← België

Arrest 164848 - - 16/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.848 Rolnummer: A. 178298/XII-4918 Zaak: Arrest 164848 - - 16/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-23 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-01 09:03 Fiche Arrest nr 164.848 van 16 november 2006 - Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.848 van 16 november 2006 in de zaak A. 178.298/XII-

  1. In zake : Jawad AADEL, die woonplaats kiest bij advocaat Sylvia Sroka, kantoor houdende te 1000 Brussel, Verenigingstraat 28 tegen : de VZW LUTGARISSCHOLEN BRUSSEL. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jawad Aadel, minderjarige leerling vertegenwoordigd door Mina Boulhaoun, handelend in haar hoedanigheid van ouder en wettelijk vertegenwoordiger, op 7 november 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 7 september 2006, waarbij hem door de delibererende klassenraad van het tweede leerjaar van de tweede graad een oriënteringsattest B en een studiegetuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs wordt uitgereikt; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerleg- ging vordert van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 8 november 2006 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat de schorsingsprocedure betreft; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door auditeur D. Mareen op grond van artikel 94 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; XII-4918-1\6 Gelet op de beschikking van 8 november 2006 betreffende de vordering tot schorsing bij uiterst noodzakelijkheid en de beschikking van 13 november 2006 houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 november 2006 om 10.30 uur; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Sroka, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Van Hoof, die loco advocaat J. Hendrickx verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Feitelijke gegevens van de zaak
  2. Overwegende dat verzoeker tijdens het schooljaar 2005-2006 de lessen volgt van het tweede jaar van de tweede graad, studierichting Latijn, aan het Lutgardiscollege te Oudergem; dat de delibererende klassenraad eind juni beslist dat verzoeker een oriënteringsattest B behaalt waarmee hij geclausuleerd is voor alle ASO-richtingen met Latijn; Overwegende dat de moeder van verzoeker op 29 juni 2006 haar recht op overleg blijkt te hebben doen gelden, zoals bedoeld in artikel 68 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (het organisatiebesluit); dat zij, verwijzend naar het gesprek met de directeur op diezelfde dag, in een brief haar bezwaren omtrent het B- attest formuleert; Overwegende dat de delibererende klassenraad na dit overleg opnieuw samenkomt en op 29 juni 2006 oordeelt dat de argumenten van verzoeker XII-4918-2\6 geen nieuwe elementen bevatten die een heropening van de deliberatie verantwoorden; Overwegende dat verzoeker op 6 juli 2006 een omstandig gemotiveerd bezwaar indient bij de beroepscommissie; dat hij hierin samengevat en in wezen doet gelden dat de klassenraad “geen rekening [wil] houden met de argumenten”, dat verzoeker “een opmerkelijke vooruitgang geboekt heeft in het betrokken vak Latijn”, dat hij “een uiterst slechte communicatie had met zijn vakleraar Latijn”, dat de punten van verzoeker een “opmerkelijke positieve evolutie” kennen, dat op zijn dagelijkse werk niets aan te merken valt, dat het tegenvallend resultaat van een examen niet representatief is “ten aanzien van de doordejaarse evaluatiemomenten”, dat de beslissing die nochtans impliceert dat verzoeker mag overgaan tenzij voor een richting Latijn buitensporig is en dat ze geen rekening houdt met de interesses van verzoeker; Overwegende dat de beroepscommissie op 5 september 2006 zonder enige motivering adviseert “dat alle mogelijkheden van de voorgeschreven procedure moeten aangewend worden en vraagt derhalve dat de delibererende klassenraad voor een derde maal samenkomt en zijn definitieve beslissing formuleert”; Overwegende dat de delibererende klassenraad op 9 september 2006 de thans bestreden beslissing treft om verzoeker het getuigschrift van de tweede graad uit te reiken alsmede een oriënteringsattest B; De kennelijke gegrondheid van het annulatieberoep 2.
  3. Overwegende dat verzoeker in het enig middel de schending aanvoert, onder meer, van artikel 74 van het organisatiebesluit; dat hij betoogt omstandig zijn argumenten te hebben uiteengezet op 6 juli 2006 maar dat de bestreden beslissing geen afdoende motivering bevat of, hoogstens, een stereotiepe motivering die geen rekening houdt met de concrete elementen van de zaak; dat hij vaststelt dat op zijn argumenten “zelfs niet geantwoord [is]” en dat er niet uit blijkt dat rekening is gehouden “met alle elementen van het dossier”; Overwegende dat verwerende partij repliceert dat de beslissing van 7 september 2006 moet worden gelezen samen met de opmerkingen en motivering XII-4918-3\6 genotuleerd bij de oorspronkelijke beslissing van 28 juni 2006 van de delibererende klassenraad: verzoeker vertoont luidens die notulen “te weinig inzet en doorzettingsvermogen” en heeft “achterstand opgelopen door te weinig inzet voor Latijn”; Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting nog dupliceert dat die notulen, en derhalve de er in neergeschreven motieven, nooit aan hem ter kennis zijn gebracht; 2.
