← België

Arrest 164652 - - 13/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.652 Rolnummer: Zaak: Arrest 164652 - - 13/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-09 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-01 08:28 Fiche Arrest nr 164.652 van 13 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.652 van 13 november 2006 in de zaak A. 62.558/IX-1235 A. 68.414/IX-

  1. In zake : Colette VAN HOORNEWEDER, wonende te JABBEKE, Jabbekestraat 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Colette VAN HOORNEWEDER op 1 maart 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
  2. het niet-aanduiden en het niet aanvaarden van de verzoekster om een vorming van kandidaat aanvullingsofficier te volgen (sessie 1993);
  3. de aanduiding en aanvaarding van JOURET, Axel als kandidaat aanvullingsofficier (sessie 1993).
  4. de beslissing tot deliberatie van de kandidaten JOURET, MERVEILLE, VANDECASTEELE en VAN ACKEN voor de grondige kennis van de Nederlandse taal (sessie 1993)” (zaak A. 62.558/IX-1235); Gezien het verzoekschrift dat Colette VAN HOORNEWEDER op 4 april 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het K.B. nr 1004 van 5 december 1995 (...) inzoverre het bepaalt (dat) de beroepsonderofficier van wie de naam volgt op 27 juni 1995 aangesteld (wordt) in de graad van Vaandrig- ter-zee tweede klasse aanvullingsofficier, met terugwerking inzake anciënniteit op 27 juni 1994, en in het korps van de officieren technici ingeschreven: JOURET, A.” (zaak A. 68.414/IX-1224); Gelet op het arrest nr. 54.579 van 13 juli 1995 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen alsook de voorlopige maatregelen en de dwangsom in de zaak A. 62.558/IX-1235 worden verworpen; IX-1235-1/8 Gelet op het arrest nr. 63.474 van 10 december 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit alsook de voorlopige maatregelen en de dwangsom in de zaak 68.414/IX-1242 worden verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur R. AERTGEERTS; Gelet op de beschikking van 2 juli 1998 tot voeging van de zaken; Gelet op de beschikking van dezelfde datum die de neerlegging ter griffie van het verslag en van de dossiers gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 7 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoekster, en van luitenant-kolonel militair administrateur A. DE DECKER; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. AERTGEERTS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. Overwegende dat de gegevens van deze zaak als volgt kunnen worden samengevat : IX-1235-2/8 1.
  6. Verzoekster is sedert 3 november 1976 lid van de zeemacht. Op 26 juni 1981 wordt zij opgenomen in het kader der beroepsonderofficieren en benoemd tot tweede meester. Op 26 september 1984 en 26 september 1989 wordt zij benoemd tot meester, respectievelijk eerste meester. 1.
  7. Bijlage C van de instructie JSP-A WERV Nr 137 van 5 maart 1993 van de Divisie Personeel van de generale staf van de krijgsmacht regelt de overgang van de beroepsonderofficieren naar de aanvullingsofficieren. Voor het korps van de technici van de zeemacht wordt één plaats opengesteld voor de kandidaten die voldaan hebben aan het examen over de grondige kennis van de Nederlandse taal. 1.
  8. Op 26 maart 1993 vraagt verzoekster om deel te nemen aan de wedstrijd van 1993 met het oog op haar overgang van het kader van de beroepsonderofficieren naar het kader van de aanvullingsofficieren. Zij stelt zich kandidaat in het korps "techniek". 1.
  9. Op 15 oktober 1993 maakt het selectiecomité de klasseringstabel van de kandidaten op. Het houdt rekening met de criteria bedoeld in artikel 91, § 2 tot en met § 7, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1963 betreffende het statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst. Verzoekster wordt als vierde gerangschikt. J. DEBRUYCKER wordt als eerste en A. JOURET als tweede gerangschikt. 1.
  10. Op 18 oktober 1993 zendt de staf van de zeemacht de klasseringstabel aan de generale staf, Divisie Personeel. J. DEBRUYCKER wordt als enige vermeld op de "lijst van de kandidaten voorgesteld voor overgang BOO-GO". 1.
  11. Op 13 december 1993 vordert verzoekster de nietigverklaring van het resultaat opgemaakt door het Selectiecomité in de mate zij “niet als eerste werd geselecteerd voor de overgang in ‘Sociale promotie’ van de categorie der beroepsonderofficieren naar de categorie der aanvullingsofficieren en de impliciete weigering haar tot de vorming van aanvullingsofficier 1993 toe te laten”. In haar "nota met opmerkingen", ingediend op 11 januari 1994, stelt de verwerende partij vast dat de overheid zich vergist heeft bij de berekening van de punten voor de factor "dienstanciënniteit" van J. DEBRUYCKER, en dat A. JOURET als eerste gerangschikt had moeten worden. IX-1235-3/8 1.
