← België

Arrest 164625 - - 10/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.625 Rolnummer: A. 173403/X-12849 Zaak: Arrest 164625 - - 10/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-20 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-01 08:24 Fiche Arrest nr 164.625 van 10 november 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.625 van 10 november 2006 in de zaak A. 173.403/X-12.

  1. In zake : Wilfried DIERCKX, die woonplaats kiest bij Advocaat H. COVELIERS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Edelinckstraat 17 tegen : de stad LIER, die woonplaats kiest bij Advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CAREME, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE, Industrieweg 4, bus
  2. tussenkomende partij : de bvba CRÈMERIE JÉRÔME, gevestigd te 2500 LIER, Frederik Peltzerstraat
  3. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Wilfried DIERCKX op 29 mei 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 27 maart 2006 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Lier waarbij aan de bvba Crèmerie Jérôme de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot "regularisatie van dichtgebouwde binnenkoer en het omvormen van (een) plat dak tot dakterras" aan de Frederik Peltzerstraat 3/11 (sic) te Lier, kadastraal gekend onder 1ste afdeling sectie G, nr. 184 D; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 12 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 september 2006; X-12.849-1/5 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. KALIN die loco Advocaat H. COVELIERS verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat H.-K. CARÈME die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat A. DEVROE die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. Overwegende dat de bvba CRÈMERIE JÉRÔME met een op 14 juni 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  5. Overwegende dat de verzoeker en de tussenkomende partij buren zijn; dat de tussenkomende partij aan de Frederik Peltzerstraat 11 te Lier een ijssalon uitbaat, op een perceel kadastraal gekend onder Lier, 1ste afdeling, sectie G, nrs. 184 c, 181 c, 180 a en 179 m; dat de tussenkomende partij in 2002 verbouwingswerken heeft uitgevoerd aan het ijssalon, op grond van een stedenbouwkundige vergunning die haar op 30 april 2001 was verleend door het College van burgemeester en schepenen van de stad Lier; dat de scheiding tussen de twee percelen aanvankelijk bestond uit betonplaten, en dat de verzoeker die platen na de uitvoering van de genoemde werken heeft vervangen door een muur; dat de tussenkomende partij die muur vervolgens nog met 90 cm heeft verhoogd en de binnenkoer op haar perceel heeft overdekt; dat tussen de partijen betwisting bestaat over de vraag of de verzoeker met die laatste werken zijn instemming heeft betuigd; dat voor het verhogen van de muur en het overdekken van de binnenkoer geen stedenbouwkundige vergunning was aangevraagd; Overwegende dat, nadat de verzoeker tegen de tussenkomende partij klacht heeft ingediend, deze laatste een aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 14 juli 2005, strekkende tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor de regularisatie van de dichtgebouwde binnenkoer en van de koelgroepen op het dak, en voor het omvormen van het plat dak tot een dakterras; X-12.849-2/5 dat tijdens het openbaar onderzoek één bezwaar is ingediend, met name door de verzoeker; dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Lier bij besluit van 27 maart 2006 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning verleent, behalve wat betreft de regularisatie van zes koelgroepen die op het dak staan; dat dit besluit het voorwerp vormt van de voorliggende vordering;
  6. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
  7. Overwegende, wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat de verzoeker het volgende uiteenzet: "(De) uitvoering van het ondernomen (sic) besluit (zal) tot gevolg zal hebben dat de vergunde werken worden uitgevoerd en er bijgevolg een definitieve toestand zal worden gecreëerd. Het nadeel dat aldus voor vertoger ontstaat, zal bij eventuele nietigverklaring van het ondernomen besluit moeilijk te herstellen zijn, aangezien de verworven toestand niet vrijwillig door de (tussenkomende partij) zal worden hersteld in de oorspronkelijke toestand. Verzoeker zal dan moeten rekenen op de acties van de (verweerster), dewelke nu reeds ernstig in gebreke is gebleven. De uitvoering van de bestreden beslissing zal dan ook een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkenen aan vertoger"; Overwegende dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat de verzoeker zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dat hij integendeel zeer concrete gegevens moet aanvoeren waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is, en het voor de tegenpartijen mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoeker aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen; dat de verzoeker zich te dezen ertoe beperkt te wijzen op het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel, maar dat hij X-12.849-3/5 nalaat te preciseren waarin de ernst van het aangevoerde nadeel bestaat; dat het verzoekschrift op dit punt niet voldoet aan de genoemde bepaling; Overwegende, ten overvloede, dat het bestreden besluit hoofd- zakelijk strekt tot de regularisatie van het overdekken van de binnenkoer; dat de werken daarvoor reeds zijn uitgevoerd; dat niet valt in te zien hoe de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit nog kan bijdragen tot het vermijden of het beperken van het aangevoerde nadeel; dat, in zoverre het bestreden besluit ook een vergunning verleent voor het omvormen van het bestaande plat dak tot een dakterras, de verzoeker niet aannemelijk maakt dat het daaruit voortvloeiende nadeel in geval van een eventuele vernietiging van het besluit moeilijk te herstellen zou zijn; Overwegende dat uit het vorenstaande blijkt dat de uiteenzetting van de verzoeker geen concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten stedenbouwkundige vergunning hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
  8. Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  9. Het verzoek tot tussenkomst van de bvba CREMERIE JÉRÔME in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  10. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-12.849-4/5 Artikel
  11. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november 2006, door: de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.849-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.625 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.812 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.