  4. Overwegende dat verzoeker in deze zaak het B-attest in vraag stelt en daartegen dan ook de voorgeschreven administratieve beroepsprocedure heeft ingesteld die is vastgesteld in de artikelen 68 en volgende van het organisatiebesluit; dat hij in het bijzonder deed gelden dat geen rekening is gehouden met alle relevante elementen van het dossier, zoals de cijfers van dagelijks werk of de positieve evolutie gedurende het jaar; dat hij ook de moeizame relatie met de vakleraar te berde brengt en zijn studie-ambities; dat deze procedure is uitgelopen op de “definitieve beslissing” van de delibererende klassenraad van 7 september 2006, als bedoeld in artikel 74 van het organisatiebesluit; dat die beslissing luidens ditzelfde artikel 74 “dient gemotiveerd”; Overwegende dat het zonder belang is te weten of de oorspron- kelijk door de delibererende klassenraad genotuleerde opmerkingen van 28 juni 2006 te zijner tijd aan verzoeker werden meegedeeld; dat immers de in artikel 74 van het organisatiebesluit opgelegde motiveringsplicht tot besluit van de voorgeschreven beroepsprocedure bij betwisting van de behaalde schoolresultaten, de school moet brengen tot nadere explicitering van een oorspronkelijk misschien te beknopte en daardoor voor de leerling onbegrijpelijke en onaanvaardbare motivering; dat, met andere woorden, wil zij enig nut hebben, de bij het organisatiebesluit geregelde beroepsprocedure er in ieder geval op gericht moet zijn om de klachten en de argumenten van een leerling te onderzoeken; dat verzoeker dienvolgens ergens in de loop van de beroepsprocedure een antwoord op zijn klachten diende te vinden; dat, nu de delibererende klassenraad opnieuw is samenkomen na een daartoe strekkend, maar ongemotiveerd advies van de beroepscommissie, alleszins de door hem gegeven motivering er blijk van moet geven dat die grieven in overweging zijn genomen en in de beoordeling betrokken zijn; XII-4918-4\6 Overwegende dat de delibererende klassenraad te dezen voor zijn beslissing om het B-attest te handhaven slechts de volgende motivering geeft : “De klassenraad stelt vast dat er geen nieuwe elementen werden aangedragen en bestendigt haar [lees: zijn] beslissing”; Overwegende dat verzoeker kennelijk terecht vaststelt dat dit motief een loutere stijlformule is, die hem nog compleet het raden laat of en hoe de delibererende klassenraad met zijn omstandig bezwaar heeft rekening gehouden en, spijts zijn argumenten en grieven, nog steeds tot een B-attest meent te moeten besluiten; dat verzoeker niet de minste repliek heeft gekregen op de vragen die voor hem blijkens zijn beroepsschrift van wezenlijk belang zijn of die, mochten zij gegrond zijn, mogelijk tot een voor hem beter resultaat kunnen leiden; dat het middel kennelijk gegrond is; 2.
  5. Overwegende dat het annulatieberoep kennelijk gegrond is; dat er reden is om de hierna uit te spreken nietigverklaring te beperken tot het oriënteringsattest; dat immers verzoeker kennelijk geen belang heeft om de beslissing om hem het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs uit te reiken te bestrijden en ze ook een afsplitsbaar onderdeel vormt van de bestreden akte; De vordering tot schorsing
  6. Overwegende dat de vernietiging van de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de door verzoeker ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft; Voorlopige maatregelen
  7. Overwegende dat verzoeker in fine van zijn inleidend verzoekschrift de Raad nog vraagt te bevelen dat de klassenraad onverwijld samenkomt om zijn beslissing te heroverwegen; dat die vraag, zo ze begrepen moet worden als een vraag om voorlopige maatregelen op te leggen en nog daargelaten dat ze niet is geformuleerd in een afzonderlijk verzoekschrift, kennelijk achterhaald is door de behandeling van en uitspraak over het annulatieberoep; dat overigens in geval van stilzitten van verwerende partij, verzoeker te gepasten tijde de hem daartegen ter beschikking staande rechtsmiddelen kan aanwenden; dat verzoeker recht heeft op een vaststaande uitslag -en dus oriënteringsattest- zodat evenwel XII-4918-5\6 aangenomen mag worden dat verwerende partij na kennisname van dit arrest wel degelijk een nieuwe beslissing zal nemen, BESLUIT: Artikel
  8. Vernietigd wordt de beslissing van 7 september 2006 van de delibererende klassenraad van het tweede jaar van de tweede graad van het Lutgardiscollege te Oudergem, waarbij Jawad Aadel een oriënteringsattest B wordt uitgereikt. Artikel
  9. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien november 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4918-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.848 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.