dat verzoeker het annulatieberoep ingediend heeft in zijn hoedanigheid van lid van het sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest; dat hij aldus blijk gaf van een functioneel belang bij zijn beroep; IX-208-3/5 Overwegende dat met brieven van 6 maart 2006 en 29 mei 2006 aan het ACV Openbare Diensten, waar verzoeker woonplaatskeuze deed, gevraagd is of “verzoeker op dit ogenblik nog belangstelling heeft voor de verdere gewone afhandeling van de zaak” en “in voorkomend geval concreet uiteen te zetten waarin (hij) meent nog een actueel belang te kunnen vinden bij de normale afwikkeling van dit annulatieberoep”; dat die brieven ook vermelden dat bij een blijvend stilzitten, langer dan 30 dagen na ontvangst ervan, tot het bestaan van een gebrek aan belangstelling kan worden besloten; dat die brieven ook verzonden werden aan verzoeker zelf; dat al die brieven onbeantwoord gebleven zijn; dat verzoeker ook niet ter terechtzitting verschenen is; dat uit het voorgaande wordt besloten dat verzoeker niet langer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang bij de gevraagde vernietiging, BESLUIT: Artikel
  11. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-208-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes november 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-208-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.349 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.