← België

Arrest 164384 - - 07/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.384 Rolnummer: A. 91785/IX-2390 Zaak: Arrest 164384 - - 07/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 08:03 Fiche Arrest nr 164.384 van 7 november 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.384 van 7 november 2006 in de zaak A. 91.785/IX-

  1. In zake :
  2. de VZW UNIZO,
  3. de VZW UNIZO-LIMBURG,
  4. de NV LUTEX,
  5. de NV DAMESKLEDING VANHOOF,
  6. de NV KLEDING VOSSEN,
  7. de BVBA JUWELIERS VAN SLOUN, die woonplaats kiezen bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te GENT, Coupure 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  8. de minister van Economie,
  9. de minister van Middenstand, die woonplaats kiezen bij advocaat J-F DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson-Snelstraat 38
  10. het Interministerieel Comité voor de Distributie tussenkomende partij : de BVBA VR MAASMECHELEN TOURIST OUTLETS, die woonplaats kiest bij advocaat F. VAN NUFFEL, kantoor houdende te BRUSSEL, Brederodestraat
  11. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW UNIZO, de VZW UNIZO- LIMBURG, de NV LUTEX, de NV DAMESKLEDING VANHOOF, de NV KLEDING VOSSEN en de BVBA JUWELIERS VAN SLOUN op 12 mei 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "de beslissing van het Interministerieel Comité voor de Distributie van 25 januari 2000, waarbij de beroepen tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen, genomen op 18 november 1999 ontvankelijk maar ongegrond wordt verklaard en de machtiging voor de inplanting van een Factory Outlet Center te Maasmechelen wordt aanvaard op een bruto gebouwde oppervlakte van 16.680 m2 IX-2390-1/3 en een nettohandelsoppervlakte van 14.443 m2 en waarbij de door de gemeente opgelegde beperkende voorwaarden, zowel op het niveau van de assortimenten als op diegene van de oppervlakte, worden opgeheven"; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 17 juli 2000 van de BVBA VR MAASMECHELEN TOURIST OUTLETS; Gelet op de beschikking van 12 september 2000 die de tussenk- omst van de BVBA VR MAASMECHELEN TOURIST OUTLETS toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 26 juni 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 5 juli 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, IX-2390-2/3 zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  12. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 1041,18 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een zesde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123.95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven november 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-2390-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.384 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.