  12. Op 10 maart 1994 richt de staf van de zeemacht dienaangaande de volgende nota aan de Divisie Personeel : "ONDERWERP : Sociale Promotie 93-94 BOO-GO.
  13. Uit een bijkomend onderzoek is gebleken dat mijn diensten een administratieve fout begaan hebben bij het berekenen van de punten zodat 1MC DEBRUYKER (N10402) ten onrechte als eerste gerangschikt werd.
  14. Bij het aanhangig maken bij de Raad van State van dit dossier is er tevens gebleken dat de jury van het taalexamen een aantal kandidaten na deliberatie geslaagd verklaard heeft zonder dat de punten werden aangepast.
  15. Indien de Raad van State deze deliberatie van de KMS aanvaardt dan zou uit reden van billijkheid zowel tegenover 1MC DEBRUYKER die per vergissing als batig gerangschikt werd geplaatst en de vorming reeds heeft aangevat als tegenover 1MR JOURET die batig had moeten gerangschikt zijn een tweede plaats moeten geopend worden. Tevens zou dan moeten voorzien worden dat 1MR JOURET (N10549) in DEC 94 wordt benoemd, eventueel met terugwerkende kracht zodat hij op geen enkele manier schade ondervindt van deze administratieve vergissing.
  16. Mag ik u vragen dit voorstel ter goedkeuring aan de heer Minister van Landsverdediging te willen voorleggen". 1.
  17. Bij koninklijk besluit van 26 september 1994 wordt het aantal te begeven plaatsen voor de kandidaten van de zeemacht voor de officieren-technici op twee gebracht. 1.9.
  18. Op 14 november 1994 vraagt verzoekster aan de Divisie Personeel (JSP-A/C) om aangeduid te worden als kandidaat-aanvullingsofficier (GO), sessie
  19. Zij stelt onder meer : "II. Feiten in verband met de aanvraag :
  20. De openstelling der plaatsen werd geregeld via het KB van 29 maart ’93 waarin er één plaats ZM opengesteld werd voor de kandidaat die voldaan had aan het examen over de grondige kennis van de Nederlandse taal, op basis van artikel 2 van de wet van 30 juli 1938 (taalwetgeving, A16-L1).
  21. Op 15 oktober 1993 greep het selectiecomité plaats dat DEBRUYCKER Jan, op basis van de uitslag van het selectiecomité, batig rangschikte (zie bijlage B2 : bijlage aan het PV selectiecomité van 1993).
  22. Het valt op te merken dat er wettelijk slechts drie

(3)kandidaten voor het selectiecomité mochten verschijnen : te weten DEBRUYCKER, HOLLEVOET en VANHOORNEWEDER. Zij waren de kandidaten die voldeden aan de wet hier hoger vermeld, namelijk die van 30 juni 1938, art. 2, taalwetgeving. Het aanbrengen van vier andere kandidaten kan als machtsovertreding beschouwd worden. De wet van 30 juli 1938 inzonderheid het artikel 2, voorziet geen deliberatie zoals ze werd uitgevoerd door de Koninklijke Militaire School (KMS) waardoor er vier extra kandidaten voor het selectiecomité verschenen. IX-1235-4/8
  1. Met het KB van 26 Sep 94 - BS van 08/11/94 - werd een bijkomende plaats opengesteld voor de sessie ’93 overgang BOO->GO en dit voor de kandidaten die voldaan hebben aan de grondige kennis van het Nederlands, zoals bepaald in de wet van 30 juli 38 inzonderheid artikel
  2. (Bijlage B1)
  3. Uit hetgeen vooraf gaat en rekening houdende met de rangschikking van het selectiecomité vraag ik dan om zo snel mogelijk mijn rechtspositie te regulariseren en om mij met terugwerkende kracht batig te rangschikken als kandidaat GO sessie 1993.” 1.9.
  4. Op 17 januari 1995 weigert de Divisie Personeel van de generale staf de aanvraag van verzoekster op grond van volgende motivering : "(...)
  5. Een bijkomende plaats werd geopend en werd toegewezen aan 1MR JOURET omdat deze daadwerkelijk benadeeld werd door een administratieve fout (anciënniteit 4 punten op 10 in plaats van 6 punten op 10). Betrokkene had, in feite als eerste moeten geklasseerd worden door het selectiecomité.
  6. De kandidaten JOURET, MERVEILLE, VANDECASTEELE en VAN ACKEN werden onweerlegbaar gedelibereerd door de jury van het taalexamen en mochten bijgevolg gerangschikt worden.
  7. Rekening houdende met de deugdelijke deliberatie en ongeacht de rechtzetting van de administratieve fout waarvan sprake hierboven blijven de twee eerste geklasseerden steeds 1MR JOURET en 1MR DEBRUYCKER. De opengestelde plaatsen werden bijgevolg rechtmatig toegewezen aan deze onderofficieren.
