← België

Arrest 164946 - - 20/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.946 Rolnummer: A. 74654/X-7494 Zaak: Arrest 164946 - - 20/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-08 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 09:42 Fiche Arrest nr 164.946 van 20 november 2006 - Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 164.946 van 20 november 2006 in de zaak A. 74.654/X-

  1. In zake : Toon GOETGEBUER, wonende te 9030 MARIAKERKE, Wilgetronkstraat 2 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Toon GOETGEBUER op 6 maart 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 december 1996 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van zijn beroep tegen de beslissing van 2 mei 1996 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij hem de vergunning is geweigerd voor het regulariseren van een open schuilhok opgericht op een perceel gelegen te Gent (Mariakerke), op de hoek van de Oranjeboomstraat en de Driesdreef, kadastraal bekend sectie A, nr. 1129a; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de beschikking van 29 juli 2002, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 23 augustus 2002; X-7494-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 5 september 2002, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 1 september 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 13 oktober 2006, om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van T. GOETGEBUER die in persoon verschijnt en van Advocaat W. LAMMENS die loco Advocaat V. TOLLENAERE voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 21, zesde lid, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat vanaf de kennisgeving van het verslag; Overwegende dat de verzoekende partij ter terechtzitting aanvoert dat zij op 5 september 2002 een aangetekend schrijven met een vraag te worden X-7494-2/3 gehoord naar de Raad van State heeft toegestuurd en dat zij oordeel is dat hiermee de zaak rechtsgeldig werd voortgezet; Overwegende dat uit de stukken van het dossier inderdaad blijkt dat verzoekende partij met betrekking tot de voorliggende zaak op 5 september 2002 een ter post aangetekend schrijven aan de Raad van State heeft toegestuurd "met het verzoek om in verband met mijn zaak te worden gehoord"; dat, hoewel formeel wordt gevraagd "te worden gehoord", dit schrijven niet anders dan als een verzoek tot voortzetting kan worden begrepen; dat het binnen de termijn van dertig dagen na de kennisgeving van het auditoraatsverslag werd verstuurd; dat deze brief derhalve als een rechtsgeldig verzoek tot voortzetting dient te worden beschouwd; dat voormeld artikel 21, zesde lid, niet toepasselijk is, BESLUIT: Artikel
  3. De debatten worden heropend. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig november 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-7494-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.946 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.316 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.