← België

Arrest 164865 - - 17/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.865 Rolnummer: A. 68928/X-10268 Zaak: Arrest 164865 - - 17/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-11-29 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-01 09:10 Fiche Arrest nr 164.865 van 17 november 2006 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.865 van 17 november 2006 in de zaak A. 68.928/X-10.

  1. In zake :
  2. Ignace DE SADELEER,
  3. Jean HEYVAERT,
  4. Lutgardis DE SADELEER, die woonplaats kiezen bij Advocaat G. JACOBS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, de Henninstraat 67-69, bus 5 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  5. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ignace DE SADELEER, Jean HEYVAERT en Lutgardis DE SADELEER op 14 mei 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 december 1995 van de Vlaamse Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 om reden van historische, wetenschappelijke en esthetische waarde, van het gebied "de vallei van de bruine beek" te Bonheiden (Bonheiden en Rijmenam) en Putte, zoals afgebakend op bijgaand plan, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 februari 1996; Gelet op het arrest nr. 127.686 van 2 februari 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek; X-10.268-1/9 Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 4 augustus 2005 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 26 januari 2006 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 24 februari 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. JACOBS die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat N. DECLERCQ die loco Advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen - die in hun inleidend verzoekschrift zowel het Vlaamse Gewest als de Vlaamse Gemeenschap hebben aangewezen als verwerende partijen - in hun memorie van wederantwoord betogen dat het Vlaamse Gewest voor de Raad van State optreedt, terwijl de Vlaamse Gemeenschap, die in de administratieve fase is opgetreden, niet is "opgeroepen"; dat zij vaststellen dat het Vlaamse Gewest zijn bevoegdheid ter zake niet aanvoert; Overwegende dat het bestreden besluit tot voorwerp heeft de rangschikking als landschap van het gebied "de vallei van de bruine beek" te X-10.268-2/9 Bonheiden (Bonheiden en Rijmenam) en Putte; dat het bestreden besluit is genomen volgens de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen door toenmalig Vlaams Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling KELCHTERMANS; dat dit besluit een aangelegenheid regelt die behoort tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest, op grond van artikel 6, § 1, I , 7/, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; dat derhalve terecht het Vlaamse Gewest en niet de Vlaamse Gemeenschap in zake is; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord doet gelden dat, indien wordt geoordeeld dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd omwille van de opname erin van het perceel dat de eigendom is van de verzoekende partijen, een gedeeltelijke vernietiging zich opdringt; dat in casu een gedeeltelijke aanpassing van de afbakening perfect mogelijk is daar het enkel minieme aanpassingen van het landschap betreft (ongeveer 1ha aan de grens van het beschermde landschap); Overwegende dat de voorgaande exceptie wezenlijk de vraag doet rijzen of, indien het beroep gegrond wordt bevonden, de nietigverklaring van het bestreden besluit geheel of slechts gedeeltelijk moet zijn; dat luidens het bestreden besluit de kadastrale percelen begrepen binnen het aangeduide beheersingsgebied worden "gerangschikt" als landschap wegens hun esthetische, historische en wetenschappelijke waarde; dat uit de bespreking van deze waarde in het bestreden besluit blijkt dat de bescherming van de vallei van de Bruine Beek als landschap is opgevat als één ondeelbaar geheel; dat het onttrekken uit dit geheel van percelen of van gebiedsdelen, door de vernietiging te beperken tot die percelen waarop de verzoekende partijen een eigendomsrecht hebben, de algemene economie van het landschap dat dit geheel moet beheersen, zou aantasten; dat derhalve het bestreden besluit ondeelbaar is; dat de exceptie niet gegrond is; Overwegende, ambtshalve, dat artikel 2 van het bestreden besluit onder meer bepaalt wat volgt: X-10.268-3/9 "(...) Voor de behartiging van het nationaal belang worden de volgende beperkingen aan de rechten van de eigenaars gesteld: A. Is verboden:
  6. Het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, ook al kan zij uit elkaar genomen worden.
  7. Het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen die al dan niet voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeerwagens en afgedankte voertuigen.
  8. Het achterlaten van afgedankte voertuigen of schroot, evenals het aanleggen van een opslagplaats voor dergelijke produkten.
