← België

Arrest 164726 - - 14/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.726 Rolnummer: A. 151109/XII-4136 Zaak: Arrest 164726 - - 14/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-01 08:29 Fiche Arrest nr 164.726 van 14 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.726 van 14 november 2006 in de zaak A. 151.109/XII-

  1. In zake : de HOGESCHOOL GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat V. Van Obberghen, kantoor houdende te Vilvoorde, Riddersstraat 2, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Hogeschool Gent op 26 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 “tot vaststelling van de lijst van de bachelors- en de master[s]opleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen met inbegrip van de technische aanpassingen zoals die aan de Vlaamse regering op 20 februari 2004 werden medegedeeld in zoverre, wat de Hogeschool Gent betreft, in deze lijst niet voorkomen de omgevormde opleidingen leidend tot het diploma van ‘bachelor in bouw’ (komende van de opleiding ‘gegradueerde bouw’) en tot ‘bachelor in toegepaste psychologie’ (komende van de opleiding ‘gegradueerde sociaal werk’)”; Gelet op het arrest nr. 139.989 van 1 februari 2005 waarbij de debatten worden heropend en de zaak volgens de gewone procedure wordt voortgezet; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 7 november 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-4136-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 15 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2006; Gelet op het uitstel van de zaak naar de terechtzittingen van 5 september 2006 en 17 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. Brewaeys; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. Vermeire, die loco advocaat P. Devers verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak Ter uitvoering van artikel 123, § 2, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen (hierna: structuurdecreet), dient verzoekster een voorstel in van omvorming van de opleidingen die zij mag organiseren; zij stelt onder meer voor : - de omzetting van haar opleiding “bouw”, optie vastgoed / in een bachelor in vastgoed / in een bachelor bouw; - de omzetting van haar opleiding “sociaal werk” / in een bachelor in sociaal werk / in een bachelor in toegepaste psychologie. De erkenningscommissie, bedoeld in artikel 123, § 5, tweede lid, van het structuurdecreet adviseert op 9 januari 2004 negatief over het voorstel; XII-4136-2/4 Op 25 februari 2004 ontvangt verzoekende partij het bestreden besluit waarin de opleiding “bachelor in bouw en in toegepaste psychologie” niet meer voorkomt. De ontvankelijkheid van het beroep Artikel 123, § 5, vijfde lid, van het structuurdecreet bepaalt : “De universiteiten en hogescholen kunnen voor de opleidingen waarvan de Vlaamse regering het omvormingsdossier niet aanvaard heeft, één jaar later nog één keer een nieuwe omvormingsaanvraag indienen volgens dezelfde procedure : mededeling van de voorstellen van omvorming ten laatste op 30 juni 2004, advies Erkenningscommissie ten laatste op 1 november 2004 en vaststelling van de lijst door de Vlaamse regering voor 1 januari 2005”; Verzoekster heeft effectief gebruik gemaakt van die mogelijkheid. In haar laatste memorie meldt zij dat zij twee nieuwe gelijkaardige omvormingsaanvragen heeft ingediend op 28 juni 2004, waaromtrent de erkennings- commissie Hoger Onderwijs opnieuw negatief heeft geadviseerd op 28 oktober
  3. De resultaten van de tweede omvormingsoperatie zijn in het Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2005 bekendgemaakt als besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 2005 houdende wijziging van de bijlage bij het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 tot vaststelling van de lijst van de bachelor- en masteropleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen. In de aanhef van dit besluit wordt verwezen naar “het advies van de Erkenningscommissie Hoger Onderwijs, gegeven op 28 oktober 2004”. De aangevraagde opleidingen van verzoekster zijn er niet in opgenomen; Uit dit besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 2005 blijkt de weigering van de Vlaamse regering om, gelet op het negatief advies van de erkenningscommissie, gunstig gevolg te geven aan de nieuwe omvormingsaanvraag van verzoekster. Die weigering, die is tot stand gekomen volgens een geëigende procedure, ingevolge een nieuw aanvraagdossier en op grond van een nieuw onderzoek en advies van de erkenningscommissie, is geen louter bevestigende beslissing van de beslissing die verzoekster met het voorliggende beroep bestrijdt. Verzoekster heeft bij de nietigverklaring van de eerste weigering dan ook geen belang meer. Zelfs indien de oorspronkelijke weigeringsbeslissing uit het XII-4136-3/4 rechtsverkeer verdwijnt, zou verzoekster in rechte immers nog steeds aankijken tegen de weigering die na het onderzoek van de hernieuwde aanvraag op 1 juli 2005 als nieuwe wilsuiting van de overheid tot stand is gebracht. Het is daarbij zonder belang, al wil verzoekster ter terechtzitting de Raad van het tegendeel overtuigen, dat de nieuwe beslissing niet persoonlijk aan verzoekster is aangezegd. Daargelaten nog of verzoekster wel geloofwaardig kan ontkennen na betekening van het negatief advies van de erkenningscommissie en na publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2005, ten minste van het bestaan van de nieuwe afwijzing op de hoogte te zijn, treft alleszins de deugdelijkheid van de kennisgeving niet het bestaan en de wettigheid van het besluit en kan de kennisgeving hoogstens de verjaring van de beroepstermijnen beïnvloeden. Het beroep is niet langer ontvankelijk, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien november 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. BAMPS, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. LUST. XII-4136-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.726 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.402 ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.989 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.