← België

Arrest 164787 - - 16/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.787 Rolnummer: A. 150971/XII-4133 Zaak: Arrest 164787 - - 16/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-24 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 08:52 Fiche Arrest nr 164.787 van 16 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.787 van 16 november 2006 in de zaak A. 150.971/XII-

  1. In zake : de VZW KATHOLIEKE UNIVERSITEIT BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te Brussel, Keizerslaan 3 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat V. Van Obberghen, kantoor houdende te Vilvoorde, Riddersstraat 2, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Katholieke Universiteit Brussel op 22 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 tot vaststelling van de lijst van de bachelor- en masteropleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen, “in zoverre dit besluit de onderwijsbevoegdheid van de K.U.Brussel voor taal- en letterkunde beperkt tot de Germaanse talen”; Gelet op het arrest nr. 135.322 van 23 september 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek van de verzoekende partij tot voortzetting van de procedure; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; XII-4133-1/6 Gelet op de beschikking van 10 maart 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 6 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 september 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Judo, die loco advocaat D. Lindemans verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat O. Van Obberghen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak Overwegende dat verzoekster, ter uitvoering van artikel 123, § 2, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen (hierna: structuurdecreet), op 30 september 2003 een voorstel indient van omvorming van de opleidingen die zij mag organiseren; dat zij onder meer voorstelt de basisopleiding van kandidaat in taal- en letterkunde om te vormen in de taalopleidingen op “bachelor”niveau Nederlands-Engels, Nederlands- Duits, Nederlands-Frans, Engels-Frans en Duits-Frans; Overwegende dat de erkenningscommissie, bedoeld in artikel 123, § 5, tweede lid, van het structuurdecreet op 9 januari 2004 negatief adviseert over het voorstel; dat daarbij onder meer wordt overwogen dat “wordt nagegaan of de instelling bevoegd is voor het studiegebied of onderdeel van studiegebied, waaronder de opleiding ressorteert”, dat de erkenningscommissie nagaat “of de voorgestelde opleiding kan aangezien worden als een omvorming van een basisopleiding die de instelling kon (mocht) aanbieden (krachtens het decreet en het uitvoeringsbesluit gel- XII-4133-2/6 dend voor de basisopleidingen) in 2001-2002” en dat verzoekster “niet de bevoegd- heid [heeft] om een opleiding in de Romaanse talen te verstrekken. Zij moet zich dus in de opsomming van mogelijke talencombinaties beperken tot de Germaanse talen (Nederlands, Engels, Duits)”; dat het advies op 15 januari 2004 aan verzoekster wordt betekend; Overwegende dat in de lijst, gevoegd bij het thans bestreden besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 tot vaststelling van de lijst van de bachelor- en masteropleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen (B.S. 31 augus- tus 2004), voor verzoekster onder meer wordt vermeld dat de “Bestaande opleiding”, “Taal- en letterkunde (kandidaat)” wordt omgevormd tot “Bachelor in de taal- en letterkunde: combinatie van twee talen te kiezen uit de Germaanse talen”; Het voorwerp van het beroep Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 door verzoekster wordt aangevochten “in zoverre dit besluit de onderwijsbevoegdheid van de K.U.Brussel voor taal- en letterkunde beperkt tot de Germaanse talen”; dat verzoekster met andere woorden een impliciete weigeringsbeslissing aanvecht, te weten de uit het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 blijkende weigering om de omvorming zo ruim op te vatten dat ook de door haar aangevraagde taalopleidingen in combinaties met het Frans mogen worden aangeboden in de nieuwe “bachelor”opleidingen; De ontvankelijkheid van het beroep Overwegende dat artikel 123, § 5, vijfde lid, van het structuurdecreet bepaalt : “De universiteiten en hogescholen kunnen voor de opleidingen waarvan de Vlaamse regering het omvormingsdossier niet aanvaard heeft, één jaar later nog één keer een nieuwe omvormingsaanvraag indienen volgens dezelfde procedure : mededeling van de voorstellen van omvorming ten laatste op 30 juni 2004, advies Erkenningscommissie ten laatste op 1 november 2004 en vaststelling van de lijst door de Vlaamse regering voor 1 januari 2005”; XII-4133-3/6 Overwegende dat verzoekster effectief gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een nieuwe