id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.819 Rolnummer: A. 93418/VII-22266 Zaak: Arrest 164819 - - 16/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-29 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-01 08:56 Fiche Arrest nr 164.819 van 16 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.819 van 16 november 2006 in de zaak A. 93.418/VII-22.
- In zake :
- Edgard WOUTERS,
- de c.v. KERKOMSE STORTPLAATS, thans de c.v. KERKOM- SE GRONDWERKEN, die woonplaats kiezen bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM), die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Edgard WOUTERS en de c.v. KERKOMSE STORTPLAATS op 10 juli 2000 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het proces-verbaal van 12 mei 2000 opgesteld door de toezichthou- dende ambtenaar bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij en inhoudende, ten aanzien van de eerste verzoeker, een bevel tot stopzetting van de stortactiviteiten aan de Molenweg te Boutersem; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 18 mei 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-22.266-1/3 Gelet op de beschikking van 7 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P.-J. VERVOORT die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij bij wege van exceptie onder meer aanvoert dat het vernietigen van de bestreden beslissing allerminst zou betekenen dat de verzoekende partijen afvalstoffen zouden mogen storten en zij onder meer daarom geen voordeel kunnen halen uit hun beroep; dat de verzoekende partijen daartegen in wezen alleen aanbrengen en argumenteren dat de bestreden beslissing ten onrechte bepaalde van hun activiteiten als vergunningplichtige stortactiviteiten bestempelt; Overwegende dat het dispositief van de bestreden beslissing alleen inhoudt dat de eerste verzoeker "onmiddellijk dient te stoppen met het storten van afvalstoffen zolang de noodzakelijke milieuvergunning niet voorhanden is"; dat de verzoekende partijen niet betwisten -en ook niet op goede gronden zouden kunnen betwisten- dat zij ook zonder de bestreden beslissing geen vergunningplichtige stortactiviteiten mogen verrichten zonder de noodzakelijke vergunning; dat zij ter staving van hun belang in essentie doen gelden dat de bestreden beslissing bepaalde van hun activiteiten ten onrechte als vergunningplichtige stortactiviteiten kwalificeert; dat het dispositief van het bestreden bevel evenwel niet verhindert dat zij hun activiteiten voortzetten in de mate dat het geen vergunningplichtige handelingen betreft; dat de bestreden beslissing dan ook niets aan hun rechtstoestand verandert en bijgevolg ook niet griefhoudend is, ook al zouden in het proces-verbaal van vaststellingen bepaalde activiteiten ten onrechte als vergunningplichtige stortactivitei- ten zijn beschouwd; dat zij derhalve niet over het rechtens vereiste belang bij hun vordering beschikken; dat het beroep niet ontvankelijk is, VII-22.266-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien november tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-22.266-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.819 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.