  8. U komt dus niet in aanmerking om één van deze plaatsen in te nemen.
  9. Een beroep tot schorsing en vernietiging van deze beslissing kan ingediend worden bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisname ervan". De beslissing om verzoekster niet te aanvaarden en om A. JOURET wel te aanvaarden vormen het eerste en het tweede voorwerp van het eerste beroep. 1.
  10. Bij koninklijk besluit nr. 805 van 24 april 1995 wordt J. DEBRUYCKER per 27 december 1994 benoemd in de graad van vaandrig-ter-zee tweede klasse als aanvullingsofficier in het korps van de officieren technici. Dit besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus
  11. Bij koninklijk besluit nr. 1004 van 5 december 1995 wordt A. JOURET per 27 juni 1994 aangesteld in de graad van vaandrig-ter-zee tweede klasse aanvullingsofficier. IX-1235-5/8 Het besluit wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 7 februari 1996 bekendgemaakt. Dit besluit vormt het voorwerp van het tweede beroep. Bij koninklijk besluit nr. 1211 van 3 juni 1996 wordt A. JOURET per 27 december 1994 benoemd in de graad van vaandrig-ter-zee tweede klasse als aanvullingsofficier in het korps van de officieren technici. Dit koninklijk besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juli
  12. 2.
  13. Overwegende dat de Raad van State bij arrest nr. 155.611 van 27 februari 2006 uitspraak gedaan heeft over twee beroepen van verzoekster tegen haar resultaten in de selectieronde 1994 voor de overgang, bij wege van sociale promotie, van het kader van de beroepsonderofficieren naar het kader van de aanvullingsofficieren; dat de Raad van State in dat arrest het actueel belang van verzoekster onderzocht heeft en vastgesteld heeft dat de verwerende partij, ook al zou de selectiecommissie haar in het kader van een heroverweging na een vernietigingsarrest alsnog batig rangschikken, verzoekster onmogelijk nog in het kader van de sociale promotie tot aanvullingsofficier zal kunnen bevorderen, nu zij de leeftijdsgrens bepaald in het koninklijk besluit van 9 juni 1999 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie en de sociale promotie naar een hogere personeelscategorie, overschreden heeft en zij niet aantoont dat enige rechtsregel haar het recht verleent om alsnog, met terugwerkende kracht na een batige rangschikking, in de opengestelde betrekking benoemd te worden; Overwegende dat de Raad van State die redenering voor de onderhavige zaak overneemt; 2.
  14. Overwegende dat verzoekster in een brief van 25 september 2006 nog stelt en in haar uiteenzetting ter terechtzitting benadrukt dat de selectiecommissie indertijd een fout gemaakt heeft bij de rangschikking van de kandidaten en dat zij die fout rechtgezet heeft door buiten elk reglementair kader een bijkomende plaats te creëren en A. JOURET toch nog te benoemen, hoewel daar eigenlijk organiek geen ruimte voor bestond; dat zij van oordeel is dat de verwerende partij haar toen reeds benadeeld heeft door de bijkomende gecreëerde plaats niet aan haar toe te wijzen en geen rekening te houden met de omstandigheid dat zij nog maar enkele jaren aan de leeftijdsvoorwaarde zou voldoen; dat zij besluit dat de selectiecommissie in geval van vernietiging geen nieuwe beslissing meer moet nemen, maar dat de verwerende partij, met inachtneming van dezelfde rechtsgronden die het haar mogelijk gemaakt hebben IX-1235-6/8 A. JOURET te bevorderen, haar moet toelaten tot de vorming voor aanvullingsofficier; Overwegende dat verzoekster met die uiteenzetting niet aantoont dat een vernietigingsarrest voor de verwerende partij de rechtsplicht doet ontstaan om haar retroactief tot de vorming voor opname in het kader van de aanvullingsofficieren toe te laten en haar vervolgens ook te benoemen; dat de omstandigheid dat de verwerende partij om billijkheidsredenen ten voordele van een ander militair een specifieke regeling uitgewerkt heeft, niet betekent dat zij daar ook in het geval van verzoekster toe verplicht is; dat verzoekster dan ook, met verwijzing naar de constructie die de verwerende partij opgezet heeft om A. JOURET te bevorderen, niet aantoont dat zij thans nog tot de vorming voor aanvullingsofficier toegelaten kan worden;
  15. Overwegende dat, nu niet blijkt dat verzoekster nog enig voordeel kan halen uit de vernietiging van de bestreden beslissingen, de beroepen niet meer ontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel
  16. De beroepen worden verworpen. Artikel
  17. De kosten van de beroepen tot nietigverklaring, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-1235-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-1235-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.652 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.