  9. Het aanleggen van een vuilnisbelt of het achterlaten van afvalproducten.
  10. Het aanbrengen van reclame-panelen of gelijk welke publiciteit.
  11. Het plaatsen van leidingen. Bovenstaande bepaling is niet van toepassing voor de onmiddellijke omgeving van de bestaande wettig vergunde bewoning. Bovenstaande bepaling is niet van toepassing i.v.m. het herstel of onderhoud van de bestaande leidingen.
  12. Elke activiteit die een belangrijke wijziging van de waterhuishouding voor gevolg kan hebben, inzonderheid het graven van afwateringskanalen, het uitvoeren van draineringswerken en wateraftappingen.
  13. Om het even welk werk dat de aard van de grond, het uitzicht van het terrein of het hydrografisch net zou kunnen wijzigen, inzonderheid het verrichten van opgravingen, boringen of grondwerken, de ontginning van materialen, het aanvoeren van grond, het aanleggen van opspuitterreinen. Het verwezenlijken van de bestemming van recreatiegebied, aangeduid op het gewestplan Mechelen (K.B. d.d. 28 december 1972), blijft toegelaten, dan wel volgens de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse (M)inister bevoegd voor monumenten en landschappen of zijn gemachtigde, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen gehoord.
  14. Het verharden van wegen en paden met homogeen materiaal zoals koolwaterstofbeton of beton. Het onderhoud en herstel van de bestaande verhardingen is toegelaten. (...)
  15. Om het even welke activiteit die de rust en de stilte in het gebied zou kunnen verstoren, inzonderheid het houden van testen, oefenritten en wedstrijden met mechanische voertuigen, het gebruik van vaartuigen met of zonder hulpmotor, het kleiduifschieten, het gebruik van modelvliegtuigen met afstandsbediening, het bedrijven van ruitersport, het houden van manifestaties. Het houden van manifestaties in functie van de uitbating van het cultureel centrum, georganiseerd door de v.z.w. Kranckhoeve blijft evenwel X-10.268-4/9 toegelaten op de percelen kadastraal gekend Bonheiden, 1ste afdeling, sectie B, 2de blad, 423 A en
  16. B. Behoudens voorafgaande en schriftelijke toestemming vanwege de Vlaamse Minister of zijn gemachtigde is verboden:
  17. Het verbouwen of heropbouwen van bestaande gebouwen of constructies, derwijze dat het uitwendig aspect ervan wordt gewijzigd en dat het volume ervan toeneemt.
  18. Het aanbrengen van afsluitingen. Het herstellen of vernieuwen van de bestaande afsluitingen is toegelaten. Bovenstaande bepaling is evenmin van toepassing voor ter plaatse gevestigde landbouwbedrijven.
  19. Het vellen, ontwortelen of beschadigen van bomen en heesters, inbegrepen het wegnemen van gesteltakken en hoofdwortels. Bovenstaande bepaling is niet van toepassing op dode en windvallige bomen of niet meer productieve fruitbomen. Onderhoudswerken zoals snoeien of knotten zijn toegelaten, mits (deze) oordeelkundig worden uitgevoerd. Het normale onderhoud van hakhoutbestanden is eveneens toegelaten. Deze bepaling is evenmin van toepassing voor de onmiddellijke omgeving van de bestaande wettig vergunde bewoning. (...) C. Van de onder A en B opgesomde bepalingen kan worden afgeweken op grond van een beheersplan mits voorafgaande en schriftelijke toelating vanwege de Vlaamse Minister, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en het College van Burgemeester en Schepenen gehoord"; Overwegende dat de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, zoals zij van toepassing waren op het ogenblik van het nemen van het thans bestreden besluit, bepaalden wat volgt: "Art.
  20. §
  21. De leden van de Vlaamse regering hebben delegatie voor: 1/ het nemen van beslissingen, rekening houdend met de bevoegdheids- verdeling, voor de toepassing van de wetten, decreten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse regering; (...) §
  22. Deze delegatie geldt ook voor beslissingen die door de bevoegde leden van de Vlaamse regering gezamenlijk moeten genomen worden. Art.