omvormingsaanvraag in te dienen met betrekking tot de opleidingen waarvan het omvormingsdossier blijkens het bestreden besluit van 13 februari 2004 niet was aanvaard; dat de rector daartoe volgende, 23 juni 2004 gedateerd schrijven aan de minister van onderwijs heeft gericht : “Vorig jaar diende de K.U. Brussel een omvormingsdossier in voor de opleiding Taal- en Letterkunde. Voorgesteld werd om de opleiding kandidaat in de Taal- en Letterkunde om te vormen tot de opleiding Bachelor in de Taal- en Letterkunde met 5 afstudeerrichtingen nl. Nederlands-Engels, Nederlands- Duits, Engels-Duits, Nederlands-Frans, Engels-Frans en Duits-Frans (zie bijlage). De Vlaamse regering heeft het omvormingsdossier zoals ingediend niet aanvaard. De K.U. Brussel moest zich beperken tot de Germaanse talen (Nederlands, Engels en Duits) Nogmaals verwijzen wij naar art. 25 van het onderwijsdecreet van 12 juli 1991 en art. 26 van het decreet van 4 april 2003 waarbij wordt vermeld dat de K.U. Brussel onderwijsbevoegdheid heeft voor Taal en Letterkunde en daardoor de graad van Bachelor kan verlenen. Art. 123 van het structuurdecreet van 4 april 2003 verwijst naar de procedure om een omvormingsdossier dat niet in zijn ingediende staat werd aanvaard, één jaar later opnieuw in te dienen volgens dezelfde procedure. In bijlage vindt U de gegevens zoals gevraagd in uw brief. Mogen wij u verzoeken dit omvormingsdossier m.b.t. Taal- en Letterkunde goed te keuren met de talencombinaties Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans en Spaans met ingang vanaf het academiejaar 2005-2006?”; Overwegende dat de erkenningscommissie de rector op 28 oktober 2004 een afschrift ter kennis brengt van haar advies; dat de commissie het in dat advies “evident” noemt “dat de KUBrussel in 2001-2002 niet de bevoegdheid had om een opleiding in de taal- en letterkunde in andere talen dan Germaanse talen aan te bieden” en zij “adviseert derhalve negatief voor deze herhaalde omvormings- aanvraag”; Overwegende dat de resultaten van de tweede omvormingsoperatie in het Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2005 zijn bekendgemaakt als besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 2005 houdende wijziging van de bijlage bij het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 tot vaststelling van de lijst van de bachelor- en masteropleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen; dat in de aanhef van dit besluit van de Vlaamse regering verwezen wordt naar “het advies van de Erkenningscommissie Hoger Onderwijs, gegeven op 28 oktober 2004” en dat de aangevraagde taalopleidingen van verzoekster er niet in zijn opgenomen; XII-4133-4/6 Overwegende dat uit dit besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 2005 de weigering blijkt van de Vlaamse regering om, gelet op het negatief advies van de erkenningscommissie, gunstig gevolg te geven aan de nieuwe omvormingsaanvraag van verzoekster, om taalopleidingen te mogen aanbieden in combinaties met Romaanse talen; dat die weigering, die is tot stand gekomen volgens een geëigende procedure, ingevolge een nieuw aanvraagdossier en op grond van een nieuw onderzoek en advies van de erkenningscommissie, geen louter bevestigende beslissing is van de beslissing die verzoekster met het voorliggende beroep bestrijdt; dat verzoekster bij de nietigverklaring van de eerste weigering dan ook geen belang meer heeft; dat immers, zelfs indien de oorspronkelijke weigeringsbeslissing uit het rechtsverkeer verdwijnt, verzoekster in rechte nog steeds zou aankijken tegen de weigering die na het onderzoek van de hernieuwde aanvraag op 1 juli 2005 als nieuwe wilsuiting van de overheid tot stand is gebracht; dat verzoekster ter terechtzitting wel verklaart geen formeel antwoord te hebben gekregen op haar nieuwe aanvraag; dat het echter zonder belang is of de nieuwe beslissing persoonlijk aan verzoekster is aangezegd; dat, daargelaten nog of verzoekster wel geloofwaardig kan ontkennen na betekening aan de rector van het negatief advies van de erkenningscommissie en na publicatie van het besluit van 1 juli 2005 in het Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2005, ten minste van het bestaan van de nieuwe afwijzing op de hoogte te zijn, alleszins de deugdelijkheid van de kennisgeving niet het bestaan en de wettigheid van het besluit treft maar hoogstens de verjaring van de beroepstermijnen kan beïnvloeden; dat het beroep niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-4133-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien november 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4133-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.787 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.322 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.