  23. §
  24. De bij artikel 2 toegestane delegatie aan de leden geldt evenwel niet voor: 1/ het vaststellen van organieke en reglementaire besluiten; (...) X-10.268-5/9 4/ de beslissingen, akkoorden en omzendbrieven die wegens hun onderwerp en hun draagwijdte van die aard zijn dat een andere regering of de nationale regering of beide erbij betrokken zijn; (...)"; Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 20 juni 1995 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering bepaalde wat volgt: "Artikel
  25. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder 'de bijzondere wet', de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Artikel
  26. Dit besluit verdeelt de bevoegdheden in de schoot van de Vlaamse regering, met het oog op de voorbereiding en de uitvoering van haar beslissingen. (...) Artikel
  27. De heer Theo Kelchtermans, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd voor: 1/ het leefmilieu, het waterbeleid, de landinrichting en het natuurbehoud, zoals vermeld in artikel 6, § 1, II en III van de bijzondere wet; 2/ de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I , 7/ van de bijzondere wet. (...) Artikel
  28. De heer Eddy Baldewijns, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd voor: (...) 2/ de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I , 1/, 2/, 5/ en 6/ van de bijzondere wet, alsook voor de verkrijging van gronden voor industrie, ambachtswezen en diensten of van andere onthaalinfrastructuren voor investeerders, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 3/ van de bijzondere wet"; Overwegende dat de toenmalige Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening bevoegd was voor de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in inzonderheid artikel 6, § 1, I, 1/, van de genoemde bijzondere wet; dat dit bevoegdheidsdomein inzonderheid omvat de voorschriften van stedenbouw en ruimtelijke ordening, het inrichten van een stelsel van vergunningen en de daarop betrekking hebbende regels inzake administratieve procedure inbegrepen; Overwegende dat de hiervoor aangehaalde, in het bestreden besluit opgesomde werken, handelingen of functies vergunningplichtige werken, handelingen X-10.268-6/9 of functies (kunnen) betreffen in de zin van de toen geldende wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; dat de bepaling van de voorwaarden waaronder een vergunning wordt verkregen, alsook de daarop betrekking hebbende administratieve procedure derhalve behoren tot het bevoegdheidsdomein van de ruimtelijke ordening en dus tot de bevoegdheid van de minister van Ruimtelijke Ordening, op grond van artikel 9 van voornoemd besluit van 20 juni 1995; dat derhalve, afgezien van de vraag of - zoals de verwerende partij betoogt in haar laatste memorie - de minister bevoegd voor de bescherming van de landschappen bevoegd is voor het opleggen van noodzakelijke erfdienstbaarheden met het oog op een doelmatige vrijwaring van het definitief beschermde landschap, het opleggen van de voornoemde beperkingen met een doelstelling van bescherming van het betrokken landschap niet tot de enkele bevoegdheid van de voornoemde minister, bevoegd voor de landschappen, behoort; dat dit "betreden" van de bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening verder gaat dan het teweegbrengen van rechtsgevolgen in een domein dat tot de bevoegdheid van een ander lid van de Vlaamse regering behoort, en dat het niet het gevolg is van de raakvlakken tussen beide bevoegdheden en regelgevingen; dat ook het door de verwerende partij aangevoerde argument dat de minister bevoegd voor landschappen het onderzoek naar het verlenen van de machtiging zal doen vanuit een andere finaliteit dan die van de minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening, bij gebreke van uitdrukkelijke bepaling ter zake nog niet impliceert dat het aan de eerstgenoemde toekomt zich op het bevoegdheidsdomein van de andere te begeven; dat tot slot de verwijzing door de verwerende partij naar het hiervoor geciteerde artikel 3, § 1, 4/, van het genoemde besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 niet dienend is; dat deze bepaling in een terugkeer naar de gemeenrechtelijke collegiale besluitvorming voorziet voor de in die bepaling vervatte aangelegenheden die, met toepassing van artikel 2 van het genoemde besluit, onder de uitsluitende bevoegdheid van een lid van de regering zouden vallen; Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat de Vlaamse Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, bevoegd voor de landschappen, niet bevoegd was om het bestreden besluit alleen te nemen; dat om deze reden het X-10.268-7/9 bestreden besluit aangetast is door bevoegdheidsoverschrijding; dat de onbevoegdheid van de steller van de bestreden handeling ambtshalve moet worden opgeworpen; BESLUIT: Artikel
  29. Vernietigd wordt het besluit van 14 december 1995 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 om reden van historische, wetenschappelijke en esthetische waarde, van het gebied "de vallei van de bruine beek" te Bonheiden (Bonheiden en Rijmenam) en Putte. Artikel
  30. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  31. De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het hypotheek- kantoor te Mechelen. Artikel
  32. De kosten van het beroep, bepaald op 297,48 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de in artikel 3 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verwerende partij. X-10.268-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien november 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-10.268-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.865 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.127